Column Elise van Hoek
Hoe de definitie van ouderschap verschuift
Een zwangere collega, een zwangere vrouw van een collega, de moeder van een vriendinnetje van dochterlief. Om me heen wordt blij verwacht. Trots worden echo’s gedeeld: het is een meisje, nog een meisje, een jongen!
Tegelijkertijd worden er steeds minder kinderen geboren. Iets wat zeldzamer wordt maar wel waarde heeft, moet je koesteren. Maar doen we dat eigenlijk wel? Er zijn wetten in de maak om meerouderschap en draagmoederschap te regelen. Zo creëren we ouderschap dat gebaseerd is op zelfgekozen banden in plaats van biologische verwantschap.
Een kind is niet langer vanzelfsprekend het kind van één vader en één moeder binnen een familielijn, maar steeds vaker het resultaat van medische en juridische afspraken tussen wensouders. Zoals we naast het huwelijk andere contracten voor samenleven kennen, krijgen we nu ook contracten tussen ouder en kind. Vrijwel geruisloos veranderen we de definitie van ouderschap. Daarmee verandert – bijna ongemerkt – niet alleen wat ouderschap is, maar ook wat we onder een kind verstaan.
"*" geeft vereiste velden aan