Dank voor je reactie. Helpend is het dat je schrijft dat we niet moeten accepteren dat het bij ons spreken over Israël gaat over een ‘alles-of-niets-pakket’. Om ons heen zien we dat wel vaak gebeuren, waardoor uiterste standpunten radicaal tegenover elkaar komen te staan.
Je gaat in op de vraag hoe we de beloften van het Oude Testament nu lezen. Betekenisvol is dat je wijst op de eerste tekst van Hebreeën. Jij benadrukt daarbij het ‘nieuwe’ van het Nieuwe Testament, en daarin val ik je bij. De komst van Jezus Christus in deze wereld en Zijn volbrachte werk vormen het allesbeslissende scharnierpunt in de wereldgeschiedenis. Voor Jood en heiden is er geen andere Naam onder de hemel gegeven waardoor wij zalig moeten worden (Hand. 4:12).
Tegelijk ben ik er beducht voor dat het benadrukken van het ‘nieuwe’ van het Nieuwe Testament in mindering komt op het eigen gezag van het Oude Testament. Juist bij bestrijders van de kinderdoop, waar jij in je vorige brief illustratief naar verwijst, zie je dat men de doorgaande lijn van Oude naar Nieuwe Testament onvoldoende onderkent. Het blijvend gezag van het Oude Testament is geborgd in de Gód van beide testamenten, Die onveranderlijk is en trouw blijft aan Zichzelf en aan Zijn volk. Als Paulus schrijft dat in de Heere Jezus al Gods beloften ja en amen zijn (2 Kor. 1:20), is dat geen ontkenning van de betekenis van Gods beloften in het Oude Testament, maar juist een bekrachtiging. Door het werk van Christus is er alle reden om verwachting te hebben van wat God door heel de Bijbel heen heeft toegezegd aan het volk van Zijn verbond.
Ik blijf nog even hangen bij de eerdergenoemde Psalmen 105 en 130. Jij schrijft in je brief dat je, evenals ik, daarbij eerst denkt aan Gods verbond met Israël. Is dat voor jou dan alleen het oudtestamentische Israël, of ook het Israël (het Joodse volk binnen en buiten de staat Israël) door de eeuwen heen, tot vandaag de dag toe? Ik geloof namelijk dat het huidige Israël één geheel vormt met het volk van Israël in de tijd van het Oude Testament. De ‘Hoop van Israël’ (Jer. 17:13; vgl. Hand. 28:20b) is ook in de eenentwintigste eeuw Israëls Hoop!
Je vraagt wat het voor mij betekent dat de Bijbel bij Adam en niet bij Abraham begint. Het maakt mij duidelijk dat God de hele mensheid op het oog heeft. Dat de Heidelbergse Catechismus daarbij het totale volk van God, uit Jood en heiden, in Christus verenigd ziet, is vanuit Efeze 2:11-22 inderdaad te verdedigen. Ik doe daar niets aan af. Als je echter schrijft dat Gods relatie met Israël wordt opgenomen in een groter geheel, dan dreig je in conflict te komen met hoe Romeinen 11 hierover spreekt. Niet Israël wordt ergens in opgenomen, maar wij (christenen uit de heidenvolken) worden ‘in Israël ingelijfd’ en mogen ‘de naam van Sions kinderen dragen’ (Ps. 87 vers 4 berijmd).
Tegelijk, beste broeder: er is na de opstelling van de Heidelbergse Catechismus wel iets gebeurd. Aangrijpend genoeg waren de afschrikwekkende gebeurtenissen tijdens de Holocaust een reden voor veel (gereformeerde) christenen om de betekenis van Gods verkiezing van Israël opnieuw te doordenken. En dat we deze briefwisseling nu hebben, is mede omdat we op 7 oktober 2023 opnieuw met de neus op de feiten zijn gedrukt. Toen mij op de catechisaties werd verteld dat het misschien wel een gemis was dat er in de Heidelbergse Catechismus geen eigen aandacht voor Israël was, begreep ik dat niet. Nu des te meer. Ik kan de toevoeging van dr. W. Verboom in zijn ‘eigentijdse weergave’ (2007) wel waarderen:
54a Wat geloof je van het volk Israël?
Israël is het volk van Gods verbond. De kerk is niet in de plaats van Israël gekomen, maar door het geloof bij Israël ingelijfd. Eenmaal zal heel Israël zalig worden door het geloof in Jezus Christus (Romeinen 11:26).
54b Welke taak heeft de kerk ten aanzien van Israël?
Zij getuigt in het gesprek met Israël dat Jezus de beloofde Messias is. Ook bidt de kerk voor Israël.
Hoe kijk jij naar zo’n toevoeging? En zie jij nog wel een eigen plek voor het volk van Israël in Gods heilsplan vandaag de dag, of eigenlijk helemaal niet?
Sjalom!
Jonathan