
Beste Marco, In je laatste brief ga je in op de vraag wat ‘de vervulling in Christus’ betekent voor Gods weg met Israël. Ik ben dankbaar te lezen dat je “een hechte en onopgeefbare band met onze oudste broer” belijdt als het gaat om de weg die God is gegaan om de wereld te verlossen. En ja, ik stem met je in dat verschillen wegvallen als het gaat om de verlossing in Christus.
Tegelijk zou ik het graag zó willen zeggen: God gaat ook nu (!) een weg met Israël om de wereld te verlossen. Die verlossing gaat nooit buiten Christus om. Daarom bid ik met regelmaat in de zondagse erediensten of Christus Zich met kracht aan het Joodse volk bekend wil maken als hun Redder en Zaligmaker, “opdat Uw volk zich weer in U verblijdt”, de heidenvolken dát zullen zien en naar de Messias van Israël zullen vragen. Bij wat er in de achterliggende eeuw is gebeurd en ook nu gaande is, is er alle reden om ook vandaag de vraag van de apostelen in Handelingen 1:6 te stellen: “Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?” Dat Koninkrijk voor Israël zál worden hersteld. Heidenvolken zullen komen en vragen naar de wegen van de Heere, vanuit Sion zal de wet uitgaan en zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen, speren tot snoeimessen (vgl. Jes. 2:1-5). Vanuit het geheel van de Schriften is dat een vaste en zekere verwachting, die door de Heere Jezus nergens wordt getemperd. Waar Christus wél corrigerend op ingaat, is de gedachte dat het tijdstip van het herstel van dat Koninkrijk nader zou kunnen worden geduid. “In deze tijd?”, vragen de apostelen. Daarop antwoordt Jezus: “Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten…”