Waar bent u naar op zoek?

Bidden tegen de klippen op

Zonder gebed kom je in ademnood

Cock Kroon
Door: Cock Kroon
20-08-2026

Anderen zien en horen bidden kan vormend, helpend en lerend zijn. Jezus’ leerlingen zagen en hoorden Hem bidden. Met het oog op het gebed spoort Hij ons aan om telkens weer de binnenkamer op te zoeken (Matth. 6:6). Jezelf afzonderen op een stille plaats kan op veel verschillende manieren en momenten.

Susanna Wesley, de moeder van Charles en John Wesley – opwekkingspredikers uit de achttiende eeuw –, trok haar schort over haar hoofd. Daarmee liet ze haar gezin weten dat ze met God aan het spreken was en dat ze niet gestoord wilde worden.

De Heere Jezus heeft als geen ander dit intense en intieme gebedsleven gepraktiseerd: “Het gebeurde in die dagen dat Hij naar buiten ging, naar de berg, om te bidden; en Hij bleef heel de nacht in gebed tot God” (Luk. 6:12). Deze nacht van gebed gaat vooraf aan de aanstelling van de twaalf discipelen. Jezus laat hiermee zien dat alle beslissingen over het Koninkrijk van God niet genomen kunnen worden zonder gebed.

Brullende leeuw
Biddend omgaan met Zijn Vader was het verlangen van Jezus. Verlangend bidden kun je alleen leren in de intieme omgang met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zonder gebed kom je in ademnood. Zonder gebed gaat je geestelijk leven dood en ben je niet opgewassen tegen de verzoekingen en de verleidingen van de duivel die rondgaat als een brullende leeuw (1 Petr. 5:8-9). Gods tegenstander heeft een gruwelijke hekel aan mensen die hun handen opheffen tot God en hun knieën buigen voor Hem. Hoe minder gebed, hoe meer je vatbaar bent voor allerlei stemmen om je heen en vanuit je binnenste.

Verlangend bidden, ook al moet het uit je tenen komen en bid je tegen de klippen op, is de voedingsbodem voor verwachtingsvol bidden. Maar ook al is ons gebed, dankzij de krachtige werking van de Heilige Geest, een verlangend gebed, dan nog weten we uit ervaring dat er gebeden zijn die, voor zover wij het kunnen beoordelen, (nog) niet verhoord zijn. Deze ervaring zet ons gebed onder spanning, want er is de belofte dat allen die God verwachten daarin niet teleurgesteld zullen worden (Ps. 25:3). Wie van ons kent niet momenten dat je het bidden op wilt geven? Wellicht lukt het je nog wel om de vorm in stand te houden, maar je hart komt er niet meer in mee.

Spiegel
Volgens paus Benedictus XVI (1927-2022) zijn zulke ervaringen heel normaal. Ook gelovige mensen moeten de kunst van het bidden telkens opnieuw onder de knie krijgen. Gebedsstrijd, twijfels en vragen kunnen ook fungeren als een spiegel: welke verwachtingen hebben we van God? Bidden we zoals de apostel Jakobus ons leert? Hij schrijft in zijn brief: “Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand” (Jak. 5:16).

Het gebed van een rechtvaardige is ook een eerlijk gebed. Over eerlijk bidden zei Corrie ten Boom: “Gebeden in de Bijbel zijn niet formeel; het is gewone taal. Ga tot God zoals je gaat naar je moeder, je vader, je vriend. Vertel Hem je tobberijen, vertel Hem dat je gezondigd hebt door je bezorgdheid. Vertel Hem dat je de overwinning wilt hebben over je gepieker. Maak een duidelijke keus. Geloof in de Heer; het is niet je gebed, het is je Heiland die het antwoord is! Als je niet definitief en gericht bidt, vertrouw je meer op de daad van het bidden dan op de Heere.” Bidden betekent dat je werkelijk in contact bent met de Eeuwige Ongeziene! Door middel van onze gebeden komen wij in Gods tegenwoordigheid en Hij in die van ons. Johannes Calvijn (1509-1564) schrijft: “Door middel van ons gebed mogen we God geheel tot ons halen opdat Hij ons Zijn tegenwoordigheid betone.”

Gestroomlijnde zinnen
Verwachting hebben van God staat regelmatig haaks op wat we zien, horen en meemaken. Verwachtingsvol bidden, dat is volgens Psalm 130: uitzien naar de HEERE. Dat uitzien is als een bidden in de nacht. Die nacht wordt gekenmerkt door een schreeuw uit de diepte. Prachtige gebedsformules en gestroomlijnde zinnen zoek je hier tevergeefs. Verwachtingsvol bidden hangt niet af van mooie volzinnen en halve preken die we naar de hemel slingeren, ze worden juist gekenmerkt door oprecht verlangen en gegronde verwachting. James Hudson Taylor (arts en zendeling in China, 1832-1905) zei kort en krachtig: “Verwacht grote dingen van God!” Die verwachting vraagt zeker ook om volharding.

