In hoeverre kleurt het christelijk geloof politieke opvattingen? Over de verhouding tussen kerk en staat zijn we het vaak snel eens: ze zijn gescheiden en mogen niet over elkaar heersen. Maar in de verhouding tussen geloof en politiek ontstaat al snel spanning. De recente publicatie van de Raad van Kerken gaf aanleiding tot verschillende reacties, onder meer in De Waarheidsvriend. Een complex thema waarin niet snel een eenduidig antwoord te geven is.
Het gereformeerde belijden gaat in de basis uit van een gescheiden rolopvatting tussen kerk en staat. Volgens Calvijn is er sprake van twee regeringen: de geestelijke en de burgerlijke. De eerste gaat over de regering van Christus over de ziel, en de tweede over de uiterlijke ordening van de samenleving. Beide zijn door God ingesteld en mogen niet over elkaar heersen. Hierbij wordt wel benadrukt dat kerk en overheid elkaar behoren te dienen en te ondersteunen en niet te hinderen.
Momenteel leidt de asieldiscussie binnen de samenleving én binnen de kerk tot spanningen. Er kunnen dan plotseling harde verwijten klinken over iemands motief als hij zich zorgen maakt over de toestroom van migranten en asielopvang in de buurt. Als christen hebben we toch de roeping om de vluchteling te beschermen, om barmhartig te zijn? De kerk heeft de roeping om de liefde van Christus te tonen. Hoe verhouden deze dingen zich tot elkaar? Een vraag waar niet direct een eenduidig antwoord op te geven is, maar er kan wel richting worden gewezen.
Grondrechten waarborgen
Als we kijken naar de roeping van de overheid, dan bevat deze ook de taak om orde en gerechtigheid te handhaven. De overheid dient hier altijd een belangenafweging te maken binnen een samenleving waar opvattingen van elkaar verschillen. Het beleid komt tot stand door een democratisch besluitvormingsproces waarbij de rechtsstaat ieders fundamentele grondrechten waarborgt. Als christen dienen we ons ‘te onderwerpen’ aan dit gezag. Tegelijkertijd biedt de grondwet ons ook gewetensvrijheid, waardoor we naar ons eigen morele kader mogen handelen.
Strafbaarstelling van illegaliteit is zo’n heikel thema waar er spanning kan ontstaan tussen enerzijds het overheidsbeleid en anderzijds persoonlijke morele overtuigingen. Hier staan grofweg twee visies op gespannen voet met elkaar. Vanuit het oogpunt van barmhartigheid en menselijke waardigheid zou je niemand als strafbaar mogen aanmerken puur vanwege het feit dat diegene op een plek is waar die, volgens het recht, niet mag zijn. Je tast daarbij de menselijke waardigheid aan en staat ver van het Bijbelse getuigenis dat elk mens van gelijke waarde is in de ogen van God.
Hiertegenover staat dat de asielprocedures in Nederland over het algemeen zorgvuldig zijn ingericht, waarbij diverse beroepsmogelijkheden zijn ingebouwd. Deze procedure is erop gericht om onderscheid te maken tussen mensen die recht hebben op verblijf in Nederland en mensen die dat niet hebben. Als iemand geen recht heeft, heeft diegene de wettelijke plicht om het land te verlaten. De vraag over strafbaarstelling gaat in die optiek over de vraag in hoeverre de overheid een straf op mag leggen wanneer iemand niet vertrekt. De overheid wil hiermee illegaal verblijf in Nederland voorkomen en bestrijden en hiermee voldoet de overheid aan haar opdracht om het recht te bevorderen en de samenleving te ordenen.
Gezamenlijke streep
Voor beide visies zijn goede argumenten te bedenken, ook vanuit christelijk perspectief. Binnen de christelijke politiek bestaan hier verschillende meningen over. Ik denk dat we elkaar hier ook ruimte in mogen geven. Mogelijk ligt de waarheid in het midden. De Raad van Kerken heeft mijns inziens dan ook te snel naar de pen gegrepen door een brief naar de Eerste Kamer te sturen met de oproep om tegen strafbaarstelling van illegaal verblijf te stemmen. Ze raken in deze brief zeker een bepaald principieel punt als het gaat om de oproep om ons hart niet te verharden voor de vreemdeling, maar hierbij vermengen zij iets te veel de roeping van de kerk en de roeping van de overheid.
Christelijke partijen trokken wél gezamenlijk een streep
In dit kader is het goed te markeren waar de christelijke partijen wél gezamenlijk een streep trokken. Dit ging over het strafbaar stellen van het geven van hulp aan illegaal in Nederland verblijvende mensen. Als zich noodlijdende mensen in je omgeving begeven, kan het niet zo zijn dat uitingen van naastenliefde, geboren uit de liefde van Christus, bestraft worden. In dit kader citeer ik graag uit Theologisch advies: Staat en Kerk (309) van Dietrich Bonhoeffer: “De christen houdt als burger niet op christen te zijn. De overheid kan de christen nooit tegen Christus opzetten, maar hij helpt hem veeleer om Christus in de wereld te dienen.” Door het strafbaar stellen van het tonen van barmhartigheid in de persoonlijke sfeer zou de overheid te diep ingrijpen in de gewetensvrijheid en morele overtuigingen van het individu.
