Bij ‘roeping’ denken we meestal aan ambtsdragers of zendingswerkers. Zij zijn geroepen om in de gemeente te dienen, het Woord te verkondigen of naar een ander werelddeel te gaan. Toch heeft élke christen een roeping. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft ‘Geroepen in kerk en wereld’ als jaarthema voor 2026 gekozen.
Het begint ermee dat God ons roept tot geloof. Dit gebeurt door het Evangelie dat de meesten van ons van jongs af thuis en in de kerk horen. Als deze roeping doordringt in je hart, kom je op een nieuw, geestelijk spoor. De apostel Petrus schrijft over dit wonderlijke werk van God: “Maar u bent een uitverkoren geslacht … een heilig volk … opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht” (1 Petr. 2:9). Deze roeping staat in het licht van Gods toekomst: “De God nu van alle genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus” (1 Petr. 5:10a). God roept uit de duisternis tot het geloof in Hem en zo tot de eeuwige toekomst mét Hem. Binnen deze genade ben je als christen geroepen om met Hem te leven.
Urgentie
Leven als christen was in Petrus’ tijd urgent en in 2026 is het dat niet minder. Ik noem twee redenen. De eerste is op God gericht. Hij is het waard als een dankbaar antwoord op Zijn verlossing. Petrus gebruikt voor het geloofsleven het woord heiligheid: “Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel” (1:15). Heiligheid betekent dat je als gelovige op een bepaalde manier op God lijkt, omdat je toegewijd en zuiver wilt leven. De tweede reden heeft te maken met het getuigenis naar buiten (2:9). We zien in onze tijd allerlei duistere krachten bezig. In de wereld is er oorlogsgeweld en dreiging, een klimaatcrisis, en op allerlei plaatsen christenvervolging. In onze samenleving worden liefdeloosheid, polarisatie en vooral ongehoorzaamheid aan Gods geboden steeds sterker. In de kerk komen we op veel plaatsen krimp, verslapping en allerlei discussies tegen. Samengevat leven we in een ‘oude’ wereld die plaats gaat maken voor een nieuwe hemel en aarde. Daarin schijnt een heilig leven als het licht van Gods nieuwe wereld (2 Petr. 3:8-14). Vaak denken we bij het christenleven eerst aan onze woorden, maar het gaat niet minder om onze levensstijl, om de heiligheid van liefde, barmhartigheid en trouw. Op deze manier zien anderen een licht dat ook hen uit de duisternis kan trekken.
Geroepen in de gemeente
In de christelijke gemeente worden heiligheid en getuigenis zichtbaar in een dienend leven. Dit wordt duidelijker als we het woord onderdanigheid erbij nemen, waarop Petrus in zijn eerste brief verschillende keren wijst (2:13, 2:18, 3:1). Onderdanigheid, of ‘onderwerpen’, wordt vaak verkeerd begrepen, maar betekent dat je bereid bent om gelovig je plaats in te nemen en te dienen binnen de orde die God heeft gegeven. Dit staat haaks op wat in onze samenleving hoog scoort: zelfontplooiing. Als je een cv opstelt, noem je een lijstje diploma’s, vaardigheden en kwaliteiten. Hoe langer je cv is, hoe beter, want zo kun je iets overhandigen. Maar in de gemeente staat het dienen van God en je naaste centraal met je tijd, energie, gaven en liefde. Hoe reageer je als er een beroep op je wordt gedaan voor een taak of een ambt? Liefde en betrokkenheid op de gemeente maken creatief. Zoals die jongere die wat tijd overhad en graag naar ouderen uit de gemeente wilde omzien. Via de gemeente-app bood hij zich aan om hen te bezoeken, wekelijks op een vast tijdstip. Hij nodigde ouderen die bezoek op prijs stelden uit om zich bij hem te melden en tegelijk riep hij andere jongeren op om met hem mee te doen. Een mooi voorbeeld van dienst in de gemeente op jonge leeftijd!
"*" geeft vereiste velden aan