Waar bent u naar op zoek?

Serie kleine profeten: Obadja

Obadja laat zien: God vergeet zijn belofte niet

Dr. A.J. van den Herik
Door: Dr. A.J. van den Herik
Bijbelboek
04-06-2026

Het boek van de profeet Obadja is het kortste van alle profetenboeken. Het bestaat slechts uit één hoofdstuk en bevat in het Hebreeuws maar 291 woorden. Het heeft ook slechts één thema: Gods reactie op het onheil en onrecht dat Israël door de Edomieten is aangedaan. Dit boekje bevat Gods spreken en is daarom opgenomen in de Bijbel. Het heeft een strekking die tot in onze tijd reikt.

De schrijver van het boek is ons onbekend. Weliswaar komt de naam Obadja regelmatig voor in de Bijbel, maar geen van deze ver‍meldingen heeft betrekking op de auteur van dit boekje. Ook wordt de afkomst van deze profeet niet vermeld; we horen niets over zijn vader of grootva‍der en evenmin over zijn woonplaats. Dit kan bete‍kenen dat de naam die hij draagt – Obadja – vooral een verwijzing is naar zijn taak. Obadja betekent immers: dienaar van de HEERE.

Het boek beschrijft Gods reactie op de negatieve rol die de nakomelingen van Ezau speelden bij de verovering en verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs in 586 voor Christus. In plaats van hun broedervolk te helpen, verergerden de Edomieten het leed dat Israël werd aangedaan. Het boekje is een reactie op deze gebeurtenis en is dus in ieder geval geschreven na 586 voor Christus.

Gods visie

Het boekje presenteert zich – letterlijk vertaald – als ‘gezicht’ (vers 1). Dit betekent niet dat het visioe‍nen bevat. Het behelst Gods visie op wat er rond de verwoesting gebeurde. De boodschap van Obadja is dan ook geen persoonlijke mening van de profeet, maar een woord van God. Telkens wordt dat onder‍streept door aanduidingen als “Zo zegt de HEERE…” en “Spreekt de HEERE” (bijvoorbeeld in vers 1, 4 en 8). De ballingschap was voor Israël een straf van God, maar de rol die Edom en de andere heidenen daarbij vervulden, wordt hun zwaar aangerekend (vers 16).

Oudere commentaren denken bij het leed dat Edom Israël toebracht soms aan de aanval op Jeruzalem en de daaropvolgende deportatie van Judeeërs, waarover 2 Kronieken 28:17 spreekt (rond 750 v.Chr.). Het is echter logischer om hier te denken aan de gebeurtenissen rond de verwoesting van Jeruzalem. Ook veel andere Bijbelteksten noemen de kwalijke rol van Edom hierbij, zoals Psalm 137:7- 9 en Klaagliederen 4:21-22.

God heerst over de volkeren

Gods oordeel over Edom zal worden voltrokken door binnenvallende volkeren. Deze volken worden in vers 1 door een denkbeeldige gezant namens God daartoe opgeroepen. De omliggende volken geven er meteen gehoor aan. “Laten wij tegen Edom op‍staan ten strijde!” Dat de HEERE zo’n boodschap uit doet gaan, benadrukt Zijn macht over alle volken. De God van Israël is de God van de hele wereld. Zijn heerschappij gaat over alles en iedereen.

Opvallend is dat deze woorden – en andere in dit gedeelte – ook in Jeremia 49:9 en 14-16 te lezen zijn. Waarschijnlijk gaat de profetie van Jeremia aan die van Obadja vooraf; ze is ook veel langer. Obadja neemt woorden van Jeremia over, maar zet ze wel in een eigen perspectief. Obadja neemt trouwens vaak woorden en beelden uit andere Schriftgedeelten over. De bekende oudtestamenticus Daniel Block geeft in zijn commentaar een lange lijst van toespe‍lingen in Obadja op andere Bijbelteksten. Profeten zijn mannen van het Woord. Ze leven zelf van het Woord en nemen ook de Godsspraken van andere profeten daarin mee.

Bergen

Als straf voor hun zondig handelen wordt Edom klein gemaakt onder de volken. Het land raakt zijn macht en status kwijt (vers 2). Ze meenden namelijk dat ze zich alles konden veroorloven. “De overmoed van uw hart heeft u bedrogen” (vers 3). Zoals de slang Adam en Eva bedroog (in Genesis 3 wordt hetzelfde woord gebruikt), zo werden zij door hun eigen hoogmoed ten val gebracht. Ze beeldden zich namelijk in dat niemand hun kwaad kon doen. Het gebied van Edom – ook wel Seïr genoemd – was namelijk bergachtig. Ze hadden hun vestingen hoog in de bergen en vertrouwden erop dat niemand hen van daaruit kon verdrijven. Maar hoe hoog verhe‍ven ze zich ook voelden, hun hoge vestingen boden geen afdoende veiligheid (vers 3-4). Vers 5-9 vertelt de rampspoed die over hen komen zal. Zelfs zijn bondgenoten zullen zich van Edom afkeren (vers 7). Hun wijsheid (waarom Edom bekend was) zal ver‍dwijnen en hun helden worden uitgeroeid (vers 9).

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan

Dr. A.J. van den Herik
Dr. A.J. van den Herik

is gastdocent Oude Testament aan de ETF in Leuven (deeltijd) en predikant van de hervormde gemeente (wijk 2) in Dordrecht.