
Binnenkort worden de preeklijsten voor 2028 gereedgemaakt. Nee, dat is geen verschrijving, u leest het goed: 2028.
Ds. A. is 84 jaar oud, maar nog kras. Nog altijd gaat hij met vreugde voor in de eredienst. Hij wordt opgebeld door een preekvoorziener uit gemeente Z. met de vraag of hij in november 2028 een preekbeurt wil vervullen. “Weet u wel dat ik dan 86 zal zijn? Tenminste, als ik dan nog het leven heb.”
Ds. B. is dienstdoend gemeentepredikant. Zijn kerkenraad vraagt hem in de zomer van 2026 of hij zijn eigen beurten in het preekrooster voor 2028 wil invullen. Dat moet klaarliggen, want dat is de basis van waaruit de preekvoorziener zijn werk moet doen.
Ds. C. is een geliefde spreker. Als je hem op 2 januari opbelt, moet dat wel vóór 07.30 uur gebeuren, anders maak je geen kans meer. Speel je op safe, dan bel je hem in december. Nog beter: bel hem in november! Ds. C. hoeft op 2 januari de telefoon niet op te nemen: hij is voor 2028 al volgeboekt.
Ook ds. D. hoeft op 2 januari niet vroeg op te staan, maar om een heel andere reden. De ervaring leert hem dat het eerste telefoontje pas ver na 9.00 uur komt. Men belt immers eerst de anderen, de favorieten.
Ds. E. krijgt een telefoontje in november 2025: “Uw prediking was zo fijn, mogen wij u vragen om in 2027 bij ons opnieuw voor te gaan?” Waarop de predikant antwoordt: “Nee, dat mag u niet.”
Het alfabet is te kort om alle verhalen te kunnen bevatten. Dus ik laat het hier maar bij.
Jakobus
Sub conditione Jacobi. Dit kerkelijk potjeslatijn betekent zoiets als: onder de voorwaarde van Jakobus. Dat verwijst naar de woorden uit Jakobus 4:13-17. De apostel bezweert ons daar: bedenk uw broosheid en vergankelijkheid. Het leven is een damp. Wij weten helemaal niet of wij in 2028 wel kunnen voorgaan in een eredienst. Toch spreken we af. Natuurlijk wel ‘s.c.j.’, zoals het afgekort wordt. Of kiest u liever voor Deo volente? Ook daarvoor gebruiken we gemakshalve de afkorting: ‘D.V.’ Of houdt u het op ‘b.l.e.w.’ (bij leven en welzijn)? We dekken ons dus wel netjes in. Om vervolgens ons eigen spoor te gaan.
Broederschap
De zure bijvangst van het huidige systeem van hoe wij onze preekbeurten regelen, is dat er een sfeer van concurrentie ontstaat. De vergelijking met de transferhandel van voetballers dringt zich op. Overal in het Nieuwe Testament lezen we dat het belangrijkste gebod het gebod van de liefde is. “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt” (Joh. 13:34). Onze praktijken maken predikanten tot elkaars rivalen. Ik roep al langere tijd – geheel tevergeefs overigens – dat het volstrekt onnuttig is om de naam van de voorganger te vermelden in het kerkblad. Waarom doen we dat eigenlijk? Het is voldoende te weten dat er een dienst van het Woord zal plaatsvinden.
Gereformeerde Bond
Elk jaar krijgt de Gereformeerde Bond (GB) een verzoek van kerkenraden en/of predikanten om in te grijpen. Terzijde: we krijgen vragen over talloze onderwerpen, vaak kwesties waar een plaatselijke gemeente zelf niet uitkomt. Laat de GB het voor ons beslissen! De GB als wonderolie.
De GB heeft echter geen ambtelijk mandaat. De kerkenraad als ambtelijke vergadering is geroepen om onder aanroeping van de Heilige Geest geestelijk leiding te geven aan de gemeente, op basis van de Schrift, en in relatie tot de eigen context. Als voorbeeld van dat laatste: een preekvoorziener in Serooskerke heeft het moeilijker dan zijn collega in Putten.
Tegelijk wil de GB zich niet onttrekken. Wij zijn altijd bereid om mee te denken, argumenten aan te dragen, bezinning te stimuleren. Op talloze onderwerpen spreekt de GB zich uit. Wat betreft het uitnodigen van voorgangers enkele algemene vuistregels:
Begin bij ringpredikanten, oud-predikanten, oud-plaatsgenoten, proponenten en docenten;
beperk u tot een straal van ongeveer 50 kilometer;
nodig gastpredikanten uit om in de avonddienst te preken over de Zondag van de Heidelbergse Catechismus die aan de beurt is.
We dekken ons dus wel netjes in. Om vervolgens ons eigen spoor te gaan
Septemberlijst
Al tientallen jaren pleit de GB voor de zogenaamde ‘septemberlijst’. Dat betekent: laten we ophouden met elkaar lastig te vallen op 2 januari. Verschuif het naar 2 september. Dat is vroeg genoeg. Alleen: de ervaring leert dat de GB niet voldoende gezag heeft. De oude praktijken steken elk jaar opnieuw de kop op.
Over gezag gesproken: dat zoeken we in het profetisch Woord. Jakobus ontmaskert het vooruitplannen als een vorm van hoogmoed. “Maar nu roemt u in uw hoogmoed. Al zulk soort roem is slecht. Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde” (Jak. 4:16-17). Ik geef het maar door. Al betwijfel ik of het helpt. Het schijnt dat John Bunyan (1628-1688) ooit eens gezegd heeft: “Het is met de zonde vaak als met een ondeugend kind. Je zegt: ‘Wat ben je toch ondeugend’, en tegelijk strijk je hem over het hoofd.”
De vergelijking met de transferhandel van voetballers dringt zich op