Duurzaamheid is een thema dat steeds nadrukkelijker aanwezig is in onze samenleving. Ook binnen reformatorische instellingen. Sommigen plaatsen daar vraagtekens bij: hoort de zorg voor het milieu wel tot de kern van een christelijke levenshouding, die immers gericht is op de eeuwigheid? Niemand minder dan Calvijn geeft het antwoord.
Verzorgingstehuis Salem in Ridderkerk kreeg eind februari, uit handen van wethouder Kees van der Duijn Schouten, het Zilveren Keurmerk Milieuthermometer Zorg. Dat is een soort diploma voor duurzaamheid. Ter gelegenheid van die uitreiking was er een feestelijke bijeenkomst georganiseerd. Er was tenslotte hard voor gewerkt en het keurmerk werd de bekroning op dat werk. Natuurlijk was het niet allereerst het harde werken dat tot het keurmerk leidde, maar de zegen van de Heere.
Deze gebeurtenis laat zien dat reformatorische instellingen als Salem bereid zijn om zich in te zetten voor een beleid van duurzaamheid, ook als dat offers en inspanning kost. Duurzaamheidsbeleid in een verzorgingstehuis gaat over veel verschillende zaken: vergroten van bewustwording, uitstoot van koolstofdioxide (CO 2 ) terugbrengen (onder meer door bewuster gebruik van de verwarming), grondstofverbruik terugbrengen, mede door recyclen, en milieubelasting door medicatiegebruik reduceren. Kortom, het betekent nogal wat.
Valse tegenstelling
Dat kan de vraag oproepen of duurzaamheid niet een soort alternatieve godsdienst wordt. Moet een reformatorisch verzorgingstehuis zijn tijd niet meer besteden aan het eeuwige in plaats van het tijdelijke? Toch is dat een valse tegenstelling. Het heden staat immers in het licht van de eeuwigheid. Het doet er voor de eeuwigheid toe hoe wij nu ons leven invullen. Duurzaamheid past binnen een levensstijl die afhankelijkheid aan de Heere uitstraalt. Dat leren we bij niemand minder dan Calvijn.
Het is misschien voor veel lezers een verrassing om de naam van de bekende reformator in verband gebracht te zien worden met duurzaamheid. Toch is daar alle reden toe. In de bekende tekst Genesis 2:15 over de opdracht van de Heere God aan de mens om de hof te bebouwen en bewaren, tekent Calvijn in zijn commentaar het volgende aan: “Die een akker bezit, moet de jaarlijkse vrucht trekken, en toezien dat hij de grond door zorgeloosheid niet laat uitgeput worden, maar hij moet zich erop toeleggen om hem aan de nakomelingen over te leveren zoals hij hem heeft ontvangen, of nog beter.”
Toekomstige generaties
Laat dat laatste nu precies de definitie van duurzaamheid zijn in het gezaghebbende rapport Our Common Future uit 1987 van de World Commission on Environment and Development, ook wel de Brundtland-commissie genoemd, naar haar voorzitter. Daarin wordt het begrip duurzaamheid voor het eerst zo gedefinieerd: “Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen.” De schepping zo aan het volgende geslacht overdragen dat die dezelfde gebruiksmogelijkheden heeft als wijzelf, dát is duurzaamheid. En dat is precies wat Calvijn al in 1554 (!) schreef. Calvijn was blijkbaar zijn tijd ver vooruit.
"*" geeft vereiste velden aan