
Op de dag dat ik het nieuwste boek van prof. dr. Arnold Huijgen, Inferno, ter hand neem, bericht de NOS dat Parijs vanwege de warmte “een hel op aarde” is geworden. Een week of wat later waarschuwt De Groene Amsterdammer voor de hel van social media waartegen we onze kinderen moeten beschermen. Merkwaardig: steeds minder mensen geloven in het bestaan van de hel, terwijl talloze uitdrukkingen ervan doorspekt zijn.
Huijgen, hoogleraar dogmatiek aan de PThU, legt – na Lezen en laten lezen (2019) en Maria (2021) – een studie over de hel op tafel. In het woord vooraf lijkt hij zich te verontschuldigen voor de keuze van dit thema, dat hij met een rake beeldspraak “een vergeten groente uit de tuin van de protestantse theologie” noemt, waarvan de smaak uiteenlopende reacties oproept. Dat de wereld slecht uit de voeten kan met een God Die oordeelt, valt te begrijpen. Dat kerk en theologie verlegen zijn geraakt met een centraal deel van de geloofsleer, is ronduit zorgwekkend. Maar zelfs dat hoeft ons niet te verbazen. De schrijver van de Hebreeënbrief noemt het eeuwig oordeel als een van de onderwerpen die tot het Bijbels ABC behoren. Helaas blijkt er onder de lezers van deze nieuwtestamentische brief een grote onkunde te zijn met betrekking tot het ‘eerste onderwijs’ (Hebr. 6:1), en betreurt de schrijver dat de christelijke gemeente (opnieuw) in de grondbeginselen onderwezen moet worden. Nog aan de melk, terwijl je redelijkerwijs mag verwachten dat ze geestelijk volwassen is. We houden onze adem in. Er is dus – ondanks dat we inmiddels in de eenentwintigste eeuw van het Nieuwe Testament leven – weinig veranderd. Een verontschuldiging voor dit thema is niet nodig.
Schoolvoorbeeld
De gang van Inferno is als volgt: Huijgen schetst in de eerste vier hoofdstukken de belangrijkste interpretaties die de hel gekregen heeft. Na de inleiding (hoofdstuk 1) staat in hoofdstuk 2 de augustiniaanse visie centraal (met wortels in de Griekse oudheid), zoals deze in het christelijke Westen tot aan de verlichting brede aanhang vond: de hel als de plaats van altijddurende pijniging. Hoofdstuk 3 behandelt de annihilationistische visie: de gedachte van de hel als vernietiging van de goddelozen. Hoofdstuk 4 stelt de visie op de hel als reinigingsoord centraal. Hoofdstuk 5 vormt een doorstart, waarbij de auteur inzet bij de belijdenis van Jezus’ nederdaling ter helle. Hoofdstuk 6 doet een systematisch-theologisch voorstel dat er in de kern op neerkomt dat we niet over de hel kunnen spreken los van Christus, Die Zelf is neergedaald in de diepste Godverlatenheid. Het laatste hoofdstuk vat het voorgaande samen en biedt daarbij een aantal meditatieve overwegingen. Al met al vormt deze studie een schoolvoorbeeld van hoe een theologisch boek er idealiter uit zou moeten zien.
De Bijbel
Inferno besteedt veel aandacht aan Bijbelse gegevens over de hel. Je zou natuurlijk niet anders verwachten, maar het is ook verhelderend, omdat Huijgen laat zien hoe men met een beroep op verschillende Bijbelgedeelten tot een visie op de eeuwige straf kwam.
In deze bijdrage borduur ik voort op wat Inferno te berde brengt over het Mattheüsevangelie. Ik probeer te laten zien hoe de verschillende gegevens over het eindgericht met elkaar samenhangen, én een ernstige spiegel aan de (westerse) kerk voorhouden. In mijn optiek – en daar geeft deze studie goede aanzetten toe – is het uitgerekend het Mattheüsevangelie waarin de Heere Jezus het vuur aan de schenen van Zijn volgelingen legt. De in de eerste eeuwen populaire (apocriefe) Apocalyps van Petrus (tweede eeuw na Christus) stelt in beeldrijke bewoordingen dat de zwaarste straffen in het hiernamaals voor het kerkvolk en de theologen zijn gereserveerd. Ignatius van Antiochië (een van de apostolische vaders, gestorven omstreeks 110 n.C.) schrijft in zijn zendbrieven aan Efeze en Filadelfia dat helse verschrikkingen zullen komen over hen die de eenheid van de kerk op het spel zetten. We schrikken ervan. De hel is dichterbij dan je denkt.
