Psalm 42 is een van de meest geliefde Psalmen. Het lied spreekt herkenbaar over het verlangen naar God. Maar evengoed herkennen velen wat er in vers 5 van de berijmde psalm staat: “Ik zal Zijn lof zelfs in de nacht zingen, daar ik Hem verwacht”. De nacht staat voor alles wat het leven zwaar maakt: moeite, verdriet, pijn, teleurstelling, geestelijke aanvechting, somberheid en depressie. Maar hoe kun je dan Gods lof zingen?
Dat is geen theoretische vraag. Iedereen krijgt vroeg of laat met die nacht te maken. Hoe houd je de lofzang gaande als je leven door diepte en duisternis gaat? Hoe ga je als christen om met leed en verdriet?
De bekende Belgische psychiater Dirk De Wachter stelt in zijn boeken dat lijden geen uitzondering is, maar een wezenlijk onderdeel van het leven. Verdriet, verlies, teleurstelling en gebrokenheid horen erbij. Hij ziet echter dat onze cultuur daar steeds moeilijker mee om kan gaan. Reclame, social media en populaire cultuur geven het beeld dat geluk maakbaar is en dat we voortdurend gelukkig moeten zijn. Als je maar de juiste keuzes maakt, kun je zelf een gelukkig leven creëren.
Volgens De Wachter is dat een illusie. Het leven is per definitie gebroken en onvolmaakt. Lijden hoort erbij en hoeft niet altijd opgelost te worden. Geluk is niet permanent. Een betekenisvol leven bestaat juist uit een mengeling van vreugde en verdriet, hoop en gebrokenheid. De Wachter benadrukt de waarde van kwetsbaarheid. Niet als iets negatiefs, maar als essentieel onderdeel van menselijkheid. Echte verbondenheid ontstaat vaak wanneer mensen hun pijn met elkaar delen. De Wachter is geen christen, maar dit is wel een Bijbelse gedachte.
Rauwheid
De Bijbel is opmerkelijk eerlijk over lijden. Het leven wordt in al zijn rauwheid beschreven. Ook laat de Bijbel eerlijk zien hoe Gods kinderen reageren. Je komt er geen modelgelovigen tegen. Het is geen gladgestreken verhaal van mensen die altijd zeker zijn van hun geloof, maar een weergave van mensen van vlees en bloed die hun weg zoeken met God, vaak dwars door moeite, vragen en verdriet heen. Daarin ligt de pastorale rijkdom van de Bijbel. Het lijden wordt serieus genomen, zonder dat God uit beeld verdwijnt.
Als je de Bijbel opent, ontdek je al snel dat lijden geen uitzondering is, maar regel. Vanaf de eerste hoofdstukken van Genesis zien we hoe de zondeval de gebrokenheid de wereld binnenbrengt, in alle relaties waarin de mens leeft: tot God, de naaste, zichzelf en de schepping. Het geloof wordt niet gepresenteerd als een manier om aan die werkelijkheid te ontsnappen. Gelovigen delen in dezelfde kwetsbaarheid als ieder mens. Als christen leef je niet in een stormvrij gebied. Integendeel, soms lijkt het alsof gelovigen extra geraakt worden. Denk aan Job, David, Paulus en aan de Heere Jezus Zelf. Het christelijk geloof is geen ontsnappingsroute uit het lijden, maar een weg om erdoorheen te leven, in verbondenheid met God.
Niet klagen, maar dragen
Maar hoe ziet die weg eruit? Hoe houd je de lofzang gaande, onder alle omstandigheden van het leven? Voordat ik daar iets over zeg, wil ik eerst stilstaan bij iets wat we gemakkelijk vergeten: de plaats van de klacht. In het pastoraat hoor ik nog weleens de woorden van predikant-dichter Nicolaas Beets: niet klagen, maar dragen en vragen om kracht. Alsof klagen een teken van zwak geloof zou zijn. Alsof echt vertrouwen betekent dat je geen vragen meer stelt en geen worstelingen hebt, en alleen maar berust in ’s HEEREN welbehagen… Maar de Bijbel laat een ander beeld zien.
"*" geeft vereiste velden aan