Waar bent u naar op zoek?

PKN-scriba dr. Kees van Ekris over eerste halfjaar

‘Wat ik dacht dat ik moest doen, moest ik uitstellen’

Interview
29-12-2025

Nood en complexiteit zien, en daarnaar handelen. Zo vat dr. Kees van Ekris, sinds 1 juli 2025 scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, zijn eerste halfjaar samen. “Wat ik dacht dat ik moest doen, moest ik uitstellen, maar ik kwam al snel tot wat ik móést doen.”

Hij had gehoopt op een rustige inwerkperiode, maar het liep anders. Enkele weken na zijn aantreden trad het volledige bestuur van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk terug na publicaties in het Nederlands Dagblad over een onveilige werkcultuur. Tijdens een gesprek op zijn werkkamer in het dienstencentrum te Utrecht reageert de scriba op deze roerige periode, maar wil hij ook in gesprek over de uitdagingen voor de kerk in deze tijd van polarisatie en oorlogsdreiging, over meerstemmigheid in de kerk, en over kwaad.

Toegewijde mensen
De stormachtige periode was ook leerzaam, stelt Van Ekris als hem naar de situatie op het dienstencentrum gevraagd wordt. “Je leert snel in te schatten wat je rol is en je komt vlug bij de ziel van de organisatie. Juist in heftige omstandigheden worden de kracht en de zwakte van een organisatie duidelijk. Je ziet waar het vastloopt, maar ook waar potentie zit tot verandering. En als nieuwkomer zie je dat nog net wat scherper.

Tegelijk zijn kerk en dienstenorganisatie complexe instituten – met allerlei dynamieken, raden, commissies… Naast de bestuurscrisis was Israël-Gaza dit afgelopen halfjaar ook een heftig thema met veel emotie, los van waar je staat in de discussie. Het raakt je: dood, geweld en verdriet. Je ziet in beide situaties toegewijde mensen in dezelfde kerk met elkaar vastlopen.”

Buitencategorie complex
“Eerlijk gezegd”, voegt hij er vlot aan toe, “maak je vaak ook als gemeentepredikant zo’n roerige start door. Je meent in contact met de beroepingscommissie een bepaald beeld te krijgen van een gemeente, maar al snel zie je een andere werkelijkheid. Dat is althans wel mijn beleving geweest in de twee gemeenten die ik gediend heb, en ook in mijn werk bij IZB-Areopagus, waar ik veel contact had met predikanten.
Je kunt dan kiezen om vast te houden aan je eigen ideeën en plannen, maar het is zinvoller om dan te handelen naar de nood die je ziet. Een bestuur dat opstapt, is buitencategorie complex, een heel onnatuurlijke situatie. Niemand wil dat dit lang duurt. Maar je krijgt in zo’n periode wel meteen door waar de risico’s van de constructie zitten in die hele dynamiek tussen synode, dienstenorganisatie, moderamen, scriba, preses, directeur, afdelingen… Laten we daar met elkaar in de kerk nog eens goed over nadenken en een organische manier van werken ontwikkelen. Ik heb daar ideeën over.”

Dan ben je als scriba een soort organisatiemanager?
“Ik probeer rolvast te blijven. Ik kan wel even iets van iemand overnemen, maar ik communiceer steeds duidelijk: dit is niet mijn rol en niet mijn kunde. Ik ben dominee en theoloog en probeer na te denken over de geestelijke samenhang tussen wat wij als kerk zijn, welk beleid we als synode ontwikkelen en hoe de dienstenorganisatie daarin arbeidt. Maar als het organisatorisch niet loopt, heeft dat effect op de geestelijke kracht van de kerk. Dus daarin denk ik mee.

Iemand zei pas tegen mij: ‘In goede organisaties moet kennis stromen.’ En er zit in de kerk heel veel kennis! Denk aan alle pleegmoeders, rechters, studenten, journalisten, vrachtwagenchauffeurs en ambtenaren, naast zoveel theologen en predikanten, die allemaal lid zijn van onze kerk. Hoe mooi zou het zijn als zij hun kunde inzetten voor de kerk en dat dat gezien wordt. Ik wil als scriba om die reden meer ‘reizen door de kerk’, zoals ik dat noem. Er zit soms te veel afstand tussen de landelijke kerk en de classes en regio’s. Die afstand kan kleiner gemaakt worden. En dan laat je dus kennis stromen.”

‘In de hervormde traditie, die een bevindelijke binnenkant heeft, leer je te luisteren naar je ziel’. beeld Nienke van Denderen.

