Waar bent u naar op zoek?

Christus weerspiegelen

ds. J. Belder
Door: ds. J. Belder
19-05-2023

‘Kees, doe niet zo kinderachtig! Wanneer word jij nou eens volwassen?!’ Wanneer is een mens volwassen: lichamelijk, geestelijk, emotioneel, sociaal, in het geloof? Verschillende reacties zijn mogelijk. Een verkenning en een voorzichtig antwoord vanuit Gods Woord.

Biologen beantwoorden de vraag anders dan ontwikkelingspsychologen. Sociologen weer anders dan theologen. Lichamelijk bezien ben je volwassen als je volgroeid bent. In maatschappelijk opzicht als je stemrecht krijgt, zonder toestemming kunt trouwen en een onderneming opzetten. Psychisch volwassen zijn wil zeggen dat je een zekere mate van zelfstandigheid hebt bereikt, je hebt verantwoordelijkheidsbesef ontwikkeld. Geestelijke volwassenheid is weer een verhaal apart. Op deze plaats zijn wij sterk geïnteresseerd in de vraag wanneer iemand in het geloof tot volwassenheid is gerijpt.

Geen waterdichte schotten

Laat ondertussen duidelijk zijn dat er geen waterdichte schotten tussen de ene en de andere categorie zijn. Integendeel. Het een grijpt in het ander. Kun je geestelijk volwassen zijn zonder dat je dat ook psychisch bent? Ik neig naar een krachtig ‘nee’. Je kunt qua jaren volwassen zijn geworden, maar in emotioneel en sociaal opzicht nog in de kinderschoenen staan.

Inwijdingsrituelen

Volwassen worden is een proces, niet statisch, maar dynamisch. Je bent altijd op weg, steeds in ontwikkeling. Vanouds kennen we allerlei inwijdingsrituelen en -ceremonieën die de grens tussen kind en (de weg naar) volwassenheid markeren. In het Jodendom is een meisje vanaf haar twaalfde levensjaar bat mitswa, dochter van de wet; een jongen is een jaar later bar mitswa, zoon der wet. Je bent dan volwaardig lid van de Joodse gemeenschap. De Rooms-Katholieke Kerk kent het vormsel op twaalfjarige leeftijd. In protestantse kringen was het lange tijd gebruikelijk kort na je achttiende verjaardag belijdenis van het geloof af te leggen. Je werd daarmee volwaardig lid van de geloofsgemeenschap. Vroeger gold de dienstplicht eveneens als zo’n grenspaal. Jongens werden er gevormd tot man. Ook daarin zit dus iets procesmatigs. Het is een weg van vorming en oefening, van groeien en ontwikkelen.

De Franse filosoof Alain Badiou (1937) klaagt over de infantiliteit, het kinderlijke, van de huidige (westerse) samenlevingen. Het wegvallen van initiëringsriten, egoïsme, consumentisme, kapitalisme en de afwezigheid van vaders zijn daarvan een voorname oorzaak. Wellicht valt er meer te zeggen, maar het is hier niet de plaats daar op door te gaan.

We gaan ook voorbij aan de vraag wanneer je lichamelijk – fysiek – volwassen bent. Dat gaat immers vanzelf. Je hoeft er niets aan te doen. Veel meer zijn we geïnteresseerd in de vraag wanneer een mens psychisch (emotioneel) en geestelijk volwassen is. Ons wordt een spiegel voorgehouden. Dat is leerzaam, ontdekkend, maar ook verootmoedigend, mits wij horen met evangelische en niet met wettische oren.

Zichzelf aanvaard

Wanneer ben je psychisch volwassen? Uit je dat vervolgens altijd, onder alle omstandigheden? De kenmerken van psychische, ofwel emotionele volwassenheid zijn het hebben van een gezonde mate van zelfkennis en zelfbeheersing. De oude Griekse wijsheid benadrukte al het belang daarvan. Naar verluidt stonden op het front van de tempel in Delphi de woorden: Ken uzelf (gnoti seauton, γνῶθι σεαυτόν). Wanneer we psychisch tot volwassenheid zijn gerijpt, zijn we in staat over onszelf te reflecteren.

Tegelijkertijd: wie kent zichzelf, verzucht de profeet Jeremia: ‘Arglistig is het hart, meer dan wat ook, ja dodelijk is het, wie zal het kennen?’ (Jer.17:9) Wie schrikt nooit van zichzelf? Van eigen gedachten en kleinzieligheden? Zelfkennis is heilzaam wanneer ze ons op Christus werpt.

Inzicht in eigen gedrag en motivatie leidt ook tot een reëel zelfbeeld en bewaart voor zelfoverschatting en -onderschatting. Je aanvaardt jezelf met jouw gaven en talenten, beperkingen en gebreken. Dat bewaart voor overmoedigheid en mismoedigheid. Wie psychisch volwassen is, heeft zichzelf aanvaard. Je kunt jezelf relativeren, dat is het tegenovergestelde van het eigen standpunt en het eigen gelijk verabsoluteren.

Wie niet (goed) kan omgaan met frustraties, macht en verantwoordelijkheid, veel kritiek op anderen heeft, zich voortdurend verongelijkt voelt en schuld vooral bij anderen zoekt, vertoont onvolwassen gedrag.

