Open brief over IsraŽl-beleid

Negen leden van de Protestantse Kerk hebben het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een open brief gestuurd over zijn visie op Israël. Ze roepen de Gereformeerde Bond op profetisch te spreken over Israël. De briefschrijvers constateren ook ‘een drastische wijziging van het denken over Israël in diverse kringen, met name bij jonge predikanten'. Tot de negen ondertekenaars van de brief behoren de emeritus predikanten ds. G.H. Abma, ds. C. den Boer, ds. L. van Nieuwpoort, ds. J.A. van der Velden en ds. P.A. Vlok, evenals H. de Gier, mr. J.P. de Man, H. Schippers en G. Versteeg.
De briefschrijvers stellen dat geen belofte voor Israël is afgeschaft of vervangen. Ze vrezen de opkomst van de vervangingstheologie waarin de kerk de plaats van Israël overneemt. ‘Als de kerk het spoor gaat van een relativering of ontkenning van Gods heilshandelen in de geschiedenis van zijn volk, wordt een bijbels spoor verlaten, hetgeen alleen maar schade kan opleveren.'

De algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, P.J. Vergunst, zei in een reactie dankbaar te zijn dat de Open brief onderstreept dat het verbond met Israël nooit opgezegd is. ‘Anders zouden we immers Romeinen 11 uit de canon moeten schrappen'. Als antwoord op de opmerking van de negen ondertekenaars dat de angel voor hen in de vervangingstheologie zit, wees hij erop dat de voorzitter van de Gereformeerde Bond, ds. A.J. Mensink, onlangs in De Waarheidsvriend schreef dat het hoofdbestuur ‘de vervangingstheologie krachtig afwijst'.

 

Open Brief

                                                                        Aan het Hoofdbestuur en de Leden
                                                                        van de Gereformeerde Bond
                                                                        in de Protestantse Kerk in Nederland  

                                              

Geachte zusters en broeders,

De liefde voor Israël mag ons aan elkaar verbinden. Helaas blijkt er op dit moment bij hen die willen buigen voor het gezag van de Schrift een verschillend zicht te zijn op de plaats die Israël heeft in het heilsplan van God. Wij zijn ervan overtuigd dat het belangrijk is dat we elkaar proberen vast te houden, maar tegelijk zijn we er wel toe geroepen tot uitdrukking te brengen wat we na de verschrikkingen in de Tweede Wereldoorlog en de oprichting van de staat Israël zijn gaan ontdekken in het Woord van God. De rol van Israël is niet uitgespeeld. Het verbond is nooit opgezegd. Met verlangen mogen we uitzien naar het moment waarop alle beloften, die in Christus ja en amen zijn, ten volle werkelijkheid zullen worden.

De aanleiding voor deze open brief is het bericht, dat Dr. M. van Campen zich heeft teruggetrokken als tweede voorzitter van de Gereformeerde Bond in de protestantse kerk en dat hij zijn plaats in het hoofdbestuur ter beschikking heeft gesteld. Ons is duidelijk geworden dat dit te maken heeft met zijn visie op Israël en de discussie daarover. Het is evident, dat Dr. van Campen geen mogelijkheid meer ziet om te functioneren binnen het hoofdbestuur vanwege een steeds meer duidelijk wordende kloof betreffende het zicht op Israël tussen hem en andere hoofdbestuursleden. Een kloof, die zo diep schijnt te zijn, dat deze niet meer kan worden afgedaan als een meningsverschil. Een contrast, dat zodanig hoog schijnt te zijn opgevoerd, dat Dr. van Campen voor zichzelf geen mogelijkheid meer zag om zijn plaats binnen het hoofdbestuur te blijven innemen. De situatie is kennelijk onwerkbaar geworden.

De ondergetekende briefschrijvers hechten eraan, duidelijk te hebben, dat zij zich volledig kunnen vinden in de brochure van Dr. van Campen uit 2011 over "Israël en de Palestijnen", welke brochure door en namens de Gereformeerde Bond tezamen met de Waarheidsvriend werd gepresenteerd. Dat zelfde geldt van de latere brochure "Onopgeefbaar verbonden", die mede namens de Gereformeerde Bond werd gepubliceerd. Wij waren echter zeer verontrust bij het vernemen van de fundamenteel kritische noties, die deze brochures her en der hebben opgeroepen. Deze noties waren bepaald wat anders dan opbouwende kritiek. Integendeel, zij getuigen van een drastische wijziging van het denken over Israël in diverse kringen met name bij jongere predikanten. Aanvankelijk konden wij niets anders doen dan de opgevangen signalen constateren. Nu blijkt echter dat de discussie een onmiskenbare kloof tot gevolg heeft, zodanig zelfs, dat onze zeer gewaardeerde tweede voorzitter Dr. M. van Campen zich genoodzaakt zag om zich uit het hoofdbestuur terug te trekken. Wij betreuren dit zeer.

