
Uit steeds meer onderzoeken blijkt de verslechterende mentale gezondheid in onze samenleving. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) publiceerde op 29 september 2025 een rapport met de titel: Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving. Tot in de Tweede Kamer is hier al over gesproken.
De titel van het RVS-rapport laat zien dat er nu iets moet gebeuren. Het beeld dat naar aanleiding van het rapport ontstaat, is alsof je met de trein onderweg bent en steeds sneller rijdt, maar dan ineens ontstaat er in de coupé waarin jij zit een levensbedreigende situatie zoals brand. Je moet snel zijn. Je zoekt de noodrem. Maar… waar zit die rem precies?
Vastlopende tijdgeest
Interessant is dat er op een gezaghebbende, seculiere manier door de Raad een zorgelijke cultuurdiagnose wordt beschreven. Het laat zien dat er in de cultuur zelf een groeiend besef is dat er iets wringt in de manier waarop we leven. De vastlopende tijdgeest begint nu zelf vragen te stellen. Het rapport is een uitnodiging om met 18,1 miljoen Nederlanders na te denken hoe we door de hypernerveuze samenleving van 2026 heen komen. De vraag die ons dan indirect gesteld wordt, is: welk geluid mag de kerk in zo’n samenleving laten horen? In dit artikel vat ik het rapport kort samen om van de cultuurdiagnose te leren. Daarna wil ik er dieper op doorvragen en het in gesprek brengen met Bijbelse noties. Hiermee wil ik het denken en ook het gesprek over dit waardevolle rapport aanmoedigen. Het RVS-advies biedt naar mijn inzicht een kans op een open, missionair gesprek met onze tijdgenoten.
Meritocratie
De centrale stelling in het rapport is: ons leven is doordrongen van hypernervositeit. Hypernerveus verwijst hierbij naar de gespannen, rusteloze, gejaagde samenleving, waarbij je als individu continu ‘aan’ moet staan (p. 18).
Volgens de Raad leven we in een meritocratie, een maatschappij waarin posities worden verdeeld op basis van individuele capaciteiten, inzet en prestaties. Jouw prestaties bepalen hoe ver je komt. Als je je best doet, kom je ver. Anders niet. Dit selfmade-ideaal is vandaag gangbaar: je moet slimmer, gezonder, productiever, succesvoller, fitter, socialer zijn. Je moet jezelf optimaliseren. Liefst in de hoogst mogelijke versnelling. Die drieslag individu-prestatie-versnelling zet de mentale volksgezondheid onder toenemende druk. Mensen worden nerveuzer.
De cijfers die het rapport op een rij zet, zijn alarmerend. Zo kampte in 2024 zo’n 43,7 procent van de bevolking met angst- en depressiegevoelens. De vraag naar psychische hulpverlening nam tussen 2009 en 2021 toe met 53 procent. En in 2024 waren er 100.000 mensen die wachtten op hulp van de ggz. Dit alles brengt ook hoge kosten met zich mee. Er zijn wel therapieën, coaches, zelfhulpboeken, influencers, et cetera, maar het is dweilen met de kraan open.
De Raad pakt door door het individu te verbinden met een collectief probleem in de maatschappij. De manier waarop de samenleving functioneert, is letterlijk ziekmakend. Mensen die uitvallen zijn als kanaries in de kolenmijn. Kort gezegd: we hebben een systeemprobleem.
Ontwikkelingen
Wat zijn de onderliggende ontwikkelingen in onze gespannen samenleving?
- Ten eerste noemt de RVS dat overal “(geïnstitutionaliseerd) individualisme” heerst. Individualisme geeft positieve vrijheid, maar ook een zware druk op de identiteit van mensen: je moet je leven als eigen bouwpakket in elkaar zetten, ook als je (soms) niet weet hoe.
- Ten tweede is er sprake van een “zelfsturende prestatiesamenleving”. Mensen maken zichzelf gek met het motto: ik ben de sleutel tot mijn succes. Mensen leggen zichzelf die druk op en motiveren zichzelf door positief denken. Niet alleen op het werk, maar ook in de vrije tijd moet alles ‘productieve tijd’ zijn. Misschien herken je dat je overal goed in wilt zijn: op je werk, op school, in je huwelijk, in je gezin, in de kerk, op de sport, bij de muziek, etc. Dit heet ‘combinatiedruk’. Op alles ligt tegenwoordig ‘druk’.
- Ten derde is er sprake van “belemmerende versnelling”. Enerzijds versnel je door (technologische) voortuitgang (pc, internet, smartphone, AI), maar anderzijds belemmert die hoge snelheid ons, omdat het de nieuwe norm wordt. Er ontstaat versnellingstotalitarisme. Want die hogere normen of doelen worden het nieuwe normaal. Dit zorgt voor nog meer druk. Het moet nóg efficiënter.
Ontspannen
Deze drie ontwikkelingen voeden onze hypernerveuze samenleving. Steeds meer zielen bezwijken op de TINA-speedboot (There Is No Alternative) van deze samenleving en vallen overboord (Dirk De Wachter).
Daarom moet de hypernerveuze samenleving ontspannen. Hiervoor zijn drie v-waarden (nog) meer nodig: verbinding, verscheidenheid en vertraging.
- Verbinding, omdat we sociale wezens zijn (p. 32). In verbinding staan, helpt je om je goed te voelen en geeft gevoel van zingeving. Psychologische ik-taal (I en Me) is helaas steeds meer onze samenleving binnengeslopen, zo wordt Marijke Spanjersberg, Tussentaal (2022), geciteerd. Overheden, organisaties en mensen moeten meer ruimte maken voor verbinding en resonantie (H. Rosa).