Incasseringsvermogen

Was er maar meer volwassen gedrag betoond – en nog – in kerkelijke geschillen, dan zouden er minder scheuringen en schisma’s zijn geweest. Principiële kwesties zijn vaker van psychologische (soms ook van sociologische) dan van theologische aard. Het gaat vaker om eerdan om leergeschillen. ‘Strijdbare helden’ worden dikwijls ook nog eens aangevuurd door hun sympathisanten, waardoor er geen weg terug meer lijkt over te blijven zonder gezichtsverlies. De psychisch volwassene is er niet op uit het laatste woord te hebben en zijn tegenstander met verbaal en psychisch geweld te overmeesteren. Hij heeft geleerd bijzaken van hoofdzaken te onderscheiden. Hij kan ook tegen een stootje, heeft incasseringsvermogen, is standvastig en heeft een stabiele overtuiging en levensstijl. Hij staat open voor correctie en daarmee voor zelfkritiek. Dat is alleen maar winst en dus zelfverrijking. Hij leeft niet onder de dictatuur van wat anderen van hem vinden of wat hij denkt dat ‘men’ van hem vindt, evenmin onder de dictatuur van het eigen opgeblazen ‘ik’. Hij is in staat om zich aan situaties aan te passen zonder dat die flexibiliteit hem kleurloos maakt, tot een mens die met alle winden meewaait, een mens zonder ruggengraat. Hij leert voortdurend bij, een proces van vallen – jezelf tegenvallen – en overeind krabbelen.

Scheefgroei

Ten overvloede wellicht zij opgemerkt dat fouten en scheefgroei in de opvoeding zich soms levenslang laten gelden. Denk aan een klimaat van afwijzing, bedreiging, vernedering, angst en afwezigheid van liefde. Ieder mens wil geaccepteerd worden en geliefd zijn, respect, waardering en veiligheid ontvangen, willen er geen psychische barsten optreden op weg naar volwassenheid. Pijnlijke herinneringen uit de jeugd kunnen een blokkade opwerpen naar emotionele en geestelijke volwassenwording. Echter, ook ziekte, fysieke zwakte, ouderdom en traumatische ervaringen kunnen de psychische elasticiteit aantasten, ‘de rek is eruit’.

Wie psychisch volwassen is, wordt niet gedreven door geldingsdrang en machtswellust. Als we dan ook nog leven vanuit Christus, zijn we de leiders die kerk en wereld nodig hebben, de vaders en moeders, de heiligen om wie jongeren dringend verlegen zijn.

Hechte relatie met Christus

Johannes onderscheidt verschillende stadia op weg naar geestelijke volwassenheid (1 Joh.2:12-13). Er zijn kinderen, jonge mannen en vaders in de genade. Paulus vertelt dat hij toen hij een kind was, dacht, sprak en redeneerde als een kind, maar sinds hij een man is, heeft hij dat kinderlijke achter zich gelaten (1 Kor.13:11).

Het is eigen aan een kind om te reageren vanuit het gevoel, vanuit primaire emoties. Het zoekt, of eist zelfs, een directe bevrediging van wat het hebben wil. Geduld moet geleerd en geoefend worden. We worden niet geestelijk volwassen doordat we een cursus volgen, een boek lezen, een podcast luisteren en ons aan een aantal regels onderwerpen. Geestelijke volwassenheid vindt zijn begin in wedergeboorte en bekering. Als het goed is, dan zet een groeiproces in; denk aan Paulus die aan de Filippenzen schrijft dat hij het stadium van volmaaktheid nog niet bereikt heeft, maar ernaar jaagt om te grijpen waartoe Christus hem gegrepen heeft (Filip.3:12).

Voorop staat dus een hechte relatie met Christus, in Wiens offer God met ons verzoend is. Vanuit dat punt – en nooit eerder – is Christus ook het Voorbeeld ter navolging. Hij neemt als het goed is de eerste plaats in ons leven in. Wie geestelijk volwassen werd, weerspiegelt Hem, ofwel: die wordt aan Hem gelijkvormig (Rom.8:29).

Doorleefde geloofstaal

Geestelijk volwassen worden is een proces met een heel eigen dimensie en karakter. In het ontluikend geestelijk leven wordt nog meer uit het gevoel dan vanuit het geloof geleefd en geredeneerd; dat is typisch voor de kinderfase. Wij worden evenwel niet door onze emoties, maar door het geloof gerechtvaardigd! Let er ook eens op hoe nadrukkelijk Schrift en belijdenis steeds het geloof en niet het gevoel voorop zetten.

Tegelijkertijd ademt de belijdenis doorleefde geloofstaal. Gods genade en liefde worden wel degelijk ervaren, maar steeds in relatie tot het geloof. Ons houvast ligt niet in onze ervaring maar in het door Christus volbrachte werk. Een volwassen geloof leeft boven stemmingen en gevoelens uit. Het geloof gelooft, ook als de beleving achterblijft. Het klampt zich vast aan Gods Woord, dat ook alle schijnvrome en valse gemoedsgesteldheden ontmaskert als vormen van zelfrechtvaardiging. Geloof hangt aan Gods beloften. Die zijn waar, ook als ik niets voel, zie of ervaar. Wie te zeer hangt naar ervaring, verkrampt als het gevoel ontbreekt, wat zo eigen is aan een depressieve stemming, depressie en trauma. Trouwens: niets voelen is ook voelen. Het missen van God is zelfs een heel sterke emotie.

ds. J. Belder
ds. J. Belder