Het dienen van de Heere heeft alles te maken met de verwachting van Zijn toekomst. Omgekeerd is het ook waar: de verwachting van Jezus’ komst stempelt het dienen van Hem in deze tijd. Hoe wordt die verbinding zichtbaar? Aan de manier waarop we dienen.
William Carey, de pionier van de wereldzending, wist zich duidelijk geroepen tot het werk in India. Het was een hele onderneming, maar hij ging in vertrouwen. In de eerste periode kwam hij echter in financiële problemen, verloor hij zijn jongste kind, raakte zijn vrouw mentaal aan de grond en moest hij hard werken voor de kost. Hij ging door een diep dal. Later kwamen er nieuwe beproevingen, zoals een brand waarbij zijn vertaalwerk grotendeels verloren ging. Toch dacht hij aan Gods opdracht, aan Zijn beloofde zegen én aan Zijn toekomst. Zo verloor hij de moed niet en zag hij zegen op zijn werk.
Belangeloos
Het tweede kernwoord is ‘belangeloos’. De gelijkenis in Mattheüs 25:31-46 maakt duidelijk dat de dienaren bijzonder verrast zijn over hun beloning bij de wederkomst en het oordeel van Christus. Na de opsomming van hun daden vragen ze: “Wanneer hebben wij dan…?” Ze hadden helemaal niet aan een beloning gedacht, want ze deden hun werk uit liefde en daarom belangeloos. Ze waren niet op zichzelf gericht of op de eer van mensen, maar op God en hun naaste. Belangeloos dienen is dankbaar en liefdevol dienen. Als moment van geestelijke toetsing vragen we aan elkaar: Waarom dienen we? Voor ons cv, voor het geld of voor de waardering van mensen, van de gemeente? Mag de Heere wel blij zijn met ons? Belangeloos dienen betekent dat je werkt in het licht van je roeping. Laten we erop letten hoe de Heere Jezus Christus heeft gediend. Hij was niet op Zichzelf gericht, maar op Zijn Vader en op al de Zijnen. Hij heeft alles voor onze verlossing overgehad.
Urgent
Een ander kernwoord heeft gewicht in het licht van het toekomstige oordeel. Ik noem het ‘urgent’. Het dienen van de Heere is niet vrijblijvend, een van de mogelijkheden of iets voor later, maar het verdient voorrang. Daarom is uitstel of slapheid levensgevaarlijk. Urgentie heeft niet alleen met jezelf te maken, maar ook met de ander. In 2 Korinthe 5 staan de bekende woorden: “Nu Wat is de goede manier of houding? We letten op enkele Bijbelse kernwoorden. In de eerste plaats ‘trouw’ en ‘ijver’, woorden die dicht tegen elkaar aan liggen. Jezus’ gelijkenis van de talenten (Matth. 25:14-30) is een indirecte aansporing om trouw en ijverig te dienen in het licht van Christus’ wederkomst. Deze opwekking wordt versterkt door het waarschuwende voorbeeld van de ene knecht die zijn talent begraaft, de liefde mist en daarom liever lui is dan moe.
J.C. (‘bisschop’) Ryle (1816-1900) heeft een pastoraal commentaar op de Evangeliën geschreven. Aan het einde van zijn uitleg van deze gelijkenis schrijft hij: “Laten we door Gods genade nooit tevreden zijn met een christelijk geloof dat niet in daden wordt omgezet. Laten we niet alleen over het geloof praten, maar ook handelen. Laten we niet alleen het belang van geloof inzien, maar ook daadwerkelijk iets doen. Er wordt ons niet verteld dat de nutteloze dienaar een moordenaar was, of een dief, of zelfs maar iemand die het geld van zijn heer verspilde. Maar hij deed niets, en dat werd hem fataal. Laten we oppassen voor een christendom van nietsdoen: zo’n christendom komt niet op uit de Geest van God.”
Tegelijk is de opwekking tot trouw en ijver verbonden met bemoediging. De twee andere knechten uit de gelijkenis krijgen een beloning voor hun trouwe dienst en mogen binnengaan in de vreugde van hun heer.
