Waar bent u naar op zoek?

Pinksteren in oorlogstijd

Hoe bid je voor Israël terwijl Libanon brandt?

Ds. H.B. van der Knijff
Door: Ds. H.B. van der Knijff
Pinksteren
21-05-2026

In Libanon is het al lange tijd onrustig: maanden, of eigenlijk al jaren. Hetzelfde geldt voor grote delen van het Midden-Oosten. Oorlogen, vernietigingszucht, internationale spelletjes, aanslagen en bombardementen. Ze zijn aan de orde van de dag en bepalen het leven van miljoenen mensen. In die onzekere situatie leven we toe naar het pinksterfeest en de uitstorting van de Heilige Geest.

Die context doet natuurlijk wel wat met de verwachting en ervaring. De paasdagen waren bijvoorbeeld heel onrustig. Met het geluid van bombardementen en overrazende gevechtsvliegtuigen lag er toch een sluier over. Hoe zal het met Pinksteren gaan? Hoe dan ook lichten in deze onzekere context andere aspecten van het werk van de Geest op.

De zuchtende Geest

Allereerst denk ik dan aan de zuchtende Geest. We kennen het beeld uit Romeinen 8. Paulus schrijft daar over het lijden van mensheid en schepping. De schepping zucht, de gelovigen zuchten, maar het meest verrassend: de Geest zucht. “De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuch‍tingen” (Rom. 8:26). Te midden van alle lijden en onrecht is het een bemoedigende gedachte. Alle geweld en onrecht, soms zelfs in Zijn naam begaan, gaat niet aan God voorbij. Wanneer de schepping en de mensheid zuchten, zucht de Geest mee.

Bij Paulus staat de uitspraak in de context van het gebed. Of eigenlijk: van onze moeite met het gebed. Ik hoor regelmatig van voorgangers uit Nederland dat ze verlegenheid ervaren met bidden voor het Midden-Oosten. Want kunnen we nog zomaar, on‍gekwalificeerd, voor Israël bidden? En zo ja, wat bid‍den we dan? En aan de andere kant: hoe bidden we voor Palestijnen, Libanezen, Iraniërs? De oren van menig gemeentelid staan extra gespitst als het gaat om het gebed voor het Midden-Oosten, en dat maakt het er niet makkelijker op. “Want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort” (Rom. 8:26).

Persoonlijk ervaren we het ook, levend in Libanon. Hoe bid je voor Israël als je ’s nachts wakker ligt van Israëlische bombardementen? Als je medegelovigen spreekt die voor de zoveelste keer in hun leven op de vlucht zijn voor het Israëlische leger? En als je bidt voor Israël: waar verwijst dat woord eigenlijk naar? Als zelfs lokale mensen niet weten wat een goede uitkomst van deze oorlog zou zijn, waar bid‍den we dan eigenlijk om als we om vrede bidden? Zomaar een paar vragen waar ik de afgelopen jaren mee worstelde. Bidden in oorlogstijd is ongelooflijk ingewikkeld. Weer: “Want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort.”

Juist dan is het zuchten van de Geest een troost. Het lijden van Zijn schepping gaat God aan het hart. Hij ziet het onrecht, hoort het klagen, proeft de verwar‍ring in ons hart. Al die gestamelde, onsamenhan‍gende gebeden, waar we zelf zo onze twijfels over hebben, belanden voor Gods troon. De Geest pleit voor ons.

De Geest doorbreekt de grenzen…

Met name in het boek Handelingen wordt de Geest beschreven als een grensganger. Allerlei barrières worden geslecht. Taal blijkt geen probleem zodra de Geest gaat waaien. Allerlei volken en stammen vin‍den elkaar rondom het Evangelie van de opgestane Heere. Op de ‘tweede pinksterdag’ van Handelingen 10 wordt de grens tussen Jood en heiden definitief doorbroken. De Geest drijft Petrus de grens over, het onreine huis van Cornelius binnen.

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan

Ds. H.B. van der Knijff
Ds. H.B. van der Knijff

is predikant van de hervormde gemeente te Wilsum.