Waar bent u naar op zoek?

blog

Als proponent predikte Paulus meteen dat Christus de Zoon is

Verbindende dominee

18-02-2021

Het beroepingswerk is ingewikkeld geworden. Voor kerkenraden én predikanten. Omdat de Bijbel er geen kant-en-klare richtlijnen voor geeft, omdat onze tijd complex geworden is, omdat elke persoon niet meer vanzelf gedragen wordt door zijn ambt.

In elk gesprekje over het beroepingswerk confronteer je de ander met jouw gedachten. Helpend kan dat zijn, als je bereid bent de mening van een broeder of zuster te overwegen. Het kan voorkomen dat ook ik zomaar meegenomen word met wat in de lucht hangt, heen en weer geslingerd word op de golven van de tijd. Juist rond het beroepingswerk kan dat gemakkelijk gebeuren, kunnen we het geestelijke karakter ervan kwijtraken. 

Profielschetsen

Vanwege mijn werk heb ik inzage in veel profielschetsen voor predikanten. Vertrouwelijk zie ik ze in, als de kerkenraad me vraagt mee te denken ten aanzien van de ontstane vacature. Het zou een mooie studieopdracht voor een student zijn al deze profielschetsen eens inhoudelijk te vergelijken met die van zo’n 25 jaar geleden of met de vereisten die de Bijbel stelt aan de dienaar van het Woord. Voor alle duidelijkheid, wat dat laatste betreft verdenk ik niemand ervan bij het bidden om en zoeken naar een nieuwe dominee bewust af te willen wijken van de richtlijnen uit het onderwijs van Paulus.

En toch, het gebeurt wel, wellicht omdat we de tijd waarin we leven een te groot accent geven. Daarom moeten we het erover hebben. 

Verbinders

Eerste vereiste voor vandaag is dat je als predikant een ‘verbinder’ bent. Wanneer elke lezer nu denkt aan de voorganger(s) die de Heere gebruikt heeft in hun leven om hem of haar tot Zich te trekken, om onze ogen te openen voor de rijkdom van Christus, dan mag de vraag gesteld worden: ‘Was hij een verbinder?’ Werkt God vandaag in de opbouw van de gemeente vooral door diegenen die bovengemiddeld dat verbindende in zich hebben? Het kan zijn dat een eerlijk antwoord op deze vragen het verlangen naar een dominee die verbindt, behoorlijk relativeert.

Uiteraard, op een man die vanwege zijn persoon spanning meebrengt, zit niemand te wachten. Het appèl aan Timotheüs heeft ook zeggingskracht in 2021: ‘Wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in geest, in geloof en in reinheid.’ Ja, dat laatste ook, vindt Paulus. Twee woordjes die in dit rijtje opvallen en die de Heilige Geest in Zijn wijsheid niet zomaar optekenen liet.

Ik vind de vraag naar een predikant die verbinder moet zijn, voor onze gemeenten beschamend en verootmoedigend. Te vaak is de voorbije jaren op beroepen dominees het appèl (of: de claim) gedaan: ‘U moet komen, u kunt onze gemeente bijeenhouden, u spreekt de breedte van de gemeente aan.’ Ja, verootmoedigend is dat, omdat we als kerkenraad hiermee moeten erkennen dat gezamenlijke horigheid aan het Woord van God niet of onvoldoende functioneert. Hoe verhoudt zich daarom ons accent op het persoonlijke charisma van een predikant tot zijn verkondiging, tot zijn levensgang als een moreel voorbeeld? 

Geloofsrelatie

Er is nog iets wat opvalt in de gemiddelde profielschets voor de predikant in de vacante gemeente. Verlangd wordt een man met een hartelijke geloofsrelatie met Jezus Christus, een man die een diepe vreugde beleeft aan het voorgaan in de erediensten, een man die een groot verlangen kent Hem te belijden in zijn persoonlijke leven en ambtelijke dienst. Wie heeft hier bezwaar tegen? Niemand.

En toch, er is meer te zeggen. In een gesprek waarin we elkaar begrepen, vroeg ik in dit verband onlangs aan een ambtsdrager: ‘Mag jullie nieuwe dominee ook een aangevochten mens zijn? En zou Luther of Kohlbrugge daarom bij jullie passen?’ Het kan zomaar zijn dat de predikant die in zijn verkondiging ook zichzelf op de hoogte van de heilsfeiten brengt, die zichzelf uit het moeras van moedeloosheid laat meenemen naar de rijkdom van het kruis van Christus, een goed woord kan spreken tegen aangevochtenen in de gemeente, hen kan onderwijzen en troosten. Zoals Paulus het de gemeente zei (2 Kor.1:6): ‘Of wij nu verdrukt worden, het is tot uw vertroosting en zaligheid, die tot stand gebracht wordt in de volharding in hetzelfde lijden dat ook wij lijden; of dat wij getroost worden, het is eveneens tot uw vertroosting en zaligheid.’

Opvallend is dat in het hoofdstuk over zijn dienstwerk als apostel (2 Kor.4) we van Paulus lezen: ‘Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee.’ Waarom, gemeente van Korinthe? ‘Dit alles gebeurt ter wille van u, opdat de genade, die meer en meer is toegenomen, door de dankzegging van velen overvloedig wordt tot verheerlijking van God.’

