
Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) is voor velen een inspiratiebron. Tijdens mijn studieverlof verdiepte ik me in een minder bekend deel van zijn werk: zijn jeugdpreken. Voor de Singelkerk in Ridderkerk, mijn eigen gemeente, schreef ik hier een brochure over. In dit artikel geef ik een impressie.
Terwijl Bonhoeffer bezig is met zijn theologiestudie aan de Humboldt-universiteit in Berlijn, is hij tegelijk actief als jeugdwerker in het stadsdeel Grunewald. Dat houdt in dat hij catechese geeft, uitstapjes maakt met jongeren, maar vooral dat hij op zondag regelmatig mag voorgaan in zogenoemde Kindergottesdiensten. Dat zijn bijeenkomsten die speciaal bedoeld zijn voor kinderen en jongeren. Aan de ene kant is er een officiële liturgie, aan de andere kant is er meer ruimte voor interactie en dialoog.
Uit correspondentie met een bevriende collega, Richard Widmann, blijkt dat de Kindergottesdiensten druk werden bezocht en dat de kinderen nieuwsgierig luisterden. Verschillende preken zijn bewaard gebleven en opgenomen in de Dietrich Bonhoeffer Werke (DBW). De preken zijn tot nu toe nauwelijks in kaart gebracht. Tijdens mijn studieverlof heb ik ze onder het stof vandaan gehaald en ben ik op zoek gegaan naar de relevantie voor vandaag.
Proefschrift
Er zijn geen teksten bekend waarin Bonhoeffer expliciet uit de doeken doet wat hij met zijn jeugdpreken wil bereiken. Toch kunnen we hierover meer aan de weet komen. In diezelfde periode werkt hij namelijk aan zijn proefschrift. Het is een diepgravende studie naar de kerk als gemeenschap van heiligen.
Interessant is dat hij in deze studie ook twee keer de Kindergottesdienst ter sprake brengt. De eerste keer is dat in verband met de doop. De kerk is een gedoopte gemeenschap. De kinderdoop is daarbij uitgangspunt. God komt daarin objectief naar het kind toe en biedt Zijn genade aan. Tegelijk draagt de kerk een verantwoordelijkheid: “De gemeenschap der heiligen draagt haar kinderen, zoals een moeder haar kinderen draagt. Deze zorg voor haar kinderen moet voor de gemeente een ernstige aansporing zijn om zich serieus toe te wijden aan Kindergottesdiensten” (DBW, Band 1, 283).
Heiligheid
Ook in verband met de jeugdbewegingen laat Bonhoeffer zich over de Kindergottesdienst uit. In de Weimarrepubliek komen jeugdbewegingen van de grond, zoals de relatief onschuldige beweging van de Wandervogel, maar ook de politieke beweging van de NSDAP, waar later de Hitlerjugend uit zal ontstaan. Bonhoeffer is huiverig. Stellig neemt hij afstand van Paul Tillich, een modern protestants theoloog, die sprak over “heiligheid van de massa”. Daartegenover stelt Bonhoeffer: “Wij hebben alleen weet van de heiligheid van de gemeente waarin God de gemeente aan het Woord bindt en wil dat het Woord persoonlijk wordt toegeëigend” (DBW, Band 1, 292). Dat gebeurt in de Kindergottesdienst. Vanuit deze theologische gedachten heb ik als vraag geformuleerd: Hoe leren gedoopte jongeren in de preek te leven onder het gezag van Gods Woord? Kijkend door deze lens gaan we naar twee concrete preken.

