Inmiddels is het overal te zien en te horen geweest: de onverwachte opleving van interesse onder jongeren, bekend als generatie Z – geboren tussen 1997 en 2012 – voor religie, God en geloof, en zelfs kerk. Van Nieuwsuur en EenVandaag , van NRC tot De Groene Amsterdammer, overal is het besproken. Maar waar komt die opleving nu eigenlijk vandaan?
Binnen de kerken en de daaraan verbonden organisaties is deze ontwikkeling ook het gesprek van de dag. Zo klinken er verhalen van ‘gewone’ bondsgemeenten waar ineens jonge mensen in de banken plaatsnemen, ziet Alpha Nederland de toeloop van deze groep op hun cursussen met tientallen procenten toenemen en staan social media bol van filmpjes over God en geloof. Tegelijk zien veel kerken hun eigen jongeren gaan en ziet lang niet elke kerk jonge mensen op zondag over de drempel komen. Binnen de kerk klinkt er enthousiasme, voorzichtige hoop, maar ook iets van onzekerheid en terughoudendheid: wat gebeurt hier? Waar komt het vandaan? En vooral ook: wat moeten we ermee? En ergens speelt ook de vraag: is dit iets van God?
Worstelen
Onlangs sprak ik met vertegenwoordigers van parakerkelijke organisaties over gen Z, en wat zij zien in hun werk met jongeren. Het beeld dat naar voren kwam, is uitgesproken dubbel: een generatie die wordt gevormd door social media, permanente prikkels en prestatiedruk en tegelijk een generatie die hunkert naar diepgang, waarheid, echtheid en discipline. Jongeren zoeken gemeenschap en richting, maar worstelen met mentale kwetsbaarheid en een gebrek aan levensritme. Terwijl nieuwgelovigen binnenkomen, haken eigen jongeren af, wat kerken voor grote vragen stelt rond discipelschap, begeleiding en een groeiende religieuze ongeletterdheid.
Oubollig en vreemd
Bekeringsverhalen kenmerken zich niet door het paradigma ‘Ik ben schuldig en ik moet verzoend worden met God’, maar wel door: ‘Ik ben gebroken en heb een Heler nodig’. Gen Z blijkt diep beïnvloed door crisiservaringen, digitale cultuur en een verlangen naar betekenisvolle relaties. Opvallend is dat juist de ‘klassieke’ christelijke tradities – door sommigen oubollig of vreemd gevonden – aantrekkingskracht hebben op deze generatie. In die tradities gaat een andere wereld open: een wereld met stevigheid, ritme, liturgie en een helder verhaal. Precies dat maakt deze oude vormen verrassend relevant voor jongeren die houvast zoeken in een cultuur die hun voortdurend opdraagt zichzelf te maken. Wie vandaag door TikTok scrolt, ziet talloze filmpjes voorbijkomen waarin jongeren openlijk spreken over God en geloof. Deze zogeheten Faithtokkers, regelmatig ook zelf nieuwgelovigen, gebruiken dezelfde directe stijl waarmee ze eerder make-up of lifestyleproducten aanprezen nu om geloofsinhoud aan de mens te brengen. Wat opvalt, is de radicale taal, de vreugde over een nieuw leven en de nadruk op het concrete: geloof als lifestyle die rust, richting en ritme brengt in de chaos van het laatmoderne bestaan, waar je niet eerst hoeft te presteren om geliefd te zijn. Compleet met ‘lifehacks’ voor het christelijke leven: hoe te bidden, hoe de Bijbel te lezen, hoe om te gaan met dagelijkse vragen. Ook hier blijkt dat ‘vreemdheid’ aantrekkelijk kan zijn.
Priesters
De online aanwezigheid van priesters uit bijvoorbeeld de Oosters-Orthodoxe Kerk wordt massaal gewaardeerd, en voor een groeiende groep gen Z’ers is dit zelfs aanleiding om de stap naar een orthodoxe kerk te zetten. Het gaat niet om massale bewegingen, maar het zegt wel iets over deze tijd: tradities die een werkelijk ‘andere wereld’ vertegenwoordigen, blijken verrassend aantrekkelijk voor jonge mensen. Dat geldt niet alleen in Nederland, maar in de hele westerse wereld. Steeds meer jongeren vinden hun plek in klassieke kerkelijke tradities zoals de rooms-katholieke, bevindelijk gereformeerde of oosters-orthodoxe.
In een snel veranderende wereld, waarin de toekomst niet meer zo beloftevol voelt als in de jaren negentig, belichamen deze oude tradities een duurzame omgang met het leven. De sacramenten, het ritme van gebed en de duidelijke kaders geven jongeren rust, richting en een gevoel van thuiskomen. In een tijd van prestatiedruk en identiteitsverwarring ontdekken zij in deze tradities een fundament dat hen draagt – met daarbij een gemeenschap waarin gedeeld, geoefend en zelfs gefaald mag worden.
"*" geeft vereiste velden aan