Waar bent u naar op zoek?

Dr. Hoek zet in ‘Tedere Majesteit’ sterk in op Gods nabijheid

09-11-2015

De Bijbel verkondigt aan de ene kant God als ver boven ons verheven en aan de andere kant als nabij. In 'Tedere Majesteit' gaat dr. J. Hoek in op de vraag wat dit betekent voor de omgang met God. Dr. R.W. de Koeijer bespreekt het boek.

De boeiende studie Tedere Majesteit. Omgang met God in gereformeerde spiritualiteit verscheen rond het afscheid van prof.dr. J. Hoek. Je komt allereerst onder de indruk van de hoeveelheid lectuur die de schrijver heeft verwerkt en de verschillende terreinen waarop hij zich bewogen heeft en die hij vruchtbaar heeft verbonden.

In Tedere Majesteit gaat het over gereformeerde spiritualiteit, het vak dat dr. Hoek als bijzonder hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit (vestiging Groningen) heeft gedoceerd. De auteur gaat in deze studie in op de vraag hoe de omgang met God eruit ziet als Hij in de Bijbel aan de ene kant wordt verkondigd als ver boven ons verheven (Majesteit) en aan de andere kant als nabij (teder). We hoeven alleen maar te denken aan het begin van het Onze Vader, waarin Christus’ discipelen worden opgewekt God aan te spreken als Vader, maar tegelijk als Vader in de hemel. Nabij en verheven.

Dr. Hoek geeft aan dat de gereformeerde traditie volgens hem recht heeft gedaan aan zowel de afstand als de nabijheid van God. Hij licht deze samenhang toe via een uitvoerige bespreking van de Heidelbergse Catechismus (hoofdstuk 2). Het bekende leerboek geeft aan dat God in Christus en de Heilige Geest ons nabij is gekomen. Deze nabijheid komt naar voren in de diepe geestelijke eenheid tussen Christus en de gelovigen, waarin vergeving, vernieuwing, vreugde en verwachting worden gekend en geproefd.

Tegelijk echter komt de verhevenheid van God naar voren. De Heidelberger belijdt Christus als de eeuwige Zoon van God, als het Hoofd van Zijn Kerk en als de Rechter van hemel en aarde.

In de uitleg van de catechismus (hoofdstuk 3) blijkt dat de gereformeerde traditie in ons land verschillende accenten heeft gelegd. Sommigen, zoals Jeremias Bastingius (1551-1595), Hero Sibersma (1644-1728) en Hermann Friedrich Kohlbrugge (1803-1875), zijn sterk in de lijn van het leerboek gebleven door Gods verhevenheid nauw te verbinden met Zijn genadig omzien naar de zondige mens.

Anderen, zoals vooral Bernardus Smytegelt (1665-1739), hebben sterker ingezet op de verhevenheid van God. Vooral bij Smytegelt komt God op een aanzienlijke afstand van de gemeente te staan, hoewel hij de omgang van de gelovigen met Christus ook weer als innig en gevoelvol tekent.

Lees de volledige tekst in De Waarheidsvriend van 13 november 2015.