Hiermee is nog niet alles gezegd. De vraag rijst in hoeverre je je als christen kritisch mag uitlaten over migratie en asiel. Mag ik mij zorgen maken over een nieuwe opvangplek om de hoek waar honderd alleenstaande mannen worden gehuisvest? Deze vragen roepen emoties op. Mogelijk staat het recente protest bij een azc in Loosdrecht nog op ons netvlies. Ook in gemeenten met veel kerkelijke betrokkenheid zien we felle protesten met diverse, vaak nationalistische, uitingen gericht tegen de komst van asielzoekers. De Raad van Kerken heeft een rapport gepubliceerd waarin hij zijn zorgen uit over de opkomst van radicaal-rechts gedachtegoed, ook binnen de kerk. De vraag is of je iedere zorg die je hebt over het asielbeleid of het verliezen van culturele waarden als radicaal-rechts moet beschouwen. Hierin is het rapport niet erg genuanceerd en hier en daar worden begrippen als democratie en rechtsstaat onjuist uitgelegd.
Signaal serieus onderzoeken
Toch mogen we niet te snel over het afgegeven signaal heen stappen. Binnen gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond en binnen de gereformeerde gezindte zien we over het algemeen een grotere hang naar ‘rechtse’ partijen dan naar het ‘linkse’ politieke spectrum. Dat er ook ter ‘linkerzijde’ van de samenleving én in de kerk zorgelijke ontwikkelingen zijn, is evident. Toch mag dit ons niet ontslaan van de opdracht om de uiting van de Raad van Kerken serieus te onderzoeken. Tegelijkertijd is het niet nodig om iemand verdacht te vinden als deze zijn of haar zorgen uit over brede maatschappelijke ontwikkelingen en vraagtekens plaatst bij de eenzijdigheid van de uitingen van de Raad van Kerken.
Ook de vraag waarom die eenzijdigheid bestaat, is legitiem en het onderzoeken waard en hoeft geen aanleiding te zijn om te twijfelen aan iemands integriteit. Elkaar als christenen bestrijden op dit punt leidt alleen maar tot verdere polarisatie en blokkeert een genuanceerder debat. De vraag is welk getuigenis we daarmee in de wereld afgeven. In dit kader wijs ik graag op het werk van Bart Brandsma, te vinden op Insidepolarisation.nl, waarin heel helder wordt gemaakt hoe polarisatie werkt en tegengegaan kan worden.
Zorgen over de islam
Hoe we met elkaar asielopvang organiseren, is een beleidsmatige en politieke vraag. Je kunt kiezen voor enkele grootschalige locaties verdeeld over het land en je kunt kiezen voor een evenredige verdeling over het land waarbij iedere gemeente mensen opvangt. Voor dit laatste is nu via de zogenaamde spreidingswet gekozen. Hierdoor komt het politieke thema migratie en asiel dichter op de persoonlijke levenssfeer van burgers. Hierbij speelt ook de vraag hoeveel migranten Nederland ‘aankan’. Grote groepen Nederlanders voelen zich vervreemd van hun leefomgeving en hechten aan Nederlandse culturele normen en waarden. Ook zijn er zorgen over de toenemende invloed van de islam in Nederland. Het is onjuist om die zorgen direct een racistisch stempel mee te geven. Het is de taak van de overheid en de politiek om hier ook serieus mee om te gaan. Kiezers wenden zich juist tot meer populistische partijen wanneer zij zich niet gehoord (meer) voelen door gevestigde politieke partijen. In de praktijk zie je dat inmiddels mede hierdoor ook een bredere politieke steun voor strenger asielbeleid is ontstaan.
Moreel kompas
Hierbij kom je tot de vraag in hoeverre het christelijk geloof je politieke opvattingen mag kleuren. Het antwoord op die vraag bereiken we niet door een uiteenzetting van wat het verschil is tussen rechts en radicaal-rechts of tussen links en radicaal-links. Een simpele zoekopdracht op internet geeft je een theoretische verhandeling die hierbij kan helpen. Het antwoord schuilt een laag dieper en vereist voor eenieder zelfonderzoek. Je kunt zorgen hebben over toenemende migratie en grote veranderingen in de maatschappij; tegelijkertijd kan het niet zo zijn dat we met een verhard hart kijken naar inmiddels gevestigde migranten of geplaatste asielzoekers. Vanuit God bezien zijn we elkaars gelijke en hebben we allemaal verzoening met Christus nodig. De overheid is hier geroepen om orde en recht te handhaven in de samenleving. Hierin handelt de overheid in een gebroken wereld en moeten we beseffen dat niet alles maakbaar is. Soms zijn beslissingen nodig in het algemeen belang, waarbij oog moet zijn voor schrijnende individuele gevallen. De kerk is geroepen om de liefde van Christus te tonen in de samenleving. Dit kan ze doen door gestalte te geven aan hulp aan vluchtelingen die in de nabijheid, al dan niet tijdelijk, een plek hebben gekregen. Als we als christenen in plaats van barmhartig omzien naar vreemdelingen met vlaggen door de straten gaan (mee)lopen, is het denk ik goed om ons moreel kompas en onszelf te toetsen of we het hier van de wereld of van Christus verwachten. In die zin heeft de Raad van Kerken een punt dat we ons hart niet mogen verharden en vreemdelingen niet als tweederangs mensen mogen zien. Maar nogmaals: dit is wat anders dan een politieke visie hebben over hoe we opvang regelen en hoe we binnen de samenleving alle belangen tegen elkaar afwegen. De overheid heeft de verantwoordelijkheid om evenwicht te houden tussen alle belangen en hierin zo veel als mogelijk het recht te handhaven en de orde te bevorderen.
Tot slot
Aan het eind van dit artikel is zeker nog niet alles gezegd; daarvoor is de problematiek te complex, te gevoelig en te kwetsbaar. Hierbij hebben we te letten op onze toon in het debat. Laat de kerk een voorbeeld zijn en laten we ons niet verleiden om de brede maatschappelijke tendens van polarisatie te volgen. Deze verleiding bedreigt de kerk en daarin hebben we onszelf te verootmoedigen. Ons hart kan ook in deze dingen onrustig zijn, totdat we rust vinden bij God.