‘Hou vol, God is trouw’ is het thema waarmee de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) dit jaar zijn 125-jarig bestaan viert. Zendingswerk verandert door de tijd heen, maar de oproep van de Heere Jezus om het Evangelie te delen verandert niet. Wie weet zich in 2026 geroepen?
“Blijf getrouw tot den dood en Ik zal u geven de kroon des levens.” Deze woorden sieren de grafsteen van de eerste zendingswerker van de GZB, A.A. van de Loosdrecht. In 1913 wordt hij vanuit Veenendaal uitgezonden naar het Toraja-gebied (spreek uit als: Torratja) op het eiland Sulawesi in het huidige Indonesië.
Vier jaar lang werkt hij onder de Toraja’s in Rantepao, waar dierenoffers en voorouderverering tot op de dag van vandaag gebruikelijk zijn. Onder de kleine groep christenen daar wint hij vertrouwen en de kerk groeit.
Tegelijk ontstaat er in deze koloniale setting ook tegenstand, onder meer door toenemende bemoeienis van de Nederlandse overheid (denk aan het opleggen van belastingen, het verbieden van dobbelen en hanengevechten en andere ingrepen in het dagelijkse leven van de Toraja’s). Onder leiding van ene Pong Masanka ontstaat er een bende die tegen de overheid in opstand komt.
Op donderdagavond 26 juli 1917 wordt de 32-jarige Antonie van de Loosdrecht door deze Pong Masanka door een speer in zijn hart gestoken, als hij zittend op de veranda van het verblijf waar hij te gast is, in het dorpje Bori, de Bijbelse verhalen in de lokale taal doorneemt.
Hij wankelt naar binnen, waar hem gevraagd wordt of zijn vrouw geroepen moet worden, die thuis verblijft in een dorpje verderop – in verwachting van hun tweede kind. “Nee, dat is niet meer nodig, want ik ga spoedig sterven”, antwoordt Van de Loosdrecht: “Ik wil nu bidden.” Kort daarna sterft hij, met gevouwen handen.
Twee dagen later wordt Van de Loosdrecht begraven. Zijn graf met daarop de tekst uit Openbaring 2 is nog altijd een herinnering aan het ontstaan van de kerk in Toraja – een kerk die nu ruim een half miljoen leden telt.
Moordenaar gedoopt
In 1951, enkele jaren nadat de kerk in Toraja zelfstandig is geworden, vindt in Bori een doopdienst plaats. De dopeling is Paulus Pong Masanka, de moordenaar van Van de Loosdrecht. De toevoeging van Paulus aan zijn naam behoeft geen uitleg. Zoals eerder in de kerkgeschiedenis bleek ook hier dat het bloed van de martelaren het zaad van de kerk is. Op YouTube vind je talloze filmpjes van Indonesiërs die het verhaal van Van de Loosdrecht vertellen (zoek op ‘Aris Antonie van de Loosdrecht’) en met eer zijn naam noemen. De missionaire drijfveren van deze eerste GZB-zendeling worden terecht losgekoppeld van het kolonialisme van zijn medelanders destijds.
"*" geeft vereiste velden aan