
Een van de mooie beelden van de kerk is dat van een koor. Wie belijdt, voegt zich in een koor van stemmen van alle tijden en plaatsen, bijeengebracht door Jezus Christus, dat de lof op de Drie-enige Heere bezingt. En in dat koor mag je je stem laten horen. Maar dat koor helpt jou ook om de wijs te houden – of om voor te zingen wanneer je stem breekt.
Eén van die stemmen aan ons gegeven is die van de hervormde ds. Kornelis Heiko Miskotte (1894-1976). Op 31 augustus was het zijn vijftigste sterfdag. En hij had veel noten op zijn zang. De man was een veelschrijver en hij schreef veelzijdig: theologische werken, dagboeknotities tot en met beschouwingen over kunst en cultuur.
Wie niet gestoord wil worden in z’n eigen ideeën, kan Miskotte beter dichtlaten. Niettemin zijn er – ook in de kring van de Gereformeerde Bond – de nodige reserves geweest tegen Miskotte. Wellicht heeft u Miskotte al uit het koor gezet. ‘Te vals’. Daarom bij deze een handreiking. Om in dat beeld te blijven, schets ik ‘een handvol (vijf vingers) Miskotte’, als een uitnodiging voor verdere verdieping in deze boeiende man die zich zo moeilijk in hokjes laat stoppen. Onderweg zal ik her en der aangeven waar er reserves zijn deze uitgestoken hand aan te nemen.
Begin bij de Naam
Als eerste spoort Miskotte aan: ‘begin bij de NAAM’. Iets uitgebreider geformuleerd: laat de Naam van God leidend zijn in je denken en spreken over God. Dat klinkt misschien nog steeds te vaag. Hoe kwam Miskotte hierbij? Hij had er een scherp oog en oor voor dat het Evangelie klinkt in een wereld van goden en godsbeelden. En soms schurken ze dicht tegen de wijze aan waarop de HEERE Zich openbaart. En daarom zingt Miskotte voor: let op hoe Hij anders is dan alle andere goden en godsbeelden. Dus ook: anders dan de godsbeelden van dat mini-fabriekje in je eigen hart en je eigen verstand.
Dat anders-zijn zag Miskotte terug in de Naam. HEERE: de ‘Ik ben (Die Ik ben)’ Die in Zijn weg met Israël en de vervulling van Zijn beloften toont Wie, hoe Hij is. Zijn Naam mag je niet losmaken van Zijn daden, Zijn handelen in de geschiedenis. Alleen wie bij deze Naam begint, komt op het spoor Wie Hij is. En het is die Naam die wordt uitgeschreven in het leven van de Zoon, Jezus Christus. Alle andere namen van God zijn als het ware Zijn bijnamen. Want met ‘de Almachtige’ kan een islamiet ook wel uit de voeten. En de Onveranderlijke is voor een Griekse filosoof prima te verteren. Nee, zegt Miskotte. Het is de HEERE Die de Almachtige is, het is de HEERE, Die de Getrouwe is.
Dat is een andere toonsoort dan we vaak in onze traditie horen. De Nederlandse Geloofsbelijdenis begint in artikel 1 bij het belijden van God als een ‘enig en eenvoudig geestelijk Wezen’, om vervolgens Zijn eigenschappen op te noemen. Het gevaar daarvan is dat wij van onderop, bijvoorbeeld met hulp van de filosofie, gaan invullen hoe die eigenschappen dan zijn. De stem van Miskotte is een tegenstem in het koor: begin bij de Schrift en laat het handelen van de HEERE stempelen hoe Hij is.
Om één voorbeeld te noemen, pas het eens toe op de almacht van God. Bij dat woord denken wij aan kracht, aan ‘Alleskunner’. De Schrift wijst een ander spoor: Hij kan wat Hij wil. En het hoogtepunt van Zijn almacht, luisterend naar het Woord? Waar ‘Ik ben’ aan het vloekhout hangt om daar de machten van schuld, zonde, kwaad te breken. In al Zijn zwakheid blinkt de almacht van deze HEERE. Hoe ongedacht – en daar valt van te zingen!

