
Onlangs overkwam mij iets wat op het eerste gezicht onschuldig leek, maar bij nader inzien toch vragen opriep. Aan het eind van een enquête moest ik mijn kerkelijke gezindte invullen. Tot mijn verbazing werd de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) opgedeeld in twee varianten: ‘PKN’ en ‘PKN-GB’.
Omdat ik lid ben van de Gereformeerde Bond, koos ik voor de tweede optie. Direct na het verzenden voelde dat ongemakkelijk. Alsof ik daarmee mijn eigen kerk tekortdeed of mijzelf buiten de brede kerk plaatste. Daarom heb ik mijn keuze bij de organisatie achter de enquête ook herroepen, omdat deze tweedeling naar mijn mening geen recht doet aan de werkelijkheid.
Niet alleen omdat deze tweedeling feitelijk onjuist is, maar ook omdat die iets blootlegt van de neiging om stromingen binnen de PKN te verzelfstandigen tot afzonderlijke ‘identiteiten’. Regelmatig wordt ‘PKN-GB’ gebruikt als aanduiding van een kerkelijke gezindte, ook voor mensen die geen lid zijn van de Gereformeerde Bond. Soms wordt dit zelfs als voorwaarde genoemd in een sollicitatieprocedure. Dat roept de vraag op wat het betekent voor ons kerkelijk zelfverstaan wanneer een modaliteit binnen de Protestantse Kerk wordt benoemd alsof zij een eigen identiteit vormt.
Geen kerk
Helder moet zijn dat de Gereformeerde Bond geen kerk is, geen kerkverband en ook geen zelfstandige denominatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Tegelijk functioneert de Bond historisch en kerkelijk in de context van de PKN. De leden zijn via hun eigen gemeente lid van de PKN; daarbinnen vormt de Bond een vereniging met een eigen missie.
Die missie is helder: bevorderen dat de Protestantse Kerk in Nederland leeft in gehoorzaamheid aan Gods Woord en gebonden blijft aan de gereformeerde belijdenis van de Reformatie, zoals verwoord in de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels; de belijdenis waaraan de PKN zich in de grondleggende artikelen van haar kerkorde heeft verbonden.
De Gereformeerde Bond staat daarmee niet naast de kerk, maar wil dienstbaar zijn ín en aan de gehele kerk. De Bijbel geldt als het hoogste gezag voor geloof en leven, en dat gezag moet doorklinken in prediking, pastoraat, catechese en kerkelijk beleid. De Bond vraagt niet om institutionele ruimte voor een aparte denominatie, maar wil vanuit het midden van de kerk bijdragen aan gesprek, toerusting en bezinning, met het verlangen dat de gehele kerk zich laat gezeggen door Schrift en belijdenis. Dat verlangen komt voort uit de liefde van de Gereformeerde Bond voor de kerk.
