Waar bent u naar op zoek?

Tussen de testamenten

De apocriefe boeken gelezen naast de Schrift

Ds. D.M. Heikoop
Door: Ds. D.M. Heikoop
Verdieping
29-10-2026

In oude Statenbijbels treffen we naast het Oude en Nieuwe Testament nog een derde groep geschriften aan: apocriefe boeken. Dat zijn boeken die in de Rooms-Katholieke Kerk tot de Bijbel worden gerekend, maar in de reformatorische traditie niet. Wat staat er in deze boeken? Waarom hebben de reformatoren hun canonieke status afgewezen? Kunnen deze boeken helpen de Heilige Schrift scherper te verstaan?

De term ‘apocriefe boeken’ duidt doorgaans een collectie van zo’n tien geschriften aan die zijn ontstaan in Israël, ongeveer in de periode tussen het Oude en Nieuwe Testament. Deze term wordt echter óók gebruikt voor een veel groter aantal boeken rond de Bijbel die nooit of nauwelijks als canoniek zijn beschouwd. In dit artikel richten we ons alleen op die eerste groep. Hoe komt het dat deze boeken in sommige tradities (rooms-katholiek, oosters-orthodox) tot de Bijbel worden gerekend, maar in andere (Joodse, protestantse) niet?

Canon

Dat heeft alles te maken met hoe de canon van de Bijbel is ontstaan. Het Griekse woord ‘canon’ (rietstok, richtsnoer) duidt de lijst van Bijbelboeken aan die door de Heilige Geest zijn geïnspireerd, en daarom als richtsnoer voor leer en leven van gelovigen erkend wordt. Het vaststellen welke boeken tot de canon behoren, was een proces dat meerdere eeuwen duurde. De Thora (de vijf boeken van Mozes) en de profetische boeken werden in Israël al vroeg als Heilige Schrift erkend, maar er was lange tijd geen eenstemmigheid over de vraag welke andere boeken uit de Joodse godsdienstige traditie tot de canon behoren.

Septuaginta en Hebreeuwse Bijbel

In de derde en tweede eeuw voor Christus werden de Hebreeuwse Bijbelboeken voor Joden in de diaspora in het Grieks vertaald: de Septuaginta. Deze bevat naast de ons bekende Bijbelboeken ook boeken waarvan de canonieke status in die tijd nog ter discussie stond: Tobit, Judith, Baruch, Brief van Jeremia, Wijsheid van Sirach, 1 en 2 Makkabeeën, Wijsheid van Salomo, en toevoegingen aan de boeken Esther en Daniël. Pas rond 100 na Christus stelden gezaghebbende rabbijnen de canon van de Hebreeuwse Bijbel definitief vast, waarbij bovengenoemde boeken niet werden opgenomen.

Vroege kerk

De Bijbel waar de eerste christenen mee in aanraking kwamen, was de toen breed verspreide Septuaginta. Zij lazen dus een bredere verzameling boeken dan de canon van de Hebreeuwse Bijbel. Ook in de christelijke kerk ontstond nu discussie over welke boeken tot de canon behoren. Kerkvader Athanasius wilde de canon van de kerk (Septuaginta) in overeenstemming brengen met de canon van de Joden (Hebreeuwse Bijbel). De boeken van de Hebreeuwse Bijbel noemde hij de grondslag van de leer, de overige boeken lezenswaardig.

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.
Ds. D.M. Heikoop
Ds. D.M. Heikoop

is predikant van de gereformeerde kerk op Urk.