Na het principebesluit van de synode dat er een predikant-pastor zal komen in de Protestantse Kerk in Nederland, wordt aan kerkenraden gevraagd om te considereren op diverse kerkordewijzigingen. In veertien vragen probeert de synode deze consideraties (overwegingen) behapbaar te maken. Hoe kijkt de Gereformeerde Bond naar wat er voorligt?
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond moedigt kerkenraden aan om van die gelegenheid om te considereren gebruik te maken. Er wordt namelijk een ingrijpende verandering voorgesteld, waarvan de consequenties moeilijk te overzien zijn. De onderbouwing hiervoor lijkt vooral van pragmatische aard: er is een predikantentekort en daar moet wat aan worden gedaan.
Oplossing gezocht
Op zichzelf is het niet vreemd dat er iets geregeld moet worden. De kerkorde volgt vaak de gegroeide praktijk. De materie is echter ingewikkeld, er lopen verschillende onderwerpen door elkaar: het aanstellen van de predikant-pastor, de komst van een classicale consulent (naast de bestaande consulent die door de kerkenraad wordt benoemd), en het hulpmiddel van 82 vragen waaruit moet gaan blijken of een gemeente een universitair of hbo-geschoolde predikant moet gaan beroepen.
De synode noemt in haar ondersteunende brief vier dingen die om een oplossing vragen:
- Er is een variatie aan gemeenten/vierplekken ontstaan die om een grotere variatie aan voorgangers vraagt. Denk aan pioniersplekken, aan kleine gemeenten die niet langer een gemeentepredikant kunnen betalen, aan nieuwe vormen van gemeente-zijn in grote steden.
- Er is tegelijk een groeiend tekort aan bevoegde voorgangers.
- Om dit probleem tijdelijk op te lossen heeft de kerk in sommige situaties kerkelijk werkers (en pioniers) de bevoegdheid van een predikant gegeven. Vaak is die bevoegdheid beperkt tot één gemeente. In de praktijk geeft dat onduidelijkheid en frustratie.
- Er zijn hbo-opgeleide theologen. Zij staan (meestal) niet in een ambt. De rechtspositie van zowel kerkelijk werkers als hbo-theologen is slecht. Ze werken vaak op basis van een tijdelijk contract of tegen een vergoeding per uur.
De synode wil al deze problemen in één streek oplossen. De vraag is: kan een hbo-theoloog een welomschreven positie krijgen als predikant? En ook: wat is de verhouding tussen predikant en de (ouderling-)kerkelijk werker? En: hoe kan die laatste groep een betere rechtspositie krijgen?
Twee soorten predikant
Eerst de predikant. De synode heeft besloten dat er twee varianten van komen: naast de huidige universitair opgeleide predikant komt er een predikant-pastor die hbo-opgeleid is.
Beiden zijn predikant. Beiden hebben alle rechten en plichten van een predikant. Ze worden beroepen, ze krijgen een pastorie aangeboden, et cetera. Alleen is de ene wat meer analytisch ingesteld, de ander wat meer praktijkgericht. Er zijn nog enkele kleine verschillen: een predikant-pastor kan geen classispredikant of scriba van de synode worden. Overigens zal van beide soorten predikanten verwacht worden dat zij deelnemen aan bovenplaatselijke taken van de kerk (bijvoorbeeld in synode, classes, en adviesorganen).
Het ambt van predikant
De Gereformeerde Bond bepleit dat een predikant een academische vorming zal krijgen. Dat is in de gereformeerde kerken in ons land altijd de lijn geweest. Niet voor niets richtte de Reformatie overal universiteiten op. De argumentatie daarbij is dat kennis van de grondtalen van de Bijbel onmisbaar is voor een gedegen Bijbelse prediking. Daarnaast is academisch denkniveau vereist voor de hermeneutische, systematisch-theologische en filosofische vragen. Het academische niveau kenmerkt zich door een wetenschappelijke, analytische en kritische benadering. Het draait om het zelfstandig verwerven van complexe kennis, het doorgronden van theorieën en het blootleggen van de structuren erachter. Dit is ook nu essentieel binnen de complexiteit van kerk-zijn in een seculiere cultuur.
Bovenstaande stelt de Gereformeerde Bond vanuit bezorgdheid over de zeggingskracht van theologie en prediking in een complexe tijd.
Tegelijk ziet de GB dat de kerk verlangt om onder voorwaarden ook hbo-opgeleide predikant-pastores toe te laten tot het ambt. Dit verlangen is onder andere ingegeven vanwege een toenemend predikantentekort. Hun roeping, bevoegdheid en plaats in de kerk respecteert de GB ten volle. Wel blijft voor ons de academisch gevormde predikant de norm. Voor hbo-opgeleide predikanten zien wij verdere theologische vorming en voortgaande studie om een academisch gevormde predikant te worden als een noodzakelijk onderdeel van hun ambtsuitoefening.
