Huisbezoek

Pastoraat
21-01-2021

Op een doordeweekse dag komt, zonder een directe aanleiding, een ambtsdrager op bezoek. Dat is een ken-merkend fenomeen uit onze calvinistische traditie: het huisbezoek. Het was in den lande gebruikelijk dat alle gemeenteleden met een bepaalde regelmaat zo’n bezoek, ongeacht hun per-soonlijke omstandigheden, kregen.

Vandaag lijkt de praktijk in sommige (wijk)gemeenten te zijn dat er huis-bezoek wordt afgelegd als daar aan-leiding toe is, bijvoorbeeld bij de geboorte van een kind of andere bijzondere omstandigheden. De krimp in tal van (wijk)gemeenten, waardoor er onvoldoende ambts-dragers beschikbaar zijn, zal mede debet zijn aan deze verschraling. Als een (wijk)gemeente de traditie kent van het huisbezoek zonder directe aanleiding, is dat iets om zuinig op te zijn. Immers, het is in onze individua-listische samenleving een zeldzaam-heid dat iemand naar je omziet en belangeloos komt vragen: ‘Hoe is het met u?’

Genadegave

Waar haalt een ouderling de vrij-moedigheid vandaan om op huisbe-zoek te gaan? Dat heeft te maken met het feit dat de apostel Paulus de ouderlingen van de gemeente in Efeze opdraagt: ‘Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.’ (Hand.20:28) De christelijke gemeente wordt hier vergeleken met een kudde schapen, die de goede Herder heeft gekocht met Zijn bloed. De ouderlingen, opzie-ners, krijgen de opdracht om her-derlijke zorg aan de gemeenteleden te besteden. In het Nieuwe Testament wordt deze opdracht niet alleen aan ambtsdra-gers gegeven. In Romeinen 12:8 schrijft Paulus dat de Heilige Geest aan sommige gemeenteleden de gave schenkt van het ‘bemoedigen’. Deze gave ligt in de lijn van de opdracht: ‘Ver-blijd u met hen die blij zijn en huil met hen die huilen.’ (Rom.12:15) We komen hier in aanraking met de bijbelse grond-lijn dat de Geest aan gelovigen gaven schenkt waarmee zij de gemeenten mogen dienen. Hij ‘heiligt’ hun schep-pingsgaven, zoals met aandacht kunnen luisteren, goed kunnen aanvoelen wat mensen innerlijk beweegt en zich in mensen kunnen verplaatsen; stuk voor stuk gaven waardoor zij in staat zijn de ander nabij te zijn. Vandaar dat in veel gemeenten ouderlingen sámen met een ‘bezoekbroeder’ op huisbezoek gaan. Daarnaast zijn er in sommige gemeen-ten pastorale teams en gaat een ouder-ling met een bezoekzuster op pad, bij-voorbeeld wanneer een weduwe wordt bezocht. De ouderling kan zich immers wat ongemakkelijk voelen om zo’n be-zoek als man alleen af te leggen en een alleenstaande vrouw kan zich, zeker wanneer de ouderling een bezoekbroe-der meebrengt, opgelaten voelen. De aanwezigheid van een bezoekzuster kan ontspannend werken en het gesprek ten goede komen.