
Drie ambtsdragers, drie verhalen. De één staat aan het begin van zijn ambtelijke weg, de ander kijkt terug op een kwarteeuw ervaring. Hun dagelijkse werkzaamheden verschillen, net als de uitdagingen die ze tegenkomen. Toch delen ze dezelfde roeping: dienstbaar zijn aan God en aan de gemeente, midden in de drukte van alledag. Drie portretten.
Sander Eskes
Leeftijd: 51
Woonplaats: Hardinxveld-Giessendam
Gezinssituatie: gehuwd, vijf kinderen
Kerkelijke gemeente: hervormde gemeente Giessendam/ Neder-Hardinxveld (wijkgem. 3)
Huidig ambt: pastoraal ouderling
Jaren in het ambt: 7 jaar

De kunst van regie houden
“Als ondernemer van een advieskantoor en partner van een investeringsbedrijf ben ik druk in de weer. Toch maak ik ‘normale’ werkdagen. Hierdoor kan ik mijn kinderen die nog thuis wonen zowel in de ochtend als in de avond nog zien. Eén middag in de week vertrek ik eerder van mijn werk voor een pastoraal bezoek; ouderen vinden een bezoek in de middag vaak fijn. Hierdoor lopen deze werelden in elkaar over, wat me ook helpt om onder verschillende omstandigheden dezelfde te blijven, in alles afhankelijk van Hem.
Als pastoraal ouderling leg ik regelmatig huisbezoeken af. Omdat ik in mijn werk bezig ben met financiële en juridische zaken, word ik vaak gevraagd voor dat type vrijwilligerswerk. Daarom vind ik het mooi dat ik als pastoraal ouderling met weer ander werk bezig ben: ieder mens heeft een weg te zoeken door de vragen van het leven.
Als voorzitter van de wijkkerkenraad heb ik ook het nodige regel- en organisatiewerk te doen. Al met al genoeg te doen dus. Sowieso zeg ik ook weleens nee, bijvoorbeeld tegen taken die mij te veel energie kosten of waar ik niet handig in ben. Ik merk bijvoorbeeld dat anderen veel handiger zijn als het om praktische zaken gaat, zoals helpen bij de rommelmarkt.
Toch blijft het een uitdaging om de balans tussen gezin, ambtswerk en mijn werk te vinden. Ik heb geleerd dat je niet achter de feiten moet aanrennen. Dat geeft onrust en het gevoel dat je wordt geleefd. Het is de kunst om zelf de regie te houden. Gelukkig kan ik goed schakelen tussen de verschillende taken die er te doen zijn. Ik geef belangrijke zaken prioriteit, zodat ik die zaken kan afstrepen in mijn hoofd. Ter ontspanning sport ik regelmatig, bijvoorbeeld voetballen met mijn zoons.
Door mijn ambtswerk is mijn gezin meer betrokken op de gemeente. Zo kent mijn vrouw veel gemeenteleden en werkt ze mee aan het blad van onze wijkgemeente. Soms komen gastpredikanten na de dienst op bezoek, waardoor ook de kinderen meer betrokken zijn bij het gemeentewerk. Dat vind ik mooi om te zien.
Bij bezoekwerk kom ik voor de ander. Ik ervaar dan juist bewogenheid met mensen die worstelen, gevormd zijn of worden door gebeurtenissen in het leven, en waar het allemaal niet zo vanzelf gaat. Ik kan leren van hen die trouw zijn en blijven onder soms moeilijke omstandigheden.
Op andere momenten kan mijn zwakke plek naar boven komen: als ik denk dat mensen geen persoonlijke interesse naar mij toe hebben of ik meen dat mijn intenties in twijfel worden getrokken, trek ik me dat persoonlijk aan en onderzoek ik mezelf te veel. Zelfreflectie is altijd goed, maar het blijft voor mij wel een leerpunt om dit eerder los te laten.
Soms ervaar ik ook concreet Gods leiding. Ik denk bijvoorbeeld aan die keer dat ik onderweg nog even wat moest afgeven, waarbij ik veronderstelde dat ze niet op mijn bezoek zaten te wachten. Ik fietste al langs het huis, maar ging toch terug. Toen ik bij de voordeur kwam, deed iemand de deur open en vroeg mij binnen. Ze zeiden: “Dit is precies het juiste moment!” Een familielid had net een slechte uitslag ontvangen vanuit het ziekenhuis. Met elkaar konden we die zorgen bij de Heere brengen. Het is een voorrecht om, als je de kracht en gezondheid hebt, een kleine schakel in Zijn gemeente te mogen zijn.
