Waar bent u naar op zoek?

Wat is de plaats, betekenis en toekomst van het volk van God?

Hoofdbestuur start briefwisseling over Israël

Dr. R.W. de Koeijer
Door: Dr. R.W. de Koeijer
Israel
30-06-2026

Er zijn van die gevoelige thema’s die regelmatig in het nieuws zijn en allerlei reacties oproepen. Ook in christelijke en kerkelijke kring. Zo’n thema is Israël. Het is goed om ook in De Waarheidsvriend opnieuw aandacht te geven aan de plaats, de betekenis en de toekomst van het volk waarmee God een bijzondere weg gaat.

De kwestie Israël brengt allerlei pennen en stemmen in beweging die regelmatig met elkaar botsen. Op het terrein van de politiek is dit overduidelijk. Scherpe kritiek van ‘links’ op de Israëlische politiek staat tegenover ‘rechts’ begrip voor het optreden van Israël. In de pers, zoals bij de NOS, klinkt een eenzijdig negatieve visie op de verwoestin‍gen die Israël in Gaza en Libanon aanricht, terwijl het geweld van Hamas en Hezbollah wordt verzacht. Dit heeft invloed in onze samenleving, die dezelfde twee‍deling van ‘voor’ en ‘tegen’ laat zien. Natuurlijk wordt het toenemende antisemitisme door velen afgewezen, maar tegelijk valt ook te horen dat Israël het geweld over zichzelf afroept. Op deze manier is Israël niet alleen een erg gevoelig thema, maar komen Joden in ons land en in Europa steeds meer in de hoek te staan. We denken aan recente aanslagen op synagogen en scholen, maar ook aan de scheldwoorden en verwen‍singen die onze Joodse medeburgers over zich heen krijgen. Meer dan eens klinkt de verzuchting dat zoiets niet valt te begrijpen en nog minder te verdedigen na de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Kerk

Onze Protestantse Kerk in Nederland zit in een moei‍lijk parket. Enerzijds zijn er de rodelijnprotesten, die een pro-Palestijnse visie verwoorden en erg kritisch zijn op Israël, en anderzijds is er de beweging die sterk voor Israël opkomt en wijst op artikel 1 van onze kerkorde: “De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met Israël.” De nasleep van de reis van de scriba, dr. C.M.A. van Ekris, naar het Midden-Oosten heeft duidelijk gemaakt hoeveel spanning dit thema oproept. Hierin zoekt het moderamen een positie waarin er aandacht blijft voor de bijzondere band met Israël, maar ook voor die met Palestijnse christenen. De kerk roept op tot “het zoeken naar beleid en taal waarmee wij de veiligheid en de vrede van Palestijnen en Joden dienen”. Het is begrijpelijk dat wordt gezocht naar een voorzichtige en zorgvuldige verwoording, maar daarover schreef dr. A.A.A. Prosman recent in De Waarheidsvriend : “Dat het conflict in en rond Israël ingewikkeld is en onoplosbaar lijkt, is bekend. Maar juist in zo’n situatie is een helder en richtinggevend woord nodig. Daar wordt van alle kanten op aangedrongen. Maar dat gebeurt niet. Het moderamen verschuilt zich achter de ingewikkeldheid van de problematiek (…) Na de oorlog is er een korte tijd van verbondenheid geweest, maar nu wordt gezocht naar een fatsoenlijk afscheid. Als het moderamen die kant op wil, laat het dat dan ook onomwonden zeggen.” Als kerk zijn we geroepen om op te komen voor Joodse medeburgers in een tijd dat het genoemde antisemitisme steeds verder oprukt in onze samenleving.

Israël in de Bijbel en nu

Een bepaalde visie op Israël heeft alles te maken met hoe je in Bijbels licht aankijkt tegen het volk, het land, de staat en de toekomst. Lastig daarbij is dat de moderne staat Israël en de regering onder leiding van Netanyahu niet samenvallen met het volk dat in de Bijbel een vooraanstaande plaats krijgt. We moeten niet vergeten dat een deel van het Joodse volk buiten het huidige Israël woont. Tegelijk zijn deze twee ook weer niet te scheiden, want het volk heeft sinds 1948 weer een eigen staat. In de Bijbel komt de bijzondere relatie tussen de HEERE en Israël duidelijk naar voren. God heeft dit volk uitgekozen en blijft het trouw, ondanks de vele keren dat het ongehoorzaam is en de afgoden dient. Hoe wordt die trouw zichtbaar?

Verschillende profeten spreken over een rest van Israël dat na het oordeel van de ballingschap terug‍keert en een nieuwe toekomst tegemoet gaat. Paulus brengt deze restgedachte naar voren in Romeinen 11, waar hij wijst op de zevenduizend in de tijd van Elia, evenals op zichzelf en andere gelovigen. Dat geeft verwachting voor de toekomst, zoals het vervolg van Romeinen 11 verwoordt. Vragen die naar boven komen bij het lezen van de Bijbel zijn: Hoe ziet deze toekomst voor Israël eruit? Zullen vele Joden tot geloof in Christus komen en een eigen land bezitten? Zal Christus nog een keer aan Israël verschijnen voor‍dat Hij wederkomt? Daarmee in nauw verband staat de vraag: Hoe lezen we de profetieën van het Oude Testament? Zijn deze alleen van toepassing op de christelijke gemeente van Jood en heiden of spreken ze ook over een afzonderlijke toekomst voor Israël? Of om nog verder terug te gaan: Blijft de Heere trouw aan Zijn verbond met Abraham, in de zin dat Hij na het kruis en de opstanding van de Heere Jezus Christus een eigen weg gaat met Israël? Of is dit verbond zo vervuld in Christus dat er daarna geen eigen plaats voor Israël overblijft, omdat het heil nu is bestemd voor alle volken? Zulke vragen zijn belangrijk, want ze raken ons Bijbellezen en verstaan van de Schrift.