Tegelijk zult u zich als scriba vooral ook met bestuur en beleid bezig moeten houden. Past die kerkpolitiek u?
“Mijn promotor prof. Gerrit Immink schreef eens in De Waarheidsvriend dat we moeten ophouden met negatief doen over de vergadering in de kerk. Het ging hem om de kerkenraadsvergadering. Want ja, die is soms langdradig en het kan gedoe zijn, met vaak verhitte koppen. Maar, schreef hij, er zit juist ook schoonheid en eer in het feit dat wij een kerk zijn waarin, nadat wij gezongen en gebeden hebben, mensen elkaar opzoeken en overleggen om te zien wat goed is voor de gemeente. Wij geloven zelfs dat God onze kerk daardoorheen regeert.

Je kunt als buitenstaander naar de vergaderingen, ook naar de synode, kijken door een bril van kerkpolitiek. Dat is er ook. Maar er is meer te zien. Ik zie allerlei mensen met terechte belangen, verworteld in overtuigingen en geloofsachtergronden, naar elkaar luisteren, argumenten wegen, met elkaar zoeken naar beleid en gezamenlijkheid voor onze kerk. En dat vind ik mooi. Ik zie mensen die soms ter vergadering een sprong maken, meebewegen, innerlijk ergens mee instemmen ter wille van de kerk. Vaak in stilte. En ik bewonder dat. Als de vergadering ook geestelijk zoeken is naar elkaar, naar God en naar wijs beleid.”

Die overtuigingen worden ook gebundeld, om krachtiger te kunnen klinken. De Gereformeerde Bond wil dat doen in verbondenheid aan Schrift en belijdenis. Hoe noodzakelijk zijn zulke verenigingen in de kerk volgens u?
“Het is voor mij natuurlijk een beetje delicaat om, net uit een bond (de IZB) komend, daar opeens iets van te vinden. Maar over het algemeen denk ik dat de stuwende kracht die uitgaat van allerlei soorten bewegingen in onze kerk alleen maar goed is. Ik hou van meerstemmigheid in de kerk. Als we proberen het waarheidsmoment in die stemmen met elkaar te ontdekken, zit daar kracht in. Ik merk wel dat we voorheen, met name in de laatste decennia van de twintigste eeuw, veel bezig waren met elkaars stemmen. Maar nu is er iets anders nodig. Mensen willen niet horen waar je kerkelijk staat, maar of je kunt helpen om God te ontmoeten en hoe je kunt leven in deze tijd.

Gisteravond was ik in de Utrechtse Dom in gesprek met allerlei soorten kerkgangers over de betekenis van Willibrord en de vitaliteit van de eerste jaren van het christendom in Nederland. Wat kunnen wij daarvan leren? Tegenwoordig, zo vertelden twee Utrechtse predikanten mij, krijgen zij maandelijks wel een mailtje van iemand die online met het christendom in aanraking is gekomen en verder wil komen in de geloofszoektocht. Die dynamiek is een heel uitdagende op dit moment. Want hoe gaan we om met deze vragen? Hoe zijn we kerk? Wat moeten we achterlaten of afleren om er voor nieuwkomers te kunnen zijn? Je ontstijgt in zo’n gesprek het onderlinge kerkelijk debat, daar zitten nieuwkomers niet op te wachten. Zij zoeken God. Heb je de vrijmoedigheid als kerk om te durven zeggen: ‘Hier is God te ontmoeten, we kunnen je helpen.’”

Hoe kun je individueel of bijvoorbeeld als Gereformeerde Bond je stem het beste kenbaar maken in de kerk?
“Door jezelf af te vragen: verhoud ik me tot die nieuwe vragen, tot die nieuwe werkelijkheid, en wat heb ik in te brengen? Als jij bijvoorbeeld weet hoe je met generatie Z om moet gaan en hoe je hun het geloof kunt leren, of je nu de Gereformeerde Bond, de EO, de IZB of de HGJB bent, dan zie je dat iedereen in de kerk meeluistert. Want ze herkennen iets van wat je zegt: ‘Hé, daar zit mijn kleindochter ook mee!’

Zo begint een nieuwe geloofwaardigheid naar elkaar toe. We staan voor dezelfde vragen. Laat dus vooral zien wat je kunt inbrengen vanuit je eigen traditie.”

‘Als het organisatorisch niet loopt, heeft dat effect op de geestelijke kracht van de kerk’. beeld Nienke van Denderen.

Uw wortels liggen ook in deze traditie. Wat neemt u daaruit mee in de rol van scriba?
“Ik kom uit een volkskerksituatie. De kerk in Veenendaal, mijn geboortedorp, was aanwezig, maar op een bepaalde manier ook mild, divers, met het oog op het dorp. Ik heb daar de kracht van de breedte van de kerk geleerd. Ik heb als puber mijn arm ernstig gebroken en kwam in het ziekenhuis terecht. Daar bezocht ouderling Van Egdom mij, een wat behoudende stem in onze kerk. De verschillen tussen ons waren groot, maar hij bezocht mij, vroeg naar me en raakte iets in mij. Dat zal ik nooit vergeten. Daarna vroeg hij aan de hele zaal of hij voor mocht gaan in gebed, zoals dat toen nog ging. Hij deed dat integer en warm: ‘U ligt hier, u bent ziek, we leven als kerk met u mee. Vindt u het goed als ik voor u bid?’ Dat kon toen, maar ik geloof dat er genoeg situaties zijn waarin dat nu weer zou kunnen. Mits je communiceert en je houding eentje van meeleven is.

