De synode is van plan een aantal regels in de kerkorde te veranderen die betrekking hebben op de predikanten en kerkelijk werkers in de Protestantse Kerk in Nederland. Behalve via een studie aan de universiteit komt er ook een route via het hbo om toegang te krijgen tot het ambt van dienaar van het Woord. Voordat de synode de wijzigingen definitief vaststelt, hebben kerkenraden en classes het verzoek gekregen hun mening te geven.
Enkele ontwikkelingen vormden de aanleiding voor een langdurige discussie over het ambt en de positie van werkers in de kerk. Ten eerste is de rechtspositie van kerkelijk werkers kwetsbaar. Voor een opdracht in bijvoorbeeld jeugdwerk of pastoraat kunnen zij vaak slechts een beperkte, tijdelijke aanstelling krijgen. Anderzijds kunnen steeds meer kleine gemeenten geen predikant vinden of betalen. Ze besluiten soms een kerkelijk werker te benoemen voor werk dat anders door een predikant wordt verricht. Eerst gebeurde dat nog zonder bevoegdheid om voor te gaan in de ere- dienst, maar nu kan de kerkelijk werker na extra scholing preekbevoegdheid krijgen voor de plaats of regio waar hij werkzaam is en mag hij de sacramenten bedienen. Het inhoudelijke bezwaar is dat bij deze kerkelijk werkers de roeping tot de bediening van Woord en sacrament niet is verbonden met het ambt van dienaar van het Woord.
Een andere ontwikkeling betreft de pioniersplekken. Na verloop van tijd ontstond de vraag wie in deze nieuwe geloofsgemeenschappen bevoegd is de sacramenten te bedienen. Een fundamentele bezinning op de ambten in de kerk was nodig. Tegelijkertijd vroeg het snelgroeiend predikantentekort aandacht. Binnen een jaar of tien gaat bijna de helft (!) van de predikanten met emeritaat.
Roeping
De theologische bezinning op het ambt staat in het synodale geschrift Geroepen door Christus (2023). Hierin wordt bewust gestart bij de roeping. Laat er aanhoudend gebed zijn dat de Heere Zelf arbeiders roept. We verlangen predikers die met hartelijke liefde voor Christus en in afhankelijkheid van Gods Geest de gezonde leer willen verkondigen. Er is in de kerk een brede variatie aan plekken, wat ruimte biedt aan een grote verscheidenheid aan werkers. We herkennen hierin de werkwijze van de Heilige Geest: verscheidenheid aan gaven en bedieningen (1 Korinthe 12). De kerkordewijzigingen moeten hier zowel structuur als openheid voor bieden. Vanuit de protestantse ambtsvisie is ervoor gekozen weer duidelijker onderscheid te gaan maken tussen kerkelijk werkers enerzijds en dienaren van het Woord anderzijds. Naast het roepingsbesef moet er aandacht zijn voor bekwaamheid. De kerk weet zich verantwoordelijk voor de vorming en opleiding van haar werkers. Eeuwenlang worden onze predikanten opgeleid aan de universiteit. Na veel discussie heeft de synode besloten dat er een mogelijkheid komt om met een hbo-opleiding toegelaten te worden tot het ambt van predikant. De ervaring met hbo-voorgangers (als ouderling-kerkelijk werker) heeft geleerd dat zij in bepaalde contexten goed en zegenrijk werk doen. De synode wil dit erkennen en waarderen. Er blijft één ambt van dienaar van het Woord, waarbinnen dan twee profielen komen. Voor het profiel ‘predikant’ moet aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) een master gemeentepredikant afgerond zijn (onderwijsniveau NLQF 7). Voor het profiel ‘pastor’ komen er opleidingen aan de Christelijke Hogeschool Ede en aan Windesheim (NLQF 6). Tot de vereisten die de synode stelt aan deze opleidingen tot pastor, behoort onder andere enige basiskennis van de Bijbelse grondtalen.
Onderscheid
Het onderscheid tussen de profielen zal ook tot uiting komen in de titulatuur. Predikanten duiden we aan met ds. voor hun naam. Voor pastores zal de titel pt. worden ingevoerd en kw. dient als afkorting voor kerkelijk werkers. De kerkordelijke term voor de pastores zal predikant-pastor zijn, omdat het een variant betreft binnen het ene ambt van predikant (vergelijkbaar met de ouderling-kerkrentmeester).
In de nieuwe opzet kunnen kerkelijk werkers worden benoemd voor een deelterrein, bijvoorbeeld jeugdwerk of diaconaat. De kerkelijk werker (nieuwe stijl) is niet bevoegd tot de bediening van de sacramenten. Ook komt er kerkelijk toezicht op de aanstelling van een kerkelijk werker, die in de regel zal gelden voor onbepaalde tijd (Ord. 3-12-9,10). Zo wil de synode zorgdragen voor een betere rechtspositie van deze werkers.
Het onderscheid tussen de profielen zal ook tot uiting komen in de titulatuur
‘Geordineerd’
In Geroepen door Christus komen verschillen tussen de ambten ter sprake. Met het ambt vanuit de gemeente bedoelen we de ouderlingen en diakenen. Een predikant komt van elders. Als hij wordt geroepen naar een andere standplaats in de kerk, blijft hij in zijn ambt. Binnen de wereldwijde kerk spreekt men over het ‘geordineerde’ ambt. Deze term is nu ook in de PKN opgepakt voor de dienaar van het Woord, hoewel dat nog niet is verwerkt in de nieuwe kerkordeteksten. Dit ‘geordineerde’ geeft er extra accent aan dat de predikant door Christus is afgezonderd om met Zijn gezag het Woord te verkondigen. Meer dan bij de andere ambten bepaalt deze roeping zijn hele levenswijze.
"*" geeft vereiste velden aan