
Je kunt je afvragen wat er 350 jaar na de dood van Gisbertus Voetius nog aan hem herinnert in ‘zijn’ stad Utrecht. Op het eerste gezicht niet veel, maar wie goed oplet, komt Voetius nog tegen.
Zo leeft zijn naam voort in de naar hem vernoemde straat achter de Domkerk, in het werk van prof. Aza Goudriaan aan de PThU, en op een portret in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht. Maar ook elders in de Domstad zijn nog sporen van Voetius te vinden. Wie op woensdagavond zijn oren goed te luisteren legt, kan er het ‘Cantemus Voetiani’ horen weerklinken van de studentenvereniging die zich naar deze zeventiende-eeuwse theoloog heeft genoemd.
Zinspreuk
Op 4 oktober 1899 werd besloten tot de oprichting van de Gereformeerde Theologen Studentenvereniging Voetius (G.T.S.V.), met als doel de bestudering van de gereformeerde theologie en de praktische vorming van studenten. Waarom voor de naam Voetius werd gekozen, blijkt uit de zinspreuk die de vereniging meekreeg: “De vreze des HEEREN is het beginsel der wetenschap” (Spr. 1:7a). Daarin klinkt de overtuiging door dat de vreze des HEEREN en de wetenschap niet van elkaar te scheiden zijn, zoals ook Voetius betoogde dat pietas en wetenschap bij elkaar horen. De vereniging wilde zich toeleggen op wetenschap die haar grondslag vindt in de gelovige omgang met de Bijbel als Gods Woord en vond daarin een voorbeeld in de gereformeerde theologie.
Met de oprichting van Voetius uitten de leden dan ook kritiek op de theologische wetenschap van hun dagen. De sfeer aan de universiteit was sterk historisch-kritisch en weinig confessioneel. Eerbied voor Schrift en belijdenis werd er gemist. Of, om het in Voetiaanse termen te zeggen: de wetenschap domineerde de pietas, de vroomheid.
Elftal
Inmiddels is alweer de 127e dies natalis van Voetius gevierd. In de loop van de tijd groeide het elftal waarmee de vereniging in 1899 begon uit tot een grote vereniging met meer dan honderd leden en meerdere secties, om vervolgens weer te slinken tot hetzelfde aantal leden als bij de oprichting. Wijzelf zien dat liever als een refrein dan als een inclusio. Het geringe ledenaantal en de kwetsbaarheid van de vereniging weerhouden ons er dan ook niet van om met goede moed, hart voor de gereformeerde theologie, stevige discussies en amicale gesprekken te blijven doen wat we altijd al deden.