Ik werd en word met regelmaat geconfronteerd met de gebrokenheid van het leven; bij anderen en bij mezelf. In mijn leven ben ik regelmatig bemoedigd vanuit Romeinen 8. Daar lezen we dat we als kinderen van de Vader hopen op de toekomstige heerlijkheid. En dat niets ons kan scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere! Dat geeft het juiste perspectief, is ons houvast en geeft kracht.”
Het is een voorrecht om een kleine schakel in Zijn gemeente te mogen zijn
Frank Willemse
Leeftijd: 27 jaar
Woonplaats: Scheveningen
Gezinssituatie: gehuwd, één kind
Kerkelijke gemeente: Prinses Julianakerk (protestantse gemeente Scheveningen)
Huidig ambt: jeugdouderling
Jaren in het ambt: 6 jaar

Ruimte voor geloofsvragen
“Naast mijn ambt als jeugdouderling en scriba ad interim studeer ik theologie, werk ik als godsdienstleraar op een middelbare school en ben ik sinds enkele maanden ook vader. Mijn agenda is daardoor behoorlijk afwisselend. Het ene dagdeel geef ik les, het volgende besteed ik aan mijn studie, daarna beantwoord ik de e-mails voor het scribaat en ’s avonds staat er bijvoorbeeld een kerkenraadsvergadering op het programma. Die afwisseling en het voortdurend schakelen tussen verschillende taken vind ik soms best een uitdaging. Ik probeer daarom vaste dagdelen in mijn agenda te reserveren voor het scribaat of het jeugdwerk, maar in de praktijk lukt dat niet altijd.
Sinds ik jeugdouderling ben, hebben jongeren mij vooral geleerd om niet te snel te oordelen. Als een activiteit minder goed wordt bezocht dan vroeger, is het gemakkelijk om te denken dat jongeren te druk zijn met sport, hun telefoon of andere bezigheden. Maar mijn ervaring is dat dat meestal niet de kern is.
Jongeren hebben nog steeds behoefte om elkaar te ontmoeten en samen te groeien in het geloof. Wel is het zo dat de vormen die twintig jaar geleden goed werkten, niet vanzelfsprekend meer aansluiten bij deze tijd. Dat houdt mij de spiegel voor dat jeugdwerk om maatwerk vraagt: steeds opnieuw de vraag stellen wat deze jongeren nodig hebben om in hun geloof te groeien.
Er zijn veel ontmoetingen met jongeren die mij zijn bijgebleven, vooral tijdens de jeugdkampen. Eén gesprek zal ik echter niet snel vergeten. Een jongere vertelde dat geloven moeilijk was, omdat hij of zij nooit iets van God ervoer. Die opmerking raakte mij diep. Zo’n gesprek maakte mij opnieuw duidelijk hoe uitdagend het is om vandaag de dag als kerkelijke jongere op te groeien. Ze leven in een samenleving waarin een seculiere manier van denken voortdurend aanwezig is. Tegelijk vond ik het mooi om te zien dat deze jongere, ondanks die worsteling, trouw naar de jeugdactiviteiten bleef komen. Juist die trouw heeft veel indruk op mij gemaakt.
Daarnaast heb ik geleerd dat ik niet altijd zelf degene hoef te zijn die het gesprek voert. Soms is het juist waardevol om jongeren met elkaar in gesprek te brengen. Zo organiseerden we samen met enkele buurgemeenten een avond waarop jongeren tijdens een maaltijd met elkaar spraken aan de hand van geloofsvragen. Onze jongeren hoorden toen verhalen en geloofservaringen die ze in hun eigen kleine groep niet snel zouden tegenkomen. Dat bevestigde voor mij hoe belangrijk het is om jongeren ook buiten de eigen gemeente met elkaar te verbinden.
Iemand die op het punt staat om jeugdouderling te worden, zou ik op het hart willen drukken: je wordt verkozen, dus je hebt het vertrouwen van de gemeente. Stel je dus niet te terughoudend op vanwege je jeugdige leeftijd. Ikzelf heb wel die neiging, maar dat is echt niet nodig! En: omring je met mensen die kennis van zaken hebben; die de gemeente kennen, maar die ook het nodige weten van beproefde jeugdwerkmethodes. Omdat er vóór ik aantrad geen jeugdouderling was, heb ik dit best wel gemist.
Waarom ik het geloof nog relevant vind voor jongeren? Ik zou niet snel over het geloof spreken in termen van relevantie. Ik geloof omdat God mij in Christus eerst heeft liefgehad. Geloof is dus bovenal een zaak van liefde. En liefde leer je alleen in relatie. Ik zou jongeren dus uitnodigen om bijvoorbeeld eens een kerk binnen te stappen, te bidden, na te gaan waar hun verlangen nu naar uitgaat. En dat is tegelijk een opdracht voor de kerk: leef de aanstekelijke liefde van Christus!”
Jongeren hebben mij vooral geleerd om niet te snel te oordelen
Niek-Willem Oskam
Leeftijd: 58 jaar
Woonplaats: Ede
Gezinssituatie: gehuwd, drie kinderen
Kerkelijke gemeente: hervormde gemeente Ede (Oude Kerk)
Huidig ambt: diaken
Jaren in het ambt: 25 jaar (in totaal)

Niet alles zelf willen dragen
“Nadat ik ouderling en ouderling-kerkrentmeester ben geweest, mag ik nu het ambt van diaken vervullen. Alles bij elkaar opgeteld mag ik inmiddels, met twee tussenpozen van enkele jaren, terugkijken op een kwarteeuw als ambtsdrager. Toen het ambt van ouderling dertig jaar geleden op mijn pad kwam, gebeurde dat toch vrij plotseling en moest ik er best nog wel even over nadenken. Ik dacht: ik kan het niet. Maar ik geloofde ook: Hij die roept zal mij kracht geven. In alle jaren die volgden, ben ik mij er steeds meer van bewust geraakt dat ik in alles van onze Schepper afhankelijk ben. Ik blijf me erover verwonderen dat Hij ons mensen wil gebruiken.
Toen ik met het ambtswerk begon, was de tijd anders dan nu. Steeds meer mensen denken tegenwoordig dat ze ook wel zonder de kerk kunnen geloven. Die ontwikkeling merkte ik al als ouderling: op den duur werd het voor mij steeds lastiger om een afspraak te maken. Ik merk ook een verschil in hoe ambtsdragers met gemeenteleden omgaan. Meer dan vroeger proberen we nu tussen de mensen te staan en samen met hen op te lopen. We durven ook meer te delen, bijvoorbeeld zaken die we zelf ook lastig vinden. Ik denk dat ik als ambtsdrager meer de dialoog aanga dan vroeger.
Wat mij in elk ambt het meest heeft aangesproken, is het persoonlijk optrekken met mensen. Als ouderling waren de gesprekken met gemeenteleden in mijn wijk voor mij heel waardevol. Met elkaar spreken over wat de Heere Jezus voor hen betekent, meeleven in mooie en moeilijke tijden, en samen zoeken naar antwoorden op de vragen die het leven met zich meebrengt. Daarbij besef je ook steeds hoe beperkt je zelf bent. Je hoeft niet overal een antwoord op te hebben; juist het erkennen dat wij mensen zijn, maakt zulke ontmoetingen oprecht.
Mijn eerste ambt was dat van ouderlingkerkrentmeester. Daar lag de verantwoordelijkheid vooral bij de stoffelijke belangen van de gemeente. Het gaf mij voldoening om eraan bij te dragen dat de kerkdiensten doorgang konden vinden en dat de gemeente de mogelijkheid had om een nieuwe herder en leraar te beroepen. Nu ik diaken ben, ervaar ik opnieuw hoe betekenisvol het is om er voor mensen te mogen zijn. Wanneer mensen door ziekte, verlies of andere ingrijpende omstandigheden tijdelijk niet verder kunnen, is het mooi dat zij bijvoorbeeld terechtkunnen in De Herberg, het Pastoraal Diaconaal Centrum, of ondersteuning kunnen ontvangen vanuit de diaconie. Dat ik daar als diaken een bijdrage aan mag leveren, ervaar ik als een waardevolle en dankbare taak.
Dat ik al zo lang ambtsdrager mag zijn, heeft alles te maken met het besef dat God ons leven regeert. Hij gaat met ons mee, ook tijdens de huisbezoeken. Wij mogen het Evangelie doorgeven, maar vervolgens mogen we het ook aan Hem overlaten. Dat heb ik in de loop van de jaren moeten leren: niet alles zelf te willen dragen of oplossen, maar het in de handen van mijn Schepper te leggen en Zijn weg te aanvaarden. Soms denk ik weleens: als mensen zich omkeren en tot bekering komen, dan is dat niet dankzij ons, maar ondanks ons. Dat houdt je klein en laat zien dat het uiteindelijk Gods werk is.
Als ik een onlangs verkozen ambtsdrager een advies zou mogen meegeven: doe het werk dat je in de gemeente hebt ontvangen in afhankelijkheid van de Heere, maar laat het niet je hele leven beheersen. Neem de tijd om dingen te overwegen en te doordenken. En als je ergens geen antwoord op hebt of merkt dat iets je macht te boven gaat, leg het dan in Zijn handen. Vertrouw erop dat Hij verder leidt en zorgt. Hij zal het maken.”
God gaat met ons als ambtsdragers mee, ook tijdens de huisbezoeken

