Want bij het onderwerpen van alle dingen aan Hem heeft Hij niets uitgezonderd wat Hem niet onderworpenis. Nu zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn.
Komt er nog wat van Gods bedoeling?
Gods scheppingsdoel met de mens is helder: heersen over de schepping tot eer van de Schepper. Wie echter om zich heen kijkt, kan maar één conclusie trekken: wij zijn doelmissers.
Vanaf vers 5 zet de schrijver een nieuwe stap in zijn betoog, maar opnieuw blijft de kern: let op Gods Zoon! In Hem heeft God Zich immers definitief en beslissend uitgesproken. In dit deel van zijn betoog speelt Psalm 8 een grote rol. De schrijver gebruikt de Griekse vertaling van deze psalm en gaat soms, voor ons gevoel tenminste, behoorlijk vrij met de tekst om. Exegetisch interessant, maar in deze meditatie focussen we ons op de boodschap die de Hebreeënschrijver aan ons door wil geven.
Uitbuiting
De schrijver merkt op dat God de toekomende wereld aan de mens heeft onderworpen. Gods nieuwe wereld, waarop alles volmaakt zal zijn, zal niet door engelen maar door mensen worden bestuurd. God blijft dus trouw aan Zijn oorspronkelijke bedoeling: “Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee…” Dat klinkt ook door in Psalm 8: “U hebt hem (de mens) aangesteld over de werken van Uw handen.” God maakte de mens om namens Hem en tot eer van Hem over Zijn schepping te heersen. Een term waarmee de mens na de zondeval behoorlijk aan de haal is gegaan. In plaats van de schepping tot bloei te brengen, werd met dit woord verwoesting en uitbuiting gelegitimeerd. In Gods toekomst zal daarvoor geen plaats meer zijn. Daar zal de mens volmaakt wijs en goed over Gods schepping heersen.
"*" geeft vereiste velden aan