Een volhardend gebed (1 Thess. 5:17) zal ook een bestreden gebed zijn of worden. De aanvallen om je van dat volhardende gebed af te houden, kunnen zich op allerlei manieren aan je manifesteren. De tijd waarin we leven en de tijdgeest die zich breed heeft gemaakt, zet het gebed weg als een lachertje. Bidden wordt op dezelfde hoop geschoven als yoga en jouw gebed is niets meer dan een ‘maniertje’ om mentaal gezond te blijven. Vroeger hadden we gebed nodig, tegenwoordig hebben we techniek en wetenschap. Onze maatschappij is aangrijpend plat geworden en dat, zo schrijft dr. Immink, stelt de biddende mens voor extra uitdagingen: “Het innerlijke leven van de bidder staat niet los van het geestelijk klimaat van de bredere cultuur. Ook al maakt de biddende mens deel uit van een geloofsgemeenschap, dat neemt niet weg dat het innerlijk zich ontwikkelt door de invloeden van buiten.”

Opleuken
Die invloeden houden geen halt voor welke deur dan ook. Ze kruipen onder je huid en ze nestelen zich in je hoofd en je hart. Ze kunnen je zo verlammen dat je de neiging hebt om het bidden maar op een laag pitje te zetten. “Bid zonder ophouden” is geen losse quote waarmee Paulus zijn brief aan de christenen in Thessalonica nog even wil opleuken, maar een indringende aansporing. Hij weet, van binnenuit, wat het betekent om te blijven bidden in moeilijke situaties (2 Kor. 12:7-8).

Dat volhardende gebed komen we in Bijbel op heel diverse plekken tegen. Denk aan aartsvader Jakob die in de nacht de strijd aangaat met God. Het gaat er in die strijd hard aan toe (Gen. 32:26). Op een andere manier had zijn opa Abraham dit ook gedaan; in zijn gebed bleef hij met God onderhandelen over Sodom (Gen. 18:25). Later zal de profeet Elia de berg Karmel opklimmen om te bidden om regen; dat gebed vroeg veel van zijn geestelijke uithoudingsvermogen, want hij boog zeven keer zijn knieën totdat er een klein wolkje aan de horizon verscheen. Dat kleine wolkje zorgde uiteindelijk voor een overvloedige regen (1 Kon. 18:42-45). Volhardend bidden is geen bidden tegen beter weten in, maar weten van een God die hoort!

Toen James Hudson Taylor jarenlang in China verbleef, was daar regelmatig sprake van een tekort. Te weinig financiële middelen en daardoor ook een gebrek aan voedsel: “De voorraad slonk bij de dag en ten slotte was de allerlaatste zak rijst aangebroken en stond de hongerwolf voor de deur. Maar gebeden werden als wierook opgezonden. En toen zagen wij God voor ons werken. Er kwam een brief met een cheque van vijftig pond en de toezegging van verdere financiële ondersteuning. Samen beleden en zongen we: ‘Waarlijk, er is niemand gelijk aan de Heere onze God!’” Deze James Hudson Taylor was een mens zoals Elia en zoals wij.

Ook werken
Verlangend, verwachtingsvol en volhardend bidden is – naast waken en wachten – ook werken. De Engelse predikant Spurgeon (1834-1892) houdt bidden en werken heel dicht bij elkaar. Hij zegt: “Laat al je daden in overstemming zijn met je gebeden. Dan is je doen en laten een voortzetting van je gebed. Wie bidt voor zijn medemens en vervolgens het goede zoekt, is zo nog steeds aan het bidden. Liefhebben is bidden. Ons hele leven kan zo een voortdurend gebed zijn.”

In gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen blijven we bidden met verlangen, verwachting en volharding. In ons bidden klampen we ons aan Jezus vast: “Geef mij, goede Jezus, Uw genade: laat die mij begeleiden bij mijn arbeid, ook bij mij blijven tot aan het einde toe. Sta mij toe altijd dat te verlangen en te willen wat voor U het meest aanvaardbaar is en wat U het meest behaagt. Laat Uw wil mijn wil zijn en mijn wil de Uwe altijd volgen en daarmee volkomen één zijn. Laat mijn willen en niet-willen hetzelfde zijn als bij U. Geef mij boven alles wat ik verlang, tot rust te komen in U en laat mijn hart in U de vrede vinden. Gij zijt de ware vrede voor het hart; Gij de enige rust. Amen” (Thomas a Kempis, ca. 1380-1472).

Cock Kroon
Cock Kroon

is kerkelijk werker in de hervormde Maranathakerk te Lunteren.