Denk daarbij aan de vele broeders die in het verleden vanuit een niet-academische achtergrond werden geroepen, maar die zich vervolgens met grote inzet toelegden op verdere studie en zo uitgroeiden tot theologisch breed gevormde dienaren van het Woord.
We willen dan ook oproepen om in de consideraties aan te geven dat verdere scholing van hbo-geschoolde predikant-pastores geen optie is, maar een wezenlijke verplichting die uit de ernst van de bediening zelf voortvloeit. En in de opleiding is de GB bereid om mee te denken en verantwoordelijkheid te nemen bij de aanstelling van docenten.
Kerkelijk werker
De synode stelt voor om een duidelijke afbakening te maken tussen enerzijds de predikant in beide verschijningsvormen en anderzijds de kerkelijk werker. Die laatste wordt niet beroepen, en zal niet de bevoegdheid krijgen om sacramenten te bedienen en belijdenis af te nemen. Hij zal zich richten op een deelterrein, bijvoorbeeld pastoraat of catechese. De rechtspositie wordt geborgd: een kerkelijk werker ‘nieuwe stijl’ kan voortaan alleen voor onbepaalde tijd worden aangetrokken op basis van een aanstelling. De kerkenraad wordt dus werkgever.
Op dit moment zijn er zo’n tachtig tot honderd kerkelijk werkers ‘oude stijl’. Zij zullen eenmalig via een route van extra studie als predikant-pastor worden bevestigd. Dat betekent wel dat zij colloquium moeten afleggen. Dat wil zeggen: de geschiktheidscommissie van de kerk moet hen beroepbaar verklaren.
De kerkelijk werker is van groot belang voor de geestelijke opbouw van de kerk. Aan de huidige kerkelijk werker wordt geen recht gedaan. Het is goed dat hem een fatsoenlijk contract wordt aangeboden in de vorm van een aanstelling voor onbepaalde tijd. Het ligt voor de hand om een hbo-opleiding te vereisen.
Consulentschap
Dan over het hulpmiddel en de classis-consulent, die samen helpen te bepalen welk soort predikant nodig is. De status van zowel consulent als hulpmiddel is nog volstrekt onduidelijk, zo blijkt ook uit classicale bijeenkomsten rond dit onderwerp. Raadzaam is het daarom dat kerkenraden hierover vragen stellen in de consideraties. Heel concreet: gaat het hulpmiddel of de consulent bepalen of wij een universitair predikant of een hbo’er moeten beroepen? De Gereformeerde Bond verlangt dat de kerkenraad de vrijheid behoudt om te handelen naar eigen inzicht en dat de consulent adviserend en niet normerend aanwezig is.
Verkondiging centraal
De synode regelt in de marge ook nog een paar andere zaken. Het voorstel is om aan een emeritus predikant de mogelijkheid te bieden dat hij tot maximaal tien jaar hulpdiensten kan verlenen (na toestemming van de classis). Dit is een logisch voorstel. Ook het voorstel om predikanten en kerkelijk werkers in één register op te nemen, is een verbetering.
Ten slotte wordt voorgesteld om aan studenten een leer-werkconsent aan te bieden. Dat betekent dat zij gedurende hun studie alvast bepaalde bevoegdheden krijgen. Wanneer dat vergelijkbaar is met een stage onder begeleiding van een ambtsdrager, kan dat heel zinvol zijn.
Kerkenraden krijgen de mogelijkheid om te reageren op de voorstellen van de synode. Ten diepste staat de verkondiging van het Woord in deze consideraties centraal. De roeping van God tot het ambt is nodig, en de leiding van de Heilige Geest. En ook een gedegen kennis van de Bijbel als Gods Woord.
Aandachtspunten bij consideratie
- Een universitair predikant, met kennis van de grondtalen, kan volgens de GB het beste instaan voor een zuivere prediking. Een hbo-theoloog heeft praktische competenties en zou daar ook op ingezet moeten worden in catechese en pastoraat.
- De consulent die door de classis moet worden benoemd, heeft een onduidelijke status. Kan deze rol niet beter bij de huidige consulent worden belegd, met daarbij een extra opleiding? Dit voorkomt meer bureaucratie en veel extra kosten.
- Het hulpmiddel van 82 punten heeft eveneens een onduidelijke status. Het moet uitsluitsel geven over welk soort predikant en in welke omvang past bij een gemeente. Stel dat het advies een hbo-pastor is, ben je dan verplicht om dit te doen of mag je nog een academisch geschoolde predikant beroepen? Dit is een wezenlijk punt waar duidelijkheid over moet komen. De GB staat voor ogen dat een kerkenraad hierin het laatste woord moet hebben, niet de classis.