Waar bent u naar op zoek?

Een hele opgave

ds. J.C. Schuurman
Door: ds. J.C. Schuurman
21-07-2022

‘Pastoraat, ik zie naar je om’, zo luidt het jaarthema van de Gereformeerde Bond. Ja, ík – dat is persoonlijk geformuleerd. Ik – dat raakt ieder gemeentelid. Niet alleen degenen die een pastorale taak hebben, zoals ambtsdragers en bezoekbroeders en -zusters.

Dat betekent dat er aan het thema van dit tweeluik – ‘Herderlijke zorg voor allen’ – twee kanten zitten.

Pastorale gemeenschap

In de eerste plaats dat er voor alle gemeenteleden pastorale zorg wil zijn. Als Paulus in Handelingen 20 afscheid neemt van de ouderlingen van Efeze, spoort hij hen aan om toe te zien op héél de kudde. Dat betreft alle leeftijden in de gemeente en ook mensen in alle mogelijke – en soms onmogelijke – omstandigheden. ‘Herderlijke zorg voor allen’ is in de praktijk een hele opgave. En laten we eerlijk zijn: het zal lang niet altijd lukken. Zeker niet als er sprake is van een grote gemeente of als er (te) weinig ambtsdragers zijn. In ieder geval kan een kerkenraad dat niet alleen.

Dat brengt ons bij het tweede wat in het thema ligt opgesloten. Herderlijke zorg is een roeping voor allen die tot de gemeente behoren, zodat we samen een pastorale gemeenschap vormen. Er wordt vaak gesproken over missionair en diaconaal gemeentezijn. Maar met evenveel bijbels recht kunnen we ook spreken over pastoraal gemeente-zijn.

Die dubbelheid is in lijn met onze kerkorde. Daarin wordt pastorale zorg als een taak van de gemeente gezien (en niet zozeer van de kerkenraad). Ik citeer uit artikel X: ‘De gemeente volbrengt haar pastorale taak in de herderlijke zorg aan de leden en anderen die deze zorg behoeven, opdat zij elkaar opbouwen in geloof, hoop en liefde.’ De kerkorde onderstreept dus dat er voor het pastoraat gemeentebreed een roeping ligt. Daarom zijn er die twee aspecten: herderlijke zorg voor/richting allen, en ook door allen.

Extra zorg

We mogen het belang van pastorale zorg niet onderschatten. De meesten van ons zullen uit eigen ervaring weten hoe goed aandacht vanuit de gemeente doet, als er zorgen zijn, maar ook als dat niet direct het geval is. Of hoe dit misschien juist pijnlijk wordt gemist, want dat kan natuurlijk ook. Heeft ieder mens geen H(h)erder nodig? Primair dé Herder, maar ook een herder met een kleine letter. Daarom heeft het reguliere huisbezoek – waarbij het streven is dat de hele gemeente systematisch wordt bezocht, ook als er geen bepaalde aanleiding is – een eigen waarde. Het lijkt me geen winst als we deze vorm van pastoraat, om welke reden dan ook, kwijtraken.

Bij ons staat over het algemeen de prediking hoog genoteerd. Dat is terecht. Maar de Heilige Geest maakt daarnaast gebruik van persoonlijke aandacht. Via herderlijke zorg worden ook mensen bereikt die niet onder de verkondiging komen. Binnen de gemeente van Christus is het pastoraat een van de belangrijkste bouwstenen. Door de coronacrisis zijn we nog weer extra bepaald bij het belang ervan. In veel gemeenten zijn in de afgelopen twee jaar mensen buiten beeld geraakt. Nog steeds worden sommigen gemist in de erediensten en bij andere kerkelijke activiteiten. De gevolgen van corona hebben mede tot de keus van het jaarthema pastoraat geleid. Vraagt het geen extra zorg om mensen de weg terug naar de gemeente te laten vinden?

Diepste vragen

Daarnaast zijn er vele andere noden en zorgen waarin herderlijke bijstand nodig is. Als het om de diepste vragen van het leven gaat… Zit het goed tussen God en mij? Deze vraag noem ik bewust als eerste, ook al is het vaak niet de eerste vraag waar mensen mee komen. Maar God Zelf stelt hem aan de orde. En als het ons gegeven wordt om tijdens een contact wat dieper af te steken, dan blijken vragen rond de zekerheid van het geloof en de toe-eigening van het heil toch meer te leven dan aanvankelijk leek. Dat geldt ook voor existentiële vragen rond Gods leiding en regering in het eigen leven én vanuit het wereldgebeuren. Alleen al de vragen die de oorlog in Oekraïne oproept en de dreiging die ervan uitgaat, het gevoel van onveiligheid…