Volhouden
Trouw en ijver zijn dus belangrijke onderdelen van de goede geestelijke houding. Toegewijd beginnen aan een taak in Gods Koninkrijk is mooi, maar met hartelijke en volledige inzet volhouden is eveneens belangrijk. Moeiten en zorgen kunnen al vlug leiden tot verslapping, vermoeidheid en moedeloosheid. Een periode van rust en voorspoed brengt overigens andere gevaren met zich mee. wij dus deze vrees voor de Heere kennen, bewegen wij de mensen tot het geloof” (vs. 11a). Ik denk aan de mensen die zijn uitgegaan in de zending. Als je leeft in het licht van Christus’ wederkomst, ben je betrokken op het behoud van anderen.
Laten we oppassen voor een christendom van nietsdoen
Christus
De vraag komt op: Wie zal dienen zoals de Heere het bedoelt? Het kan je raken dat je dienst vol tekorten en gebreken zit. Hoe zal dit zijn in het licht van Christus’ toekomst en rechterstoel? Daarom wijzen we elkaar weer op Christus. Hij heeft volmaakt gediend, in alle liefde en trouw. In het licht van de zending van Zijn Vader. In het licht van Zijn dood en opstanding. In het licht van de vreugde die Hem was voorgesteld. Laten we vergeving en vernieuwing in Hem zoeken en vinden. Zijn persoon en werk zijn het geheim van een liefdevolle en trouwe dienst, ook als het moeilijk is. Hoe goed is het om elke dag stil te staan bij Zijn volmaakte gehoorzaamheid tot in de dood aan het kruis. Hoe goed is het om steeds te denken aan Zijn voorspraak in de hemel. Hoe goed is het om gericht te zijn op de dag dat Hij terugkomt. Misschien heeft het dienen in kerk en wereld vermoeidheid, teleurstelling of moedeloosheid gebracht. Laten we in Christus’ persoon en werk steeds weer nieuwe liefde en toewijding zoeken en vinden. Zo dragen we vrucht, misschien wel meer dan we denken…
Heilige Geest
Ik noem ook het werk van de Heilige Geest, de gave van de eindtijd. Hij geeft niet alleen zicht op Christus, evenals liefde en kracht om Hem te dienen en vol te houden. Hij geeft niet alleen genade om dit op een manier te doen die God behaagt. Hij geeft ook de gerichtheid op Gods toekomst, op de volmaaktheid. Hij wekt het verlangen naar de volmaakte dienst zonder zonde en gebrek. Na Pinksteren kunnen we daarom het best dagelijks bidden om de hulp en de kracht van Gods Geest. De verwarde en spannende tijd waarin we leven, herinnert ons aan de toekomst van de Heere, aan de wederkomst van Christus. Laten we in dat licht Hem dienen: wakker, trouw, ijverig, belangeloos en met urgentie.
Hoopvol
Tot slot wil ik één kernwoord niet vergeten en dat is ‘hoopvol’. Dit is te danken aan het werk van Christus en de Geest. Aan het slot van 1 Korinthe 15 staat het appel om standvastig, onwankelbaar en altijd overvloedig in het werk van de Heere te zijn in het hoopvolle licht van de opstanding der doden. Dankzij Christus’ opstanding is de inspanning niet tevergeefs in de Heere (vs. 58). Op de een of andere manier zal het werk betekenis krijgen in de eeuwigheid. Ondanks moeite en lijden is Paulus zelf eveneens hoopvol, want zijn apostolische dienst vindt plaats met het oog op de onzichtbare, eeuwige dingen en niet op de zichtbare, tijdelijke zaken (2 Kor. 4:18). Deze gerichtheid komt op uit de Geest als onderpand (2 Kor. 5:5). Omdat de apostel zo hoopvol is, verliest hij de moed niet. Het uitzicht op Gods toekomst geeft aan het dienen van de Heere verwachting en dit maakt hoopvol en moedig.
Als je deze verbinding met Gods toekomst duidelijker ziet, zul je trouwer en ijveriger dienen, belangelozer en urgenter. Deze focus zal je dienst ongetwijfeld meer toegewijd en vruchtbaar maken. Is de Heere het niet meer dan waard, ook in deze tijd?