Wie afhankelijk is, moet “veel verdragen, huichelen en danken, met bukken en buigen, wat zwaar valt voor een edel gemoed”, en wie in dienst van een machthebber staat, “moet zijn gezicht trekken, nu eens blij, dan weer droevig, naar het believen of gevoelen van zijn heer, die de kruk is waarop hij steunt”, schrijft de Amsterdamse dichter en zakenman Roemer Visscher rond 1600. “En”, voegt hij er waarschuwend aan toe: “als die kruk hem wordt onttrokken, dan valt hij neer in alle drek en ellendigheid.”
Politiek is bloedige ernst, zo lijkt het. Soms gaat het over leven of dood van mensen. Maar het is ook een spel met de macht, en met de machtigen, die men te vriend moet houden als men zijn doelen wil bereiken. Dat gaat niet zonder huichelen. “O koning, leef in eeuwigheid!” zeggen tegen iemand die je een ogenblik later kan doden. In het boek Daniël hoort het bij het spel. Daniël zelf is er terughoudend in, al horen we het ook hem een keer zeggen: levend vanuit de leeuwenkuil (Dan. 6:22). Hij deed het dus niet om te vleien. Ook Nehemia wenst de koning die hij dient eeuwig leven toe om wat hij gedaan wil krijgen (Neh. 2:3).
Oval Office
Wat klonk als iets sprookjesachtigs uit vroeger dagen, is weer levende werkelijkheid. Heersers die meer dan goed voor hen is geprezen worden en dat ook van anderen eisen. Wat de president van Oekraïne in het Oval Office overkwam, staat gegrift in ons geheugen. En dat prijzen en danken nodig is om de NAVO bij elkaar te houden, vinden we niet meer vreemd. Het is het oude spel van de macht, dat we als Europeanen – willen we in de wereld mee blijven doen – opnieuw zullen moeten leren. Wie een “edel gemoed” heeft, valt zulk huichelen zwaar, meent Visscher. In onze tijd wordt wel gezegd dat je voor dit spel een niet al te groot ego moet hebben. Van dat laatste ben ik niet overtuigd. Je kunt het ook als behorend bij het spel zien en er trots op zijn dat je het goed gespeeld hebt. Maar ook dat moet je dan niet te veel laten merken.
Risico’s en grenzen
Het is wel een spel met risico’s. Ook dat laat het boek Daniël ons zien. Als koning Nebukadnezar een beeld laat inwijden – ook moderne machthebbers dromen daarvan – moeten alle gezagsdragers in zijn rijk op commando daarvoor buigen. Naast het beeld staat een brandende oven klaar voor degenen die weigeren. De vrienden van Daniël spelen dit spel niet mee, omdat de wet van hun God hun verbiedt zich voor beelden neer te buigen (Dan. 3). Daniël zelf weigert te gehoorzamen aan een wet die hem verbiedt zijn dagelijks gebed te verrichten. Hem wacht de leeuwenkuil (Dan. 6). De grens van het spel ligt daar waar men gedwongen wordt het gebod van God te overtreden. Dan is het uit met het spel en wordt het bloedige ernst. Een risico dat Daniël en zijn vrienden nemen. In naam van hun God, de Állerhoogste.
"*" geeft vereiste velden aan