Bij het plotselinge overlijden van ds. C. van Duijn

Geschokt waren we, toen we op 6 april, twee dagen na Pasen, vernamen van het overlijden van ds. Cees van Duijn. Hij laat een grote leegte achter, allereerst in zijn gezin en familiekring. We leven van harte mee met mevrouw Mery van Duijn-Visser, haar kinderen en kleinkinderen. Ons gebed is dat de Heere hen draagt, troost en sterkt.

Ds. C. van Duijn maakte van 2007 tot 2019 deel uit van ons bestuur. Wij hebben hem leren waarderen vanwege zijn originele en inhoudsvolle inbreng. Vanaf zijn eerste studiejaren had hij zich grondig verdiept in de theologie van de Reformatie. Hij ontdekte daarin de kracht van het Woord van God. Hij bestudeerde dat Woord, met voorliefde voor bijbelse theologie. Het was hem een grote vreugde geroepen te zijn als dienaar van dat Woord. Hij wist ook dat dat een hoge roeping is, een last. Achter zijn olijkheid en vrolijkheid ging het besef schuil dat het eropaan komt om mensen tot Christus te brengen. Zijn laatste artikelen in De Waarheidsvriend gingen over de ernst van de prediking.

Gedurende zijn ambtelijke weg door de kerk raakte ds. Van Duijn meer en meer verwonderd over de kiemkracht van Gods Woord. Het wordt gezaaid én het groeit op. Daar staat de Heilige Geest voor in, daar waakt Christus over. Die kiemkracht wordt zichtbaar in mensen die niet meer kunnen loskomen van onze Heere Jezus Christus, en in Hem al hun heil vinden. Het raakte ds. Van Duijn diep dat dat veelal gebeurt in situaties die aan elke vanzelfsprekendheid voorbij zijn.

Hij genoot ervan om in Amsterdam predikant te mogen zijn, niet minder in het randstedelijke Gouda en Delft. In het grote-stedenberaad was hij een voortrekker. Met hart en ziel begaf hij zich op reis naar Hongarije, om de broeders en zusters daar te bemoedigen en van hen te leren. In Delft groeide het verlangen om deel te mogen uitmaken van een kerk die geen enkele formele invloed in maatschappij en politiek kan hebben. Dat is de kerk op haar best: zij heeft niets om op te leunen dan alleen het Woord. Toen ds. Van Duijn in ons bestuur vertelde dat hij geroepen werd naar Noord-Afrika, werd het stil. Wij beseften onmiddellijk dat zijn inbreng moeilijk te vervangen zou zijn. Tegelijk waren we dankbaar gestemd.

Nu we hebben gehoord dat hij is bevorderd tot heerlijkheid, is er verhevigd diezelfde mengeling van gevoelens: verdriet, ontreddering, en tegelijk hoop, lof, dankbaarheid. Nadat mr. G. Holdijk (2015) en dr. P.F. Bouter (2018) ons ontvielen, lijden we opnieuw een gevoelig verlies door het overlijden van ds. C. van Duijn. Wij herinneren hen als goede getuigen van Christus. Zij waren diepgeworteld in het gereformeerde belijden, en daardoor stonden zij met vrijheid in de ruimte van de katholieke kerk. Weldadig! Zij laten ons een voorbeeld na.

Namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond,
ds. J.A.W. Verhoeven