Waar bent u naar op zoek?

Omstandigheden kunnen wisselen, maar de God van het heil niet

Wat de Bijbel ons leert over lijden en tegenslag

ds. H. Russcher
Door: ds. H. Russcher
Meditatie
02-07-2026

Lijden hoort bij het leven, en de klacht heeft een legitieme plaats in het gebed van de gelovige; dat stond centraal in het vorige deel (De Waarheidsvriend 25). Dat zien we ook terug bij Habakuk. In zijn gebed schetst deze profeet een situatie waarin alles wegvalt: geen bloeiende vijgenboom, geen druiven aan de wijnstok, geen vrucht aan de olijfboom, geen schapen in de kooi en geen runderen in de stal. Alles lijkt verloren. En toch gloort er hoop.

Habakuk jubelt en juicht in het slot van hoofd‍stuk 3. Daarvoor zat hij nog midden in de klacht: over het onrecht in de Judese samen‍leving en over de strooptochten van de Chaldeeën. De profetie begint zelfs met een dringende vraag: “Hoelang roep ik om hulp en luistert U niet? Waarom doet U mij onrecht zien?”

Maar aan het einde van hoofdstuk 3 is de profeet, door de diepte van de aanvechting heen, toegegroeid naar een lofzang: “Ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen, mij verheugen in de God van mijn heil.” In deze verzen zie je hoe geloof in de praktijk werkt. De verzen 17 en 18 draaien om twee woorden: in vers 17 het woord ‘al’ (alhoewel) en in vers 18 het woord ‘toch’. Alhoewel en toch.

Met die twee woorden drukt Habakuk zijn geloof uit. En dat is niet vanzelfsprekend. Er is van Juda niets over: het land is economisch te gronde gegaan. Verdorde vijgenbomen, kale velden, lege stallen; als gevolg van de plundertochten van de Chaldeeën. En toch kan hij opspringen van vreugde.

Alles kwijt

Dat is krasse taal. Misschien denkt u: dit is voor mij te hoog, te onwerkelijk. Hoe kun je blij zijn als je alles kwijt bent? Wat is het geheim van deze man? Zijn vreugde is niet gebaseerd op wat er gebeurt, maar op Wie God is. En dat maakt zijn blijdschap bestendig. Omstandigheden kunnen wisselen, maar de God van het heil niet. Hij blijft Dezelfde in Zijn liefde en trouw.

Als je dit leest, dringt de vraag zich op: waarin zoek ik mijn blijdschap? Waar maak ik mijn geluk van afhankelijk? Van mijn omstandigheden: inkomen, werk, relaties, vakanties, gezondheid? Dat alles kan snel veranderen. De blijdschap van de wereld gaat voorbij, zegt de Heere Jezus tegen Zijn discipelen. Hoe waar is dat. Natuurlijk mag je blij zijn met een goede gezondheid, een prettige baan of een paar dagen vakantie. Sterker nog, we mogen de HEERE daarvoor danken.

Habakuk zegt ook niet dat het onbelangrijk is of de bomen vrucht dragen en de stallen vol zijn. Hij ontkent de waarde daarvan niet. Maar hij maakt er zijn geluk niet van afhankelijk. Hij weet dat er in zijn leven iets anders is; iets wat blijft staan als al het an‍dere omvalt en instort. Iemand anders: de God van zijn heil. Hij is het ultieme geluk, ook bij kale velden en lege stallen.

Daarom-geloof

Veel mensen hebben een daarom-geloof: als je gelooft, gaat het goed; als je bidt, word je beter; als je logisch nadenkt, kom je vanzelf bij God uit. Maar Bijbels geloof is nochtans-geloof: geloven tegen de klippen op. Geloof dat zegt: en tóch; dwars tegen alles in.

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan

ds. H. Russcher
ds. H. Russcher

is predikant van de hervormde gemeente te Hoevelaken.