“Het is niet genoeg dat iemand in de gemeente en in de omgang een christen is. Hij moet het laten zien in zijn persoonlijke roeping. (…) Een schoolmeester moet niet alleen een christen zijn als hij het Woord hoort en de sacramenten ontvangt. Hij moet ook laten zien dat hij een christen is in zijn werk als onderwijzer.”
Dit citaat over dagelijks werk als roeping is van William Perkins (1558-1602), een van de belangrijkste puriteinen. Sommige Engelse hervormers aan het einde van de zestiende eeuw zochten naar geestelijke vernieuwing en geloofsverdieping. Ze deden dit op verschillende manieren, via prediking, pastoraat, catechese en via allerlei geschriften. We noemen hen puriteinen. Een van de belangrijkste en bekendste is Perkins. Hij wordt de vader van het puritanisme genoemd, omdat vele puriteinen door hem zijn beïnvloed en ook omdat zijn geschriften een grote verspreiding hebben gekregen, zoals in Nederland. In zijn aandacht voor geestelijke vorming staat Perkins uitvoerig stil bij de binnenkant van het geloofsleven, zoals gebed, berouw, geloof, liefde en gemeenschap met Christus. Tegelijk komt bij hem ook de buitenkant van het christen-zijn ruimschoots aan de orde. Op het laatstgenoemde terrein gaat hij in op het dagelijkse werk als verantwoordelijkheid, als roeping van God.
Boek over roeping
Het citaat waarmee dit artikel begint, komt uit Perkins’ boek over roeping, met de uitvoerige titel: Een verhandeling over de roepingen of beroepen van de mensen: de soorten en types evenals het juiste gebruik ervan (A Treatise on the Vocations, or Callings of Men, with the Sorts and Kinds of Them, and the Right Use Thereof, 1603). De strekking van deze titel is dat het kennen en dienen van God zichtbaar wordt op de werkvloer. Hoe? Samengevat gaat het om twee dingen die nauw samenhangen. Ten eerste een heilig leven waarin liefde en tevredenheid de sfeer bepalen. Ten tweede een strijd tegen zonden, zoals verkeerde ambitie, geldzucht en jaloezie. De vraag is hoe een dergelijke werkhouding praktijk kan zijn.
Verbind algemene en bijzondere roeping
Perkins onderscheidt twee soorten roeping. Er is een algemene roeping ( general calling ) tot geloof, bekering en tot het dienen van God. Daarnaast is er een speciale roeping ( particular calling ), waarmee het dagelijkse werk in gezin, kerk en maatschappij in beeld komt. Fundamenteel voor Perkins’ visie is dat de speciale roeping onderdeel is van de algemene roeping. Daaraan zitten twee kanten. De ene kant is dat je alleen als christen je dagelijkse werk goed kunt doen. Perkins bedoelt dat de speciale levenstaak onderdeel is van het leven voor Gods aangezicht. Als je dit zo niet beleeft, streef je een ander doel na, zoals de eer van mensen, genot of zelfverrijking ten koste van de ander. Je vergeet dan ook dat je dagelijkse werk in het licht staat van de wederkomst van Christus. Hij zal eens verantwoording vragen van wat we hebben gedaan met Zijn gaven en talenten. Er is ook een andere kant: de Heere kennen en dienen wordt zichtbaar in je dagelijkse werk. Anders kun je voor christen doorgaan, maar blijkt dit niet op de werkvloer. Op een bepaalde manier is dit volgens Perkins schijngodsdienst. Hij bedoelt dat algemene en speciale roeping dus nauw samenhangen. Fundamenteel is dat je als christen het leven uit Gods genade kent. Dit wordt zichtbaar in je dagelijkse werk en je werkhouding doordat je op God en de naaste gericht bent. Perkins bedoelt eigenlijk dat het doel van elke christen is om God te dienen in de dagelijkse levensroeping en daarvan zal de naaste zeker iets merken. Op deze manier heeft de werkvloer iets van een toets, want zo wordt helder of je werkelijk christen bent.
"*" geeft vereiste velden aan