- Verscheidenheid betekent dat we ruimte geven aan onderlinge verschillen, zonder met elkaar te gaan vergelijken in deze meetmaatschappij (B. van der Kolk). Ieders unieke talenten, kennis en kunde krijgen dan waardering, waardoor mensen minder snel druk ervaren in het vergelijken met anderen.
- Vertraging betekent dat we meer ‘lege tijd’ ontvangen. We geven al generaties aan elkaar door dat ‘lege tijd’ saai is en opgevuld moet worden. De Raad pleit voor ‘lege tijd’ om eens even te reflecteren, te lummelen, te vervelen. Juist daaruit kunnen mooie dingen ontstaan als creativiteit, tevredenheid, verbinding en bezinning.
Wake-upcall
De Raad gebruikt in het slot een stevige wake-upcall. “We stevenen af op een mentale volksgezondheidscrisis. We moeten nu op de rem” (p. 50). Er is nú een sociaal-culturele ommekeer nodig om de samenleving tot rust te brengen. Vandaar de titel van het rapport: Op de rem! Waarbij we vanuit een basisbesef van onwetendheid en gelijkheid samen zoeken naar ontspanning in het systeem. Bij het rapport wil ik dan ook een aantal gespreksvragen inbrengen.
Waar zit de rem?
1. Het RVS-rapport beschrijft een rusteloze samenleving die mentaal verslechtert door doorgeschoten individualisme, zelfsturende prestatiedruk en voortdurende versnelling.
De samenleving moet op de rem. Tegelijk lijkt mij de vraag: waar zit de rem precies in de samenleving? Op p. 21 merkt het rapport immers zelf op: “De sterke focus op prestaties heeft geleid tot een samenleving waarin de illusie heerst dat alles mogelijk is. Er zit geen rem op.” Kun je het huidige systeem remmen terwijl de filosofie van groei en vooruitgang voortgaat? Kaart dat aan. Anders is het remmen op glad ijs.
Als het rapport een spade dieper zou afsteken, zouden vragen aan de orde kunnen komen als: Uit welke bron leven we? Welk wereldbeeld staan we voor? De RVS zoekt binnen het hypernerveuze systeem naar ontspanning. Maar moeten we het niet zoeken buiten het systeem? Ik bedoel concreet: zijn we naast sociale wezens, niet ook contemplatieve/meditatieve wezens, aangelegd op het Hogere? Hebben het rapport en de samenleving voor die meditatieve dimensie in de mens voldoende oog?
Welk juk ligt op onze schouders?
2. De Heere Jezus zegt: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven” (Matth. 11:28). Aandacht voor een rustdag als vertragend onderdeel is essentieel (hier vraagt Protestants Nederland in een campagne op dit moment aandacht voor). Maar niet om daarna weer zes dagen te kunnen doorjakkeren. Ten diepste is de geestelijke rust in Christus nodig om als vrijgesproken mens te beseffen dat we van andere dingen rijk worden dan van rendement, economische groei en zelfoptimalisatie.
Legt ons zelfsturende en zondige ik niet zelf het verslavende juk van het systeem op onze eigen schouders? Het hoeft niet zo te zijn. Paulus zegt: “Door de Heere Jezus Christus is de wereld voor mij gekruisigd, en ik voor de wereld” (Gal. 6:14). Door Jezus ontstaat een heilige relativering van de schatten van deze wereld. We hebben niets de wereld ingedragen, en gaan er ook niets uit wegdragen (1 Tim. 6:7). Klinkt dit relativerende besef vandaag de dag voldoende door in de kerk?
Wanneer is het genoeg?
3. Ik proef in het RVS-rapport iets van wat het Oude Testament het sjalom-ideaal noemt (heelheid door verbinding, recht doen aan rechtvaardige verhoudingen in verscheidenheid, rust van vertraging). Het wijst daarbij terecht op de menselijke eindigheid. Een mens kan niet eindeloos nerveus voortjakkeren. Hij betaalt daarvoor uiteindelijk de rekening. Dit betekent niet dat we als christenen anti-ambitie zijn, maar wel dat een besef van genoeg, voldoening, dankbaarheid en tevredenheid belangrijke waarden zijn. Die waarden komen volgens Paulus voort uit godsvrucht (1 Tim. 6:6). Zouden we niet als samenleving diepgaand over díé waarden in gesprek mogen? Wanneer is het genoeg? Wie te veel manna raapte in de woestijn kreeg bederf in de kruik.
Verbinding zoeken
4. Het waardevolle RVS-rapport geeft ons veel mee, zoals het punt van verbinding. Ook in de kerk merk ik dat bijvoorbeeld jongeren zich moeilijker met elkaar verbinden. Hoe stimuleren we de onderlinge verbinding? Hoe voorkomen we dat bij een eredienst individuen komen, wat roezemoezen vooraf aan de dienst, en na afloop snel vertrokken zijn? Hoe raken catechisanten op elkaar betrokken als zij doordeweeks naar verschillende scholen gaan? Laat de kerk bijdragen aan de samenleving. Wat zou het mooi zijn als we in de kerk leren resoneren. De ander laten resoneren in ons hart vanuit naastenliefde. Zo kan de kerk verschil maken door aandachtig te leven in een veeleisende wereld (N. Tramper). Kortom: niet defensief bijremmen, maar vooral voortgaan op de weg van Christus. En snel ook. Gas erop.