Verder leerde ik in de kerk ernst, ontzag voor God, liefde voor de prediking, en ruimhartigheid. En ik deed Godservaringen op als jonge jongen. In de hervormde traditie, die een bevindelijke binnenkant heeft, leer je naar jezelf te kijken – kritisch, maar ook genadig – en te luisteren naar je ziel. Daarin ontdek je ook sporen van God die bezig blijkt te zijn met jou.”

Bedoelt u dat met Godservaringen?
“Die Godservaringen waren incidentele momenten, maar er zat ook iets van continuïteit in. Gezin, kerk en school waren een eenheid. Het is overigens moeilijk om over Godservaringen te spreken, maar het waren de momenten waarop je merkte dat er tegen je gesproken werd. Dat je doorkreeg dat niet alleen je eigen stem en gedachten je gevoelsleven doortrokken, maar dat er meer gebeurde.”

Gezin, kerk en school zijn op veel plaatsen geen natuurlijk gegeven meer. Hoe kunnen we nu verbindingen maken en welke rol ziet u daar voor uzelf in?
“Ik zie dit als een opdracht voor mijn generatie. Ik kom een heleboel leeftijdsgenoten tegen die op de een of andere manier nog wel iets met de kerk willen, ook voor hun kinderen, maar het kwam er tot nu toe gewoon nog niet zo van. Het zijn vijftigers met puberkinderen, met een goede baan en een zekere routine, én met het besef: dit mag niet verloren gaan.”

Maar het stroomt ook nog niet…
“Precies. Rutger Bregman heeft het in dit verband over morele ambitie. Je hebt meer te geven dan wat je tot nu toe geeft. Misschien ben je vooral bezig met jezelf en je drukke baan? Nu is het woord ambitie in de kerk niet fraai, maar laten we het hebben over een kerkelijk appel. Je hebt zo veel ontvangen, en misschien heb je het ook een beetje laten lopen, maar je kunt gewoon kerkenraadslid worden, of synodelid. Kom, waarom mag het geloof niet opnieuw oplaaien in je leven?”

Werkelijkheid vol kwaad
“Verder zou ik graag bezig willen zijn met thema’s die ertoe doen in onze kerk en cultuur”, vervolgt Van Ekris. “Stel dat het oorlog wordt. Wat hebben wij met onze kinderen dan besproken? Over leven en dood? Zo’n thema schoffelt allerlei vragen los die ons als kerk in beweging zetten. Niet omdat het mijn thema’s zijn, maar omdat ze nu spelen en omdat je in de traditie van onze kerk heel relevante antwoorden vindt. Zullen we die eens in het midden leggen?

Oorlog kan tot een bepaalde evaluatie van het geloof leiden. Houden onze taal, ons kerkelijk leven, onze liederen stand in tijden van oorlog? Welke thema’s zullen verdampen als het grimmiger wordt? En wat zegt dat over het kerkelijk leven nú? Zijn gesprekken, thuis en in de kerk, geestelijk gezien niet nogal dunnig en op onszelf gericht, en zul je daar met een soort wroeging op terugkijken als oorlog actueler wordt? Die vragen moeten we nu op tafel leggen.

Als je dat doet, zul je merken dat het eigenlijk steeds weer gaat over het kwaad dat aan alle kanten loert, over machten die Gods schepping vernielen en die chaos willen, over angst en het uitschreeuwen naar God, en dus gaat het ook over heil en Godsvertrouwen. De werkelijkheid vol kwaad haalt ons veel te optimistische wereldbeeld dat we in de kerk ontwikkeld hebben, onderuit. De Bijbel is het Boek dat je juist in die omstandigheden nooit in de steek laat.”

BIOGRAFIE
Kees van Ekris werd in 1972 geboren te Veenendaal. Na zijn middelbareschooltijd studeerde hij bestuurskunde aan de Universiteit Twente en theologie aan de Universiteit Utrecht. Na zijn studies werkte hij vijf jaar als zendingspredikant in Indonesië, uitgezonden door de GZB. Vervolgens werd hij gemeentepredikant in Breukelen en later te Zeist. Hij promoveerde in 2018 op een onderzoek naar het profetische element in de prediking. Hij kwam in dienst bij IZB-Areopagus en leverde een bijdrage aan talloze afleveringen van de populaire Bijbelpodcast Eerst Dit, die de IZB met de EO maakt. In 2023 werd Van Ekris voor een jaar benoemd tot Theoloog des Vaderlands. Hij trad op 1 juli 2025 aan als scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, als opvolger van dr. René de Reuver.