'Gelukkig als je kracht in God ligt'
Column Hans Barendrecht: Regendouche
Stel, u zit in uw luie stoel. Het is zondag en de klok heeft net twaalf uur geslagen. Na een goeie preek en een stevige bak koffie met lekker gebak slaat u – als serieuze kerkganger – De Waarheidsvriend open. U bent nog maar net begonnen met lezen of de bel gaat. Wie zou dát nu weer zijn?
Uw vrouw doet open en een paar tellen later staan er vijf zware broeders voor uw stoel. Niet uit uw gemeente, maar dienaars der wet. U wordt gearresteerd. Nog voor u het goed en wel beseft, zit u geboeid op de achterbank van een politieauto en ziet u nog net uw vrouw en kinderen verbijsterd in de deuropening staan. Nachtmerrie of werkelijkheid?
U zult de eerste niet zijn in onze reformatorische achterban die zegt: dat overkomt mij niet. Wie meent te staan…
Maar stelt u zich eens voor: u wordt tóch gearresteerd en belandt in de cel. Wát zou u van thuis niet kunnen missen? Diezelfde vraag wordt namelijk gesteld aan bezoekers van het kloostermuseum in Ter Apel. De antwoorden hangen aan de muur van de sobere slaapvertrekken van de monniken van weleer. Frappant genoeg zijn het antwoorden die ik ook in de gevangenis hoor. “Liefde, rust en geborgenheid”, “onze tuin”, “een veilige omgeving en gezondheid”, “op de bank hangen en zappen, op de mobiel scrollen”, “vrijheid om te gaan waar ik wil en zeker niet gehoorzaam zijn” en tot slot: “je vrijheid, familie en mijn zelfstandigheid en sociaal contact”.