Juist als je de diepte van het menselijke bestaan kent, de donkere kanten in je eigen hart, de blijvende trekkracht van de zonde – kan de rijkdom van de genade, van dat onvanzelfsprekende van Gods toewending naar ons de prediking meer en meer inhoud en glans gaan geven. Verwondering wordt daar geboren. 

Hij predikte Christus

Heilzaam voor de gemeente zal het zijn als de kerkenraad bij het zich aandienen van de predikantsvacature deze dingen ook overdenkt. De gemeente wordt gebouwd én er ontstaat onderling een verbondenheid als praktijk is wat na zijn bekering en roeping – zeg maar: als proponent – over Paulus geschreven wordt (Hand.9:20): ‘En meteen predikte hij Christus, dat Hij de Zoon van God is.’

Het oor van ieder die vandaag in een beroepingscommissie plaatsneemt, zou hierop gespitst moeten zijn, meer zelfs dan dat we nadenken over de vraag of de predikant de dertigers aanspreken kan of welke andere doelgroep in de gemeente ook. Negeren wil ik met deze laatste woorden de complexe vragen van onze tijd zeker niet. 

*** 

Laten we de concrete beroepingswerkelijkheid van vandaag maar benoemen. Dan zien we vele predikanten die na een behoorlijk aantal jaren in de gemeente ernaar verlangen om elders te kunnen dienen, een verlangen dat gezond is maar dat niet altijd vervuld kan worden. In een veilig klimaat (ja, alleen daar) is het goed hier woorden aan te geven. Wat wil de Heere ons leren als de ene predikant zeven beroepen tegelijk krijgt – op zichzelf kan ook dit overigens als een last ervaren worden – en de andere al zeven jaar naar een beroep verlangt?

Hoe de tijd inwerkt op ons thema, ontdekken we als enkele predikanten en kerkenraden op grond van een nieuwe kerkordelijke bepaling afscheid van elkaar namen, in feite vooral omdat ze na twaalf of meer jaren en in hun omstandigheden dit als optie aanvaardden. Hoe de tijd inwerkt op ons thema, ontdekken we als we in De Waarheidsvriend onlangs een enkele advertentie voor een predikant zagen, een weg die de redactie in haar nadenken over een roeping om later op terug te vallen vanouds als minder begaanbaar gezien heeft. 

Welsprekendheid

Het belang van retorische gaven mag overeind blijven staan. Een leerkracht op de basisschool weet ook van oefenen met video’s om te leren de stof in deze tijd over te brengen. Met scholing ten aanzien van welsprekendheid is niets mis. Ook ten aanzien van communicatie – ja, álles is tegenwoordig communicatie – kun je bijleren en wil de Heilige Geest ons vormen. Openheid, vriendelijkheid, integriteit, gedeelde verantwoordelijkheid zijn dan noties die eerder bovenkomen dan populariteit of vlot proberen te zijn. Het reële (!) meebewegen met wat vandaag nodig is, hoeft geen afbreuk te doen aan je diepste roeping.

Groot is in de gemeente ondertussen het verlangen naar geestelijke leiding. We kunnen er dankbaar voor zijn zolang leiderschap niet aan de persóón van de dominee gelinkt is. In alle vragen van het geestelijke leven én in de vragen over het goede leven in een seculiere maatschappij heeft elke christen leiding nodig, leiding vanuit het Woord. ‘Geestelijk leiderschap’, de gemeente die ernaar zoekt, biedt haar predikant veel tijd voor onderzoek van het Woord van God, voor studie van de Bijbel. Opdat hij de woorden van Christus spreekt, dé Leidsman. 

Stem die we horen

Aan Hem wijdde koning David (2 Sam.23) zijn laatste zinnen: ‘Er komt een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods.’ Voor geestelijk leidinggeven, zo leert David ons, zijn de kennis en de vreze des Heeren onmisbaar, besef van de heiligheid van God, als een rechtvaardige opzien naar Hem, luisterend naar Zijn stem.

Zo mag de gemeente leiding ontvangen van elke getrouwe dienaar die woekert met het ontvangen talent. In een commentaar bij Johannes 4:10 zegt Maarten Luther dit: ‘Wij kunnen ons eraan wennen en ons hart erop richten dat men het woord van de prediker aanziet als Gods Woord. Er is geen engel, geen honderdduizenden engelen, maar de goddelijke Majesteit Zelf Die predikt, alleen zo dat wij het niet (rechtstreeks) met onze oren horen, noch met onze ogen zien. (…) Nee, u hoort niet de prediker. De stem die u hoort, is wel van hem, maar het woord dat hij spreekt, spreekt zijn God.’

Zo mogen we luisteren, zo mogen we hóren, als gemeente, als beroepingscommissie.

P.J. Vergunst

 Bestel een los nummer, maak gebruik van onze actie en lees De Waarheidsvriend vier maanden voor € 10,- of neem een jaarabonnement op De Waarheidsvriend.