Daarnaast zijn er tal van andere situaties die om pastorale zorg vragen: ernstige ziekte, de nadering van het levenseinde (‘Kan ik sterven? Ben ik bereid om God te ontmoeten?’), rouw na verlies, chronisch en/ of psychisch lijden, dementie, spanningen in relaties, kinderloosheid, overbelasting en daardoor uitgeschakeld zijn, de druk die op jonge gezinnen rust doordat meerdere ballen in de lucht gehouden moeten worden, de pijn als kinderen andere wegen gaan en kleinkinderen niet meer gedoopt zijn, de hoge eisen die vanuit het werk aan mensen worden gesteld (constant te moeten presteren omdat de lat hoog ligt), de vele informatie en prikkels die op jongeren afkomen, het gebrek aan rust voor de omgang met God. En zo kan ik nog wel even doorgaan als het om pastorale zorgen gaat. Het is maar een greep. Duidelijk is wel dat herderlijke zorg van eminent belang is.

De Bron

Hoe kunnen we werkelijk herder/pastor zijn? Dat is een kernvraag. Alleen als we iets hebben van dé Herder. Om tot zegen te zijn voor anderen dienen we aangesloten te zijn op de Bron, Die de drieenige God Zelf is. Ja, de Drie-enige! Het herderlijke is heel diep in God verankerd, omdat het zowel op de Vader als op de Zoon als op de Heilige Geest van toepassing is. In het Oude Testament wordt God Herder genoemd, primair de Herder van Israël. In het Nieuwe Testament horen we de Heere Jezus van Zichzelf getuigen dat Hij de goede Herder is. En al wordt de Heilige Geest, voor zover ik weet, geen Herder genoemd, Zijn werk is wél door en door herderlijk. Een van de voornaamste taken van de Geest is immers de weg wijzen, leiden in Gods Waarheid. Dat ligt heel dicht tegen weiden aan.

Herders die zichzelf weiden

De Heere Zelf is de Herder bij uitstek. Dat vinden we onder andere in Ezechiël 34. Dat is een indringend hoofdstuk, omdat God met een felle aanklacht richting de leiders van Israël komt. Zij zijn ontrouwe herders die alleen hun eigenbelang op het oog hebben, terwijl zij de kudde (Israël) verwaarlozen. Met als gevolg dat de schapen overal verspreid zijn, zonder herder. Het is de mentaliteit van de huurling (een aanduiding die Jezus in Johannes 10 gebruikt). ‘Wee de herders van Israël die zichzelf weiden’, zegt de Heere.

Onwillekeurig moet ik denken aan de al wat oudere roman Huurling en herder van Jan Overduin. Alleen de titel intrigeert al. Het gaat over een jonge predikant die in een diepe geloofscrisis komt, nadat zijn vriend tijdens een boottocht zijn leven opofferde om andere opvarenden te redden, terwijl die vriend uiterst sceptisch tegenover het geloof stond. Toch bracht hij dit offer, in tegenstelling tot de ik-figuur, die het níet deed, terwijl hij als predikant herder heette te zijn… Wat kan het op je afkomen: huurling en/of herder, wat ben ik zelf? Wie heeft nooit eens de neiging om weg te lopen of weg te kijken, als het je iets gaat kosten om herder te zijn? De leiders uit de tijd van Ezechiël konden wel eens dichter bij ons staan dan we willen weten. Ze vormen in ieder geval een ontdekkende spiegel.

Fijngevoeligheid

Maar dan komt de Heere Zelf in actie als Herder. En laat Hij nou precies alles doen wat de ontrouwe herders hebben nagelaten. Het zijn ontroerende woorden in Ezechiël 34: ‘Ik zal Zelf Mijn schapen weiden en Ik zal ze Zelf doen neerliggen, spreekt de Heere Heere. Het verlorene zal Ik zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen, het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik versterken, maar het welgedane en het sterke zal ik wegvagen. Ik zal ze weiden zoals het hoort.’ Zo is God, door en door Herder. Hij heeft persoonlijke aandacht voor ieder, ook oog voor ieders specifieke nood. Dat betreft juist de zwakken.

Het is net alsof je de Heere Jezus al bezig ziet. Geen wonder dat er in dit hoofdstuk van Hem wordt geprofeteerd. Wat lijkt Hij sprekend op Zijn Vader. Ook Hij wist tijdens Zijn rondwandeling precies wat ieder nodig had. Waarom zocht Hij Maria Magdalena na Zijn opstanding als eerste op? Omdat zij het meest in nood was. Maar Jezus kon ook vlijmscherp zijn richting zelfvoldane mensen die Hem afwezen. Herderlijke zorg vraagt om maatwerk. Iemand aan de rand van de gemeente benader je anders dan een betrokken gemeentelid. Een ziekenbezoek heeft een ander karakter dan het meeleven rond een jubileum. Een oudere treed je anders tegemoet dan een jongere. Zulk maatwerk vraagt fijngevoeligheid. Van Wie kunnen we dat beter leren dan van de Heere Jezus Zelf?

ds. J.C. Schuurman
ds. J.C. Schuurman