Waar bent u naar op zoek?

Vriend van armen en dieren stier 800 jaar geleden

Wie was Franciscus van Assisi?

ds. H. Liefting
Door: ds. H. Liefting
Kerkgeschiedenis
24-09-2026

Dierendag valt niet toevallig op 4 oktober. Die datum is verbonden met Franciscus van Assisi, de grote dierenvriend die achthonderd jaar geleden overleed. Dat gebeurde op zondagavond 3 oktober 1226. Na zijn heiligverklaring werd 4 oktober echter zijn officiële feestdag. Volgens de middeleeuwse tijdrekening begon een feestdag namelijk vaak al bij zonsondergang op de avond ervoor, zoals dat ook in Israël gebruikelijk was.

Franciscus’ tijdgenoot Thomas van Celano schreef een boeiende biografie over hem. Toch is het de vraag hoe betrouwbaar zijn beschrijving is van iemand tegen wie hij zo opkeek. Bovendien heeft Thomas Franciscus lang niet dagelijks meegemaakt.

Alleen al zijn beschrijving van Franciscus’ uiterlijk geeft te denken: “Hij was klein van gestalte, rond hoofd, een langwerpig gezicht, een klein vlak voorhoofd, zwarte heldere oogjes, donker haar, rechte wenkbrauwen, een dunne rechte neus, spitse oortjes en vlakke slapen. Hij had een krachtige stem, prettig om te horen, helder en welluidend, een gaaf gebit met regelmatige, witte tanden, dunne lippen, een zwarte, niet volle baard, een dunne hals, rechte schouders, korte armen, fijne handen met lange vingers…”, enzovoort. Alles aan Franciscus lijkt even geweldig.

Doop

Als Franciscus in september 1181 of 1182 in Assisi wordt geboren, is zijn vader Pietro Bernardone, een rijke lakenkoopman, voor zaken in Frankrijk. Zijn moeder Pica laat het jongetje bij zijn doop Giovanni Battista noemen, oftewel Johannes de Doper. Als zijn vader terugkomt, verandert hij zijn naam echter in Francesco.

Pietro wil dat zijn zoon later edelman zal worden. Na zijn schooltijd houdt de jonge Franciscus zich echter vooral bezig met feestvieren en geld uitgeven. Zijn ideaal: ridder worden en meevechten tegen Perugia, dat oorlog voert met Assisi. Al snel krijgt hij de kans om daadwerkelijk ten strijde te trekken. Franciscus wordt echter gevangengenomen en zit een jaar lang als krijgsgevangene opgesloten, totdat zijn welgestelde vader hem vrijkoopt. Geestelijk gezien zal deze periode heilzaam voor hem blijken

Bedelaars

Niet lang daarna maakt Franciscus een bedevaart naar Rome. Bij de Sint-Pieter leent hij de lompen van een van de vele bedelaars en trekt die aan. Vanaf dat moment wil hij bij de bedelaars horen, bij de mensen aan de rand.

Nog altijd heeft hij een afkeer van melaatsen. Als hij hen ziet, knijpt hij zijn neus dicht vanwege de stank en draait hij zijn hoofd weg. Maar als hij op een dag opnieuw een melaatse tegenkomt, voelt Franciscus plotseling een innerlijke drang. Hij stijgt van zijn paard, geeft de man een geldstuk en kust zijn hand. De melaatse geeft hem vervolgens de vredeskus. Wat Franciscus voorheen bitter vond, wordt voor hem, naar eigen zeggen, “zoetheid naar ziel en lichaam”.

Na deze gebeurtenis leert hij zichzelf zien als zo’n melaatse, misvormd door duizend zonden. Voortaan laat hij zich bij voorkeur ‘Il Poverello’ noemen: de kleine arme; de Umbrische armoedzaaier des Heeren.

Vervallen kerkje

Op een gegeven moment gaat Franciscus het vervallen kerkje van San Damiano binnen. Terwijl hij bidt, met zijn ogen gericht op het kruis, hoort hij een stem die hem oproept de kerk van de ondergang te redden. Meteen geeft hij zijn geld weg om het kerkje te laten herstellen.

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.
ds. H. Liefting
ds. H. Liefting

te Gouda is emeritus predikant en historicus.