In de loop van de jaren '70 en '80 is er vanuit en namens de Gereformeerde Bond veel denkwerk verricht met betrekking tot de positie van Israël. Wij denken aan het Israëlcomité en de publicaties : Zicht op Israël. Onmiskenbaar mogen hier de namen genoemd worden van Ds. C. den Boer, Dr. Ir. J. van der Graaf en (zeker niet in de laatste plaats) Dr. M. van Campen. Laatst genoemde mocht zijn denkarbeid en zijn inzet bekroond zien met de doctorstitel op grond van zijn dissertatie "gans Israël". Daarnaast denken we ook aan de denkarbeid van de door ons zeer gewaardeerde, inmiddels overleden Dr. S. Gerssen, die jarenlang de Nederlandse Hervormde Kerk heeft gediend, waarvan diverse jaren als secretaris van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël.

Nu lijkt het tij zich aan het keren te zijn. Daarbij gaat het om de vraag betreffende de plaats van Israël na de komst van Jezus Christus in deze wereld. Heeft Israël als openbaringsvolk als zodanig afgedaan en is er daarom geen verschil meer tussen de Joden of welk ander volk dan ook, of heeft Israël die plaats, althans een bijzondere plaats in de heilsgeschiedenis en dus ook in de wereldgeschiedenis behouden. De ondergetekenden geloven van harte het laatste en dat is ook decennia het breed gedragen gedachtegoed geweest in de orthodox protestantse kringen. Een gedachtegoed, dat als goud is opgedolven uit de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament. We behoeven niet te gaan citeren uit de vele publicaties die zijn verschenen. Dit alles mag bekend worden verondersteld.

Kortom : God heeft Abraham beloofd dat in zijn nakomelingschap alle volkeren der aarde gezegend zullen worden. Het heil voor de volkeren en de openbaring Gods zijn tot ons gekomen via Israël. Uiteindelijk is deze belofte vervuld in die ene ware Israëliet onze Heere Jezus Christus. In Hem zijn bovendien alle beloften ja en amen. Eens zullen deze ten volle werkelijkheid worden, want geen belofte is afgeschaft of vervangen.

In dit laatste zit de angel : De vervangingstheologie. Dan wordt de kerk geheel in de plaats van Israël gezet en wordt bij alle beloften uit het Oude Testament voor Israël steevast de kerk of de christelijke gemeente ingevuld. De kerk is dan voor Israël in de plaats gekomen en Israël doet als zodanig niet meer mee en heeft ook geen bijzondere plaats meer in de heilsgeschiedenis en in de wereldgeschiedenis. Israël is dan gewoon een volk onder de andere volkeren.

Men moet toch wel blind althans kortzichtig zijn wanneer men de bijzondere plaats van Israël heden ten dage nog wil ontkennen. Keizer Frederik de Grote van Pruisen (18de eeuw, de tijd van de Verlichting) vroeg aan zijn lijfarts, die christen was, of hij niet een signaal kon geven voor het bestaan van God. Jawel sire, antwoordde de arts : Der Jude. Inmiddels zijn we drie eeuwen verder en wat is er sedertdien gebeurd! Wij weten zoveel meer. Wij weten hoe de verschrikkingen van de Shoah het volk hebben getroffen. Zes miljoen Joden omgekomen! En dan, wanneer het volk door het nulpunt schijnt te zijn gegaan wordt drie jaar later in 1948 de staat Israël uitgeroepen, iets dat bijna 2000 jaar lang voor onmogelijk werd gehouden. Het gebeurde uitgerekend toen. Een staat, een volk, een natie, die zich tegen alle tegenspoed en verdrukking in staande heeft weten te houden. Omringd door buurvolkeren, die openlijk zeggen Israël de zee in te willen drijven. Ondertussen is Israël (met het Midden-Oosten conflict) het scharnier, waar de wereldpolitiek om draait.

Wij realiseren ons zeer wel, dat de hierboven aangeduide vervangingstheologie in de Oude Kerk en gedurende de Middeleeuwen en daarna door vele hooggeachte kerkleraars en kerkleden is aangehangen. Dat neemt niet weg, dat deze substitutiegedachte als een dwaalleer moet worden beschouwd. Zij heeft in niet geringe mate mede aanleiding gegeven tot antisemitische gevoelens. De apostel Paulus heeft ons evenwel in Romeinen 11:18 vv indringend opgeroepen om niet hooggevoelende te zijn.

Om misverstanden te voorkomen hechten wij er bovendien aan om op te merken, dat een pleidooi voor de bijzondere plaats van Israël in Gods heilsplan geen pleidooi inhoudt voor de twee-wegen-leer, alsof er voor Israël buiten Christus om een tweede weg zou zijn tot de zaligheid.

Om heel concreet te worden : De landbelofte geldt nog steeds voor Israël. Nergens valt uit de Bijbel af te leiden, dat die landbelofte voor Israël zijn gelding zou hebben verloren en nu voor de hele christenheid geldt. (Hoe zo?) Integendeel, het verbond met Abraham dat van kind tot kind bevestigd wordt, heeft zijn gelding niet verloren. En dat verbond houdt nog steeds ook de landbelofte in. Dat het verder gaat en dat de vervulling verder horizonten in zich draagt, bevestigt juist de blijvende geldigheid van die beloften. Ook van de landbelofte. Dat hier een hele problematiek omheen ligt, is duidelijk. Maar daarop heeft zich nu juist het vele denkwerk gericht, dat de afgelopen jaren is verricht, met name door de genoemde personen. Dat denkwerk heeft met name de Gereformeerde Bond steeds voor haar rekening genomen en is ook van de bond uitgegaan. Het gaat niet om bijkomstige zaken. Wie de landbelofte voor Israël in het Oude Testament voor tijdgebonden verklaart, kan grote delen van de Bijbel als irrelevant voor Israël en ons schrappen. Intussen blijft de landbelofte inclusief verbonden met de oproep aan Israël om er voor zorg te dragen, dat ook Palestijnen binnen haar landsgrenzen een leefbaar bestaan kunnen leiden.

Nu lezen wij in de Waarheidsvriend dat er slechts sprake zou zijn van een verschil in visie omtrent Israël en dat verder het vertrek van Dr. M. van Campen uit het hoofdbestuur wordt betreurd. Daarmee schijnt men de zaak te willen afdoen. Wij zijn er echter van overtuigd, dat daarmee de kous niet af kan zijn. Als de kerk het spoor gaat van een relativering of ontkenning van Gods heilshandelen in de geschiedenis van zijn volk, wordt een Bijbels spoor verlaten, hetgeen alleen maar schade kan opleveren. En dit is het wat ons verontrust en wat ons heeft bewogen om via deze open brief ons gevoelen openbaar te maken. Wij doen dit in hartelijke verbondenheid met Israël en met allen die in het gedachtegoed daaromtrent hun (denk)kracht hebben besteed. Het is daarom onze vurige wens en bede, dat een en ander weer breed gerealiseerd gaat worden en het verleden niet wordt afgedaan of genegeerd. Laat de draad opnieuw opgepakt worden.

Met deze open brief willen wij stem geven aan onze ongerustheid en zorg over de koers die de Gereformeerde Bond blijkt ingeslagen te zijn. Een zorg, die ongetwijfeld door velen wordt gedeeld. Wij willen met dit schrijven een oproep doen : Hoofdbestuur, spreek toch profetisch!

Dit schrijven wij vanuit liefdevolle bezorgdheid en in het geloof, dat God grote dingen voor heeft met zijn volk en kerk. De toekomst des Heeren staat aan te breken.

november 2013

G.H. Abma (Gouda)
C. den Boer (Barneveld)
H. de Gier (Gouda)
J.P. de Man (Rosmalen)
L. van Nieuwpoort (Amersfoort)
H. Schippers (Hulshorst)
J.A. van der Velden (IJsselmuiden)
G. Versteeg (Nunspeet)
P.A. Vlok (Werkhoven)

Reacties en adhesiebetuigingen zijn welkom op het adres :
J.P. de Man
Postbus 181
5240 AD  Rosmalen