
Het boek Tobit is de eeuwen door veel gelezen. Dat blijkt onder meer uit de talloze schilderijen die op dit verhaal zijn gebaseerd. Rembrandt wijdde er maar liefst vijfentwintig schilderijen en tekeningen aan.
Het boek vertelt de geschiedenis van de vrome Israëliet Tobit (of Tobias senior), zijn vrouw Anna en hun zoon Tobias (junior). De Assyriërs deporteren dit gezin bij de verovering van Israël naar Ninevé. Ook daar, ver van huis, blijft Tobit trouw in de dienst aan God. Hij houdt de joodse spijswetten, geeft royaal aan de armen en begraaft de lichamen van gedode volksgenoten. Hoewel hem veel rampspoed overkomt, zijn bezit wordt afgenomen en hij blind wordt, blijft zijn vertrouwen op de HEERE groot.
Tobias’ reis
Tobit heeft vroeger een som geld bij iemand achtergelaten en zendt Tobias erop uit die te halen. De engel Rafaël vergezelt hem, in de gedaante van een Joodse man, op zijn reis. Op de bestemming aangekomen ontmoet Tobias een verwante: Sara. Zij wilde al zeven keer trouwen, maar een demon had al die mannen in de huwelijksnacht gedood. Tobias huwt haar toch en met hulp van Rafaël verjaagt hij de demon. Dan keert Tobias terug naar Ninevé. Tobit wordt rijk gezegend: hij krijgt zijn zoon en zijn geld terug, en wordt genezen van zijn blindheid.