Verkiezing en trouw

Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft zich de afgelopen periode bezonnen op dit thema. Bekend zal zijn dat het hoofdbestuur de jaren door een Israëlvisie heeft verwoord die op het volgende neerkomt. God heeft nog steeds een bijzondere band met dit volk, die zichtbaar is geworden in de stichting van de staat Israël in 1948 en in het groeiende aantal Messiasbelijdende Joden, die een eigen positie inne‍men. Voor deze notie is in onze GB-kring aandacht gevraagd door theologen als S. Gerssen, H. Vreekamp, M. van Campen, C. den Boer en de beide algemeen secretarissen J. van der Graaf en P.J. Vergunst. In deze visie rusten Gods verkiezing van Israël en Zijn trouw op het verbond dat Hij met Abraham heeft gesloten. Deze worden bevestigd door profetische beloften die spreken over een geestelijk herstel van Israël en door wat de apostel Paulus in Romeinen 9-11 belijdt over Israëls ongeloof en toekomst. Daarom mogen we verwachten dat Gods volk in de toekomst een geestelijke opwekking zal meemaken en een eigen land zal bezitten. Hiervan getuigen allerlei artikelen in De Waarheidsvriend de jaren door, alsook verschil‍lende boeken en brochures. Tegelijk waren er ook andere geluiden en visies in het hoofdbestuur en in de gemeenten, die gesprekken, discussies en soms ook spanningen hebben opgeleverd. Dit verschil in gedachten is er ook nu. Er is ook de visie dat de weg van Israël vervuld is in het werk van de Heere Jezus Christus. Omdat Hij het ware Israël is, moeten we voorzichtig zijn om een afzonderlijke toekomst voor het volk te verwachten waarbij het huidige land een rol speelt. Het heil is bestemd voor alle mensen, voor Jood en heiden tegelijk.

Drie kaders

Dit genoemde verschil van mening staat wel binnen bepaalde kaders. Ik noem er drie. Ten eerste is ieder‍een binnen het hoofdbestuur ervan overtuigd dat er voor Israël geen eigen weg tot de zaligheid bestaat buiten de kennis van de Heere Jezus Christus om. De gedachte dat Israël via het houden van de Thora zalig kan worden, gaat in tegen de heldere belijdenis van de Schrift dat er één Naam tot behoud is (Hand. 4:12). We kunnen ook denken aan het apostolische woord: “Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons” (2 Kor. 1:20). In het boek Handelingen zien we voortdurend dat zowel Jood als heiden tot geloof in Christus wordt geroepen. God heeft sinds Pinksteren één volk, dat Christus als de Messias be‍lijdt en straks de nieuwe hemel en aarde zal beërven. Ten tweede de trouw van de HEERE aan Israël. We zouden het zo kunnen zeggen: ook al kunnen Jood en heiden alleen behoud vinden in het werk van Christus, toch gaat Israël in de heilsgeschiedenis voor‍op. Het Evangelie is eerst voor de Jood, en ook voor de Griek (Rom. 1:16). Hij heeft het volk dat Hij eens heeft geroepen niet verstoten (Rom. 11:1-2). Dat wekt tot gebed voor Israël om vernieuwing én geeft hoop voor de toekomst.

Ten derde wil het hoofdbestuur niet de kant opgaan van een al te gedetailleerde toekomstverwachting met een duizendjarig rijk en de bouw van een nieuwe, derde tempel. Zulke gedachten staan in spanning met Christus als dé tempel, de vervulde offerdienst en de verwachting van de “tent van God bij de mensen” (Openb. 21:3).

Briefwisseling

Om de gedachten die in ons midden over Israël leven te communiceren, is ervoor gekozen om een brief‍wisseling te starten in De Waarheidsvriend . Dat lijkt ons een goed middel om lezers erbij te betrekken en kritisch mee te laten denken. In enkele afleveringen gaan twee hoofdbestuursleden, ds. J.J. ten Brinke en ds. M.K. de Wilde, met elkaar in gesprek. Ze zullen hun eigen gedachten verwoorden en elkaar kritisch bevragen. Op deze manier komt zowel een gedeelde grondovertuiging als een verschil in interpretatie aan de orde. Aan de orde komen vragen als: Hoe lezen we profetieën uit het Oude Testament? Hoe lezen we het Nieuwe Testament, niet alleen Romeinen 9-11, maar ook de bijdrage van de Hebreeënbrief? Hoe kijken we aan tegen de landbelofte? Op deze manier hoopt het hoofdbestuur een doordachte bijdrage te leveren aan dit Bijbelse en tegelijk complexe thema. Het is de bedoeling dat in De Waarheidsvriend 28-29 de eerste brief van ds. Ten Brinke zal staan, die eindigt met een vraag aan het adres van ds. De Wilde. Deze zal daarop reage‍ren en daarna zullen er dus nog enkele afleveringen volgen.

Zulke vragen raken ons Bijbellezen en verstaan van de Schrift

Dr. R.W. de Koeijer
Dr. R.W. de Koeijer

is studiesecretaris van de Gereformeerde Bond.