
De betekenis van de prediking van de Hebreeënbrief heeft betrekking op vier dingen. Ten eerste: de plaats van het Oude Testament. Ten tweede: de aandacht voor Christus’ aardse én hemelse werk. Ten derde: de noodzaak om vol te houden. Ten vierde: de gerichtheid op de hemelse dingen.
De prediking van de Hebreeënbrief werpt een dubbel licht op het Oude Testament. Aan de ene kant is het onmisbaar, want het wijst op allerlei manieren op de persoon en het werk van de Heere Jezus Christus. Zoals ik eerder schreef, kunnen we denken aan het oude verbond met Israël en de onderdelen van de eredienst: de tabernakel, de tempel, de offers en de priesters. De schrijver is hierover helemaal niet negatief, want deze zijn onderdeel van Gods openbaring. Wel is er in het oude verbond sprake van een schaduwdienst die vraagt om de vervulling door het Priesterwerk van Christus. We kunnen ook denken aan Messiaanse beloften, die in Psalmen en profeten doorklinken en die eveneens in Hem worden vervuld. Aan de andere kant gaat het licht steeds sterker op en wordt het Oude Testament overtroffen door het Nieuwe, door de beslissende verschijning van Christus in deze wereld. In Hem komt de diepste bedoeling van profeten, koningen en priesters, eredienst en offers aan het licht.
Voor de prediking is het een belangrijke leidraad dat ook het Oude Testament helemaal op Christus is betrokken. Hoewel andere thema’s eveneens aandacht krijgen, zoals de schepping, de wijsheid, het lijden, de raadsels van het leven en Gods macht over de koninkrijken, loopt de belofte van Hem als een rode draad door het Oude Testament heen. Alleen met het oog op de Heere Jezus wordt de prediking daaruit echte heilsverkondiging.

Een leven in liefde tot God en de naaste gaat samen met een strijd tegen elke vorm van kwaad.
Christus’ aardse én hemelse werk
Als we stilstaan bij het verlossingswerk van Christus, richten we ons meestal op Zijn lijden en kruis. Zo gebeurt het in de prediking, met name in de lijdenstijd en rond de viering van het Heilig Avondmaal. Hebreeën wijst erop dat Christus’ werk in de hemel niet minder belangrijk is. De tijd rond Hemelvaartsdag is een mooie gelegenheid om hierop in te gaan, maar dit kan natuurlijk ook goed op andere momenten. Op deze manier komt de volheid van Christus’ verlossingswerk aan de orde, want Zijn hemelse voorspraak laat zien dat het heil vastligt. Dit maakt niet alleen de heerlijkheid en de rijkdom van Christus nog groter, maar het voedt ook de geloofszekerheid. Zo is deze focus op de hemelse Christus ook in onze tijd erg bemoedigend, want wij komen eveneens in aanraking met teleurstellingen, tegenslagen en beproevingen. Hierdoor kunnen we zomaar verslappen en geruisloos afdwalen. De verkondiging van Christus’ hemelse werk is dan ook een van de rijkste thema’s in de prediking. Rond Hemelvaartsdag en op andere momenten mag het centrum van de Hebreeënbrief (8:1) in de prediking dus niet